Jaap met de bloemen die hij samen met Sjaan teelde.
Jaap met de bloemen die hij samen met Sjaan teelde.

Jaap Olieman, inwoner van Berkel en Rodenrijs, aan het woord

Algemeen 61 keer gelezen

Berkel en Rodenrijs - Op het deel van het land waar een geheel nieuwe wijk is gebouwd tussen de Naardermeerstraat, de Markermeerstraat en de Noordeindseweg ligt de geschiedenis van de familie Olieman. Jaap is er geboren en getogen en kijkt terug op een mooi en arbeidzaam leven als tuinder. Velen zullen zich nog de kassen herinneren langs de dijk waarin prachtige Alstroemeria’s werden geteeld. Door een trots tuindersechtpaar dat zelfs de naam van de relatief nieuwe bloem met grote letters op de ruiten van de kassen had gezet.

Klaas, de jongste van de vijf zonen van Jacob Nicolaas Olieman, nam de tuin en het grasland aan de overkant van de vaart langs de Noordeindseweg van zijn vader over en werd tuinder. De vier oudere broers van Klaas tuinden inmiddels in buurgemeenten Pijnacker en Zoetermeer. Jacob Nicolaas woonde met het gezin tegenover hun land. In 1930 werd een woning gebouwd langs de vaart waar het gezin van Klaas introk. De eerste jaren werden de tomaten met paard en wagen naar de veiling in Rodenrijs vervoerd met Klaas op de bok. Na enige tijd werden die ingeruild voor een platte schuit; een Westlander. Die werd echter ook gebruikt om kolen bij de schuur te krijgen. Vanaf de straatkant werden planken op de boot gelegd en ook aan de kant van het land. Met een volle kruiwagen reed men er over heen voor het lossen en laden bij het ketelhuis. Handmatig, dus een hele klus.
Jaap, de jongste zoon van Klaas, weet over die tijd te vertellen: “Naast de teelt van de tomaten liepen er ook veertien melkkoeien rond en in de boezem een stel vleeskoeien. Mijn vader ging wekelijks naar de veemarkt in Rotterdam voor de handel; dat was zijn lust en zijn leven. Hij was een van de eersten tussen de boeren die een rijbewijs had. Ik zie hem nog wegrijden; in een klein Dafje samen met de broers Van der Voort, buren die het goed met elkaar konden vinden. Ook zaaide hij tomaten in de trekkas; voor zowel hemzelf als voor Van der Voort.”
Zoon Jaap, een nakomertje in het gezin van Klaas, volgde de Tuinbouwschool en ging vervolgens met zijn vader meewerken. Daarnaast werd hij op zijn 19de lid van de vrijwillige brandweer van Berkel en Rodenrijs. Nadat Jaap met Sjaan trouwde ging het jonge paar in het ouderlijk huis aan de vaart wonen en verhuisden vader Klaas en moeder Cor naar een salonwagen op het pad dat vanaf de vaart naar de onderweg liep. Toen zijn vader vroeg overleed stond Jaap, net 25 jaar, voor de keuze: “Doorgaan als tuinder, maar dan de inmiddels verouderde tuin grondig aanpakken of overstappen naar de beroepsbrandweer”. Hij koos voor het tuindersvak, maar besloot al na een jaar te stoppen met de tomatenteelt en van lieverlee helemaal over te stappen op de teelt van bloemen. De vrijwillige brandweer bleef hij echter vele jaren trouw; daar nam hij pas afscheid van toen hij 55 jaar was.
“Stoken met kolen en olie behoorden inmiddels tot het verleden en daar kwam gas voor in de plaats. Gelukkig kon ik veel zelf aanpakken en oplossen in de teelt. Kassen vervangen, installaties aanpassen en eigenlijk alles wat zich voordeed om goed te kunnen werken”, aldus Jaap.
Na diverse soorten bloemen gekweekt te hebben viel uiteindelijk de keuze op de Alstroemeria. Een bloem die in de koele bergen van Zuid-Amerika – onder andere in Chili, Peru en Brazilië – in de 18de eeuw werd ontdekt door de Zweed Clas Alstöm (waar de bloem naar is vernoemd) en halverwege de vorige eeuw een voorzichtige start maakte als ‘vaaskandidaat’. Nadat hij naar Europa was gehaald ging men van start met het veredelen tot een goed houdbare snijbloem kon worden geteeld in verschillende varianten. “In 1979 pootte ik voor het eerst de nog in Nederland zeldzame Alstroemeria; 1500 vierkante meter om mee te beginnen. De plant wordt ook wel de Inca Lelie genoemd.”
De schuit had inmiddels een plekje langs de kant gekregen en kon worden verkocht. Koper was Willem van Leeuwen die een frietzaak runde aan de noordzijde van café Ome Ab langs de Noordeindseweg. Hij knapte hem helemaal op en ook het zeil kwam er weer op, zodat de Westlander als fraai zeilschip het water op kon. Jaap had inmiddels een aanhanger aangeschaft om zijn bloemen zelf naar de veiling te brengen. “Dat was eerst in Rodenrijs (en na de verhuizing Bleiswijk), maar van lieverlee reed ik ook naar veilingen in Rijnsburg en Naaldwijk.” In de jaren die volgden kwamen er meer tuinders die voor de Alstroemeria kozen. “We vormden met twaalf telers een groepje. We noteerden alles wat we deden en hadden regelmatig bijeenkomsten waar bedrijfsvergelijking centraal stond. Ook gingen we op bezoek bij zowel elkaar als bij veredelaars om zoveel mogelijk over de teelt en de aanpak te weten en innovatief te blijven werken.”
De tuin waar Jaap en zijn vrouw Sjaan samen in werkten was niet groot, maar zij hadden een goede naam.  “Klein maar fijn en dat wisten de kopers. We kregen er daarom een goede prijs voor. We teelden achtereenvolgens de Virginia (wit), Bonito (rose) en de Fantasy (paars/lila).”

In 1991 reeds kregen Jaap en Sjaan, maar ook buurman Van der Burg bericht dat de Meerpolder waar zij op werkten een aangewezen Vinex-locatie ging worden. Jaap en Sjaan besloten niet te stoppen. “We zijn nog een paar jaar met volle kracht door gegaan. Met grondkoeling en assimilatie om langere teeltduur en kwaliteit te kunnen blijven waarborgen. Pas in 2005 zijn we gestopt en dat bleek een goede keuze. Opvolging binnen ons gezin zat er niet in en uitbreiding of een nieuwe start voor een andere teler evenmin, omdat er inmiddels een andere bestemming op het hele perceel zat. We verkochten ons huis en verhuisden naar een andere woning in Rodenrijs. Zelf heb ik toen nog ruim zes jaar met veel plezier bij Plantenkwekerij Leo Ammerlaan gewerkt.”
Inmiddels is de huizenbouw voltooid. Je zou bijna vergeten dat hier bloemen en koeien op de dijk stonden; dat is nu een deel van de Berkelse verleden tijd.
Jaap en Sjaan staan begin volgend jaar weer voor een nieuwe uitdaging; verhuizen naar een appartement op het terrein van voorheen Treurniet aan de Laan van Romen. “Dus weer een nieuwe periode voor ons waar we naar uitkijken!”

In deze aflevering (475) komt Jaap Olieman aan het woord. Met dank aan Het Lint (2025-1), het verenigingsblad van de Historische Vereniging Berkel en Rodenrijs.
Wie wil reageren of ideeën voor deze pagina heeft, kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 - 511 88 92 (keuze 2) of redactie@deherautmediacentrum.nl

De kassen met daarachter land dat wel eens flink nat was.
Deze foto is in 1978 vanaf de toren van de r-k kerk genomen.
Sjaan en Jaap thuis met aan de wand een fraai aandenken aan de Alstroemeria die zij jaren teelden.
De nieuwe wijk die voor een deel is gerealiseerd op de grond waar voorheen het bedrijf van Olieman stond.
Het afscheid van de vrijwillige brandweer in 2002.
Jacob Nicolaas woonde met zijn gezin tegenover hun land aan de Noordeindseweg. Deze woning (l) staat er nog.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant