
Bleiswijker Nico Storre wordt honderd jaar ‘maar kan niks meer’
Algemeen 208 keer gelezenBleiswijk - Het zijn zijn eigen woorden. “Ik woon nog zelfstandig, weet nog hoe ik de schaakstukken moet verzetten, maar ik kan eigenlijk niks meer. Als ik naar het toilet moet heb ik hulp nodig.”
Deze woorden komen uit de mond van Bleiswijker Nico Storre. Hij bereikte zaterdag 12 september de leeftijd van honderd jaar. Burgemeester Rik van der Linden kwam Nico feliciteren. Twee nichten van zijn tweede vrouw, Tjitske Hoestra, zorgden voor de bediening. Evenals mantelzorger Johan die bijna dagelijks Nico bijstaat. “Als ik die vent niet had”, roept Nico vanuit zijn stoel.
Johan heeft aan de binnenzijde van de woning van Nico de boel versierd. De buren hebben dat aan de buitenzijde gedaan. Het ziet er allemaal heel feestelijk uit en het is ook feestelijk, de hele ochtend en een deel van de middag. Jeanne, de jongste zus van de eerste vrouw van Nico, is met haar man Peet Koot vanuit Drunen naar Bleiswijk komen rijden. “Ik was zes jaar toen Nico voor het eerst bij ons thuis kwam. Mijn oudste zus Nel in ’t Veen was veertien jaar ouder dan ik. We zijn op dezelfde datum geboren.”
Nederlands-Indië
Nico kende Nel al voordat hij in 1946 naar Nederlands-Indië vertrok om daar met vele duizenden andere Nederlandse soldaten ‘de orde te herstellen’, zoals dat toen heette. Achteraf was het misschien allemaal zinloos, maar spijt of gevoel van frustratie had Nico nooit. “We hebben er heel veel geleerd. We waren op onszelf aangewezen en moesten het zelf zien uit te vinden. Daar word je zelfstandig van”, aldus Nico die zeven jaar geleden tijdens een ‘dorpsgenoteninterview’ voor Hart van Lansingerland al zei dat hij met een schoon geweten kan terugkijken op die periode in zijn leven. Hij hield ook een dagboek bij en heeft voor een dik boek over die tijd ruim twintig pagina’s herinneringen geschreven.
Sport
Nico werd geboren op 12 september 1926 in Bleiswijk als enig kind van Nico Storre en Mien Wensveen. Zijn vader was boerenknecht, maar in de grond en de stront roeren, dat zag Nico junior niet zitten. Na zijn terugkeer uit Indië volgde hij wat avondstudies en werd hij boekhouder/administrateur. Het werk was zelfstandig, zodat hij het gevoel had ‘eigen baas’ te zijn.
Sport was altijd heel belangrijk voor Nico. Hij voetbalde bij BVCB op ‘het landje van Van Dijk’ waar ze voor het eerste fluitsignaal eerst de koeienvlaaien moesten verwijderen. Bleiswijk had toen nog geen eigen club. Samen met anderen richtte Nico later Soccer Boys op. Het verhaal gaat zelfs dat Nico de naam heeft bedacht…
Ook was hij tot zeer hoge leeftijd actief in de atletiek. Kogelstoten en discuswerpen deed hij onder meer. In zijn leeftijdsklasse was hij bij het discuswerpen Nederlands kampioen. Op zijn 88ste was hij de enige deelnemer in zijn leeftijdsgroep. Dat was een goed moment om er mee te stoppen.
Schaken
Met schaken ging hij gewoon door. Soms speelt hij nog een potje tegen André Nieuwlaat die Nico leerde kennen na het verschijnen van zijn boekje over de moord op een tuinder op de grens van Berkel en Pijnacker. Het boekje interesseerde Nico niet zo, maar zijn aandacht werd getrokken doordat André naar aanleiding van het boekje bij een schaakbord op de foto stond. Zo ontstond een schaakvriendschap!
Nico speelde ooit een simultaan tegen de Nederlandse wereldkampioen Max Euwe. Met een paar anderen bleef hij over. Nico stelde remise voor, maar ofschoon Euwe maar een pionnetje voor stond, wilde die toch doorspelen, zodat Nico alsnog nipt verloor.
De burgemeester bekijkt een oud boek en ziet tot zijn verbazing dat Nico talloze partijen heeft uitgetypt. “Vaak kon ik na een schaakavond de slaap niet vatten. Dan lag je te malen over de zetten die je wel en niet gedaan had”, zegt Nico.
Na het vertellen van heel veel verhalen is het voor de nog scherp bij geest zijnde honderdjarige tijd om wat te eten en te drinken. Een medewerkster van De Vierstroom maakt een boterham met pindakaas voor Nico klaar.
Zeven jaar geleden zei Nico nog dat hij nog een tijdje wilde leven. “Ik kan nog lang genoeg dood zijn”, zei hij toen lachend. Nu hij honderd is en naar zijn idee nog maar heel weinig kan, is hij er klaar mee en dus er klaar voor…





















