Boer Olsthoorn uit Rodenrijs bij de kast waaronder onderduikers zich konden verschuilen tijdens controles.
Boer Olsthoorn uit Rodenrijs bij de kast waaronder onderduikers zich konden verschuilen tijdens controles.

Verhalen over de Duitse bezetting

Algemeen 137 keer gelezen

Op de pagina Heden & Verleden in De Heraut van afgelopen week was een verhaal uit de Tweede Wereldoorlog, geschreven door Andreas Huurman, te lezen.

Door Andreas Huurman

Na de vijf traumatische oorlogsdagen van mei 1940 werd in veel families opgelucht ademgehaald. De gemobiliseerde mannen kwamen al binnen enkele dagen of weken weer thuis en zowel in gezinnen als bedrijven werd het ‘normale’ leven weer opgepakt. De eerste Duitse verordeningen die werden uitgevaardigd leken nog niet veel te veranderen. De tuinders in de regio waren aanvankelijk bang dat - met het stoppen van exportmogelijkheden over zee - er weer een nieuwe crisis zou komen, maar door flinke toename van export naar Duitsland leek 1940 juist een goed jaar voor de tuinbouw te worden.

De invoering van de verduisteringsplicht was wél hinderlijk. Om het navigeren van vliegtuigen te bemoeilijken werd na de Duitse inval de regel ingevoerd dat licht uit huizen of andere gebouwen (en ook het licht op straat) niet van boven zichtbaar mocht zijn. De functionarissen van de luchtbeschermingsdienst moesten erop toezien dat fietsen en motorvoertuigen speciaal afgedekte lampen gebruikten en dat woonhuizen door gebruik van bijvoorbeeld luiken of papier geen licht naar buiten lieten ontsnappen. Ook in stallen en warenhuizen en zelfs in kerken gold die plicht. Lastig!
Nadat eind 1940 een avondklok was ingesteld en bewegingsvrijheid dus werd ingeperkt, kwam in 1941 de verplichting een identiteitsbewijs te dragen. Het persoonsbewijs werd aan iedereen vanaf 15 jaar uitgereikt. In combinatie met het verplichte gebruik van eerder uitgereikte distributie stamkaarten werd het nu erg moeilijk om aan voedsel, kleding of brandstof te komen zonder geldige legitimatie en inschrijving. En: afkomst, geloof en woonplaats waren voortaan direct bekend.  

Veilige plekken? 

Behalve vluchtelingen uit Rotterdam die in de dorpen om de stad veiliger hoopten te zijn, kwamen ook andere gasten aan in de regio. Vooral bij boeren en tuinders was vaak ruimte om redelijk ongezien te ontsnappen aan verplichte tewerkstelling (al dan niet in Duitsland) of vervolging om andere redenen. En naast ruimte was er meestal ook voldoende eten. Naarmate de oorlog vorderde, moest voor meer onderduikers in de regio oplossingen worden bedacht. Het vervalsen van papieren, het organiseren van eten buiten de distributie om en het onderbrengen van geallieerde vliegtuigbemanningen werden gevaarlijke, maar bijna onontkoombare daden van verzet.  
In oktober 1941 viel onbedoeld een bom op de boerderij van de Berkelse familie Van der Spek aan de Noordeindseweg. Vier kinderen en een inwonende Rotterdammer kwamen om het leven. De boerderij was zwaar beschadigd. Aanvankelijk werd gedacht dat het gemaal naast de boerderij (‘het masjien’) als doel was gekozen door geallieerde vliegtuigen. Later bleek dat de bemanning de bommenlast van het toestel boven onbebouwde polders had willen afwerpen om het al aangeschoten vliegtuig lichter te maken en zo kans te maken weer in Engeland terug te komen…
De bezetting wordt steeds voelbaarder. Radiotoestellen moeten worden ingeleverd. Een verbod op luisteren naar de Engelse zenders en sterke censuur op de krant maken het moeilijk om aan betrouwbare informatie te komen. Overal in het land wordt gestart met ‘ondergrondse’ kranten.
Fietsen, paarden en delen van voedselproductie worden gevorderd. Jonge mannen die in de leeftijd komen waarop normaal dienstplicht zou gelden, worden verplicht in Duitsland te gaan werken. Waar tuinders en boeren soms hun eigen zonen moeten missen, zijn onderduikers als arbeidskrachten nu meer dan welkom. Tegelijkertijd wordt het steeds ingewikkelder die mensen verborgen te houden.  

De bezetters

Duitse soldaten worden ingekwartierd waar het maar kan. Ambtenaren van de gemeente die adressen moeten verstrekken, doen hun best om de militairen niet op plekken geplaatst te krijgen waarvan ze weten dat er onderduikers zijn of verzetsactiviteiten plaatsvinden. In sommige gevallen lukt dat niet en worden de betrokkenen vooraf gewaarschuwd. In de dorpen kent iedereen elkaar!
Tussen Bergschenhoek, Rodenrijs en Schiebroek verrijst een krijgsgevangenkamp, dat in opdracht van de bezetter gebouwd wordt om er Engelse militairen in te huisvesten na de invasie van Engeland. Die invasie komt er nooit en er zullen ook nooit krijgsgevangenen in het kamp verblijven. Wel zijn er regelmatig andere Duitse troepenonderdelen te vinden. Na de oorlog wordt het kamp snel afgebroken. Vandaag de dag is er niets meer van terug te vinden.

Oorlogsmusea geopend

De herinnering aan de Duitse bezetting duurt nog voort. In het oorlogsmuseum in Berkel en Rodenrijs komen nog regelmatig bezoekers die hun eigen ervaringen uit de bezettingsjaren vertellen. Oorlogsmuseum Honger naar Bevrijding van Andreas Huurman is open op zaterdag 2 mei van 10.00 tot 13.30 uur en op dinsdag 5 mei van 13.00 tot 17.00 uur. Adres: Wilhelminastraat 2, onder Rehoboth, te Berkel en Rodenrijs.

Het Depot 40-5 van Stijn Molleman is geopend op 4 mei van 20.30 tot 22.00 uur en op 5 mei van 13.00 tot 16.00 uur en 19.00 tot 22.00. Thema: “Bleiswijk in Nederlands-Indië 1945-1950”. Adres: Rembrandtalaan 2A in Bleiswijk.

In deze aflevering (458) het tweede verhaal over de oorlogsjaren, geschreven door Andreas Huurman, in aanloop naar 4 en 5 mei.
Wie wil reageren of ideeën voor deze pagina heeft, kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 511 88 92 (keuze 2) of redactie@deherautmediacentrum.nl

Een deel van de getroffen boerderij aan de Noordeindseweg.
Duitse militairen voor de Hervormde Kerk aan de Kerkstraat in Bergschenhoek.
Sneeuwpret voor de barakken van het Duitse kamp.
Het persoonsbewijs van Adriana Barendregt, wonende aan de Hoekschekade in Bergschenhoek.
Het bidprentje van de vierkinderen uit het gezin Van der Spek.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant