
Piet Breugem in Blik op Dorpsgenoten
Algemeen 1.472 keer gelezenPiet Breugem is 94 jaar en heeft tot zijn negentigste gewerkt. Zijn zoon Bram zei toen tegen hem: pa, nu mag je wel een keer met pensioen.
De Bleiswijker ging niet achter de geraniums zitten. Althans niet de hele week. Iedere vrijdagmorgen gaat hij nog koersballen bij welzijnscentrum De Leeuwerik. Iedere dinsdagmorgen zingt hij in het Leeuwerikkoor dat onder leiding staat van Henk in ’t Veen. Piet staat tussen een vrouw van 98 en een ‘jonge meid’ van 87. Achter de piano zit Jan van den Bosch. Hij is met 94 jaar de leeftijdgenoot van Piet die nog steeds zelfstandig woont aan de Hoefweg. In het huis waar hij na zijn huwelijk met Bep Moerman in 1955 ging wonen en waar hun vijf kinderen ook allemaal zijn geboren en groot geworden.
Het geheugen van Piet werkt nog uitstekend. In het bijzijn van zijn dochter Inge vertelt hij diverse mooie verhalen uit de oude doos. Piet komt uit een gezin van negen kinderen. Zijn vader was Frank Breugem en zijn moeder Arendje van Driel. Zij was de dochter van graanhandelaar Pieter van Driel. De vader van Frank was Dirk Breugem.
De oudste broer van Piet heette Dirk, vernoemd naar opa Breugem. Zelf is Piet vernoemd naar zijn opa van moeders kant. Piet vertelt dat zijn oudste broer en een zus die naar oma Breugem vernoemd waren met Nieuwjaar 25 gulden kregen van opa Breugem. “Zelf kreeg ik van opa Van Driel een rijksdaalder. Nee, mijn broer en zus hielden het geld zelf. Het was niet zo dat ze het verschil met ons deelden! Als kind vond ik het verschil wel een beetje zuur. 25 gulden was een hoop geld in die tijd.”
Net als zijn broers en zussen moest Piet al heel jong meewerken in het boerenbedrijf. Op z’n tiende ging hij er om half vijf in de morgen uit om de koeien te melken. Uien en aardappels rooien. Met de zeis gras maaien. Van alles moesten ze doen en vader Frank voedde zijn kinderen met harde hand op. “Zeker voor de oorlog was het een hele arme tijd. Mijn vader was al vijf jaar boer en had nog geen cent verdiend. Voor een melkbus met veertig liter melk kreeg hij zestig cent betaald. Dat is natuurlijk bitter weinig. Zo weinig dat de kosten er niet uit kwamen”, aldus Piet die vertelt dat hij ooit de zware klei ploegde met vijf paarden voor de ploeg.
In de Tweede Wereldoorlog werden de prijzen voor de producten gek genoeg wat hoger. Piet kan zich het begin van de oorlog nog goed herinneren. “Mijn vader was niet verlegen. Er waren vijf vliegtuigen geland aan de overkant van onze boerderij aan de Hoefweg. In de nacht ging hij erheen om een wiel van een van die vliegtuigen af te halen. Dat was natuurlijk best een gevaarlijke actie. Op 14 mei werd Rotterdam gebombardeerd en dat konden wij vanuit het weiland zien. Heel veel Rotterdammers kwamen naar de dorpen toe. Bij ons in de stal sliepen toen zo’n zeventig mensen uit de stad. Bakker Kok voerde brood aan maar het brood was zo dik gesneden dat die Rotterdammers zeiden: dat boerenbrood vreten we niet. De varkens waren er goed mee”, zegt Piet Breugem met een grijns op zijn gezicht.
In de oorlog verloor Piet zijn jongere broertje Arie. Die was door typhus getroffen en overleefde de ziekte niet, net als ruim twintig andere Bleiswijkers. Piet weet het allemaal nog als de dag van gisteren. Een hoofdverpleegster uit het ziekenhuis kwam een paar weken na het overlijden van Arie vanuit de stad op laarzen naar Bleiswijk. Ze dacht namelijk dat hier geen verharde wegen zouden zijn.
De openbare lagere school waar hij in de oorlog op zat werd gevorderd door de Duitsers, dus een stal of een schuur op de boerderij van Breugem heeft nog als leslokaal gediend gedurende de oorlog.
Over naar school gaan heeft Piet nog een ander mooi verhaal. Het was druk op de boerderij en er moest hard gewerkt worden en voor kleine kinderen gezorgd, dus ma en pa hadden geen tijd of gelegenheid om oudste zoon Dirk naar school te brengen. “Dus Dirk ging zelf naar het dorp. Bij de eerste de beste school die hij zag, liep hij naar binnen, maar toen na een paar uur de juf vroeg hoe hij heette en Dirk keurig netjes zijn naam zei, moest de juf constateren dat Dirkje op de verkeerde school was aanbeland, namelijk de katholieke school. Hij moest op de openbare school zijn. Later moesten wij iedere dag langs die katholieke school en vaak lieten ze ons er niet door. Ze maakten ons ook uit voor kale rooien. We hadden allemaal rossig haar en omdat onze pa ons wel erg kort knipte, werden we dus kale rooien genoemd. Dat pikten we niet, dus dat leidde nogal eens tot een vechtpartij. We waren van huis uit vrij sterk, dus doorgaans wonnen wij.”
Landbouwschool
Na de lagere school heeft Piet nog een paar jaar op de landbouwschool in Gouda gezeten. Normaal trad je in die jaren in de voetsporen van je vader. Die had vijf zoons die niet allemaal boer konden worden. Intussen had Piet verkering gekregen met Bep Moerman, dochter van Bram Moerman en Ingetje Breugem, een nicht van zijn vader.
Bram Moerman was een daadkrachtige kweker die al zijn zoons en schoonzoons ertoe aanzette om tuinder te worden. Dat was begin jaren vijftig en toen ontstond de Korenmolenweg waar allemaal tuinderijen van de grond kwamen. Op boerenland van vader Frank Breugem. Op een zeker moment stonden er wel elf schoorstenen langs de Korenmolenweg.
Op dit moment staat er nog één schoorsteen die tot monument is verklaard. Namelijk die van Piet Breugem die met zijn zwager Henk Moerman een tuinbouwbedrijf begon op een perceel van 2,5 hectare. Ze begonnen met platglas en later kwamen er kasjes, eerst koud en later verwarmd. Ze teelden van alles en specialiseerden in de tomatenteelt in de zomer en sla in de winter.
Piet Breugem is altijd met plezier en met succes kweker/ondernemer geweest. Hij vond het een boeiend en afwisselend vak met allerlei aspecten: de teelt, het ondernemen, de handel via de veiling, de zorg voor het personeel. Na zijn 65ste was hij geen ondernemer meer maar bleef hij gewoon door werken. Hielp zijn oudste zoon Frank die in het Brabantse Made een bedrijf was begonnen. En ook zoon Henk die een succesvol wijngaardbedrijf heeft in Nijkerk. En ook zijn zoon Bram die in Bleiswijk bleef en planten kweekte. Na Frank, Bram en Henk volgden twee meisjes, Inge en Ariënne.
Inge vond het eerst allemaal wel erg familie-achtig aan de Korenmolenweg. Ze ging in de stad wonen en studeren, voor landschapsarchitect. Intussen is ze alweer lange tijd terug en woont ze in de buurt van haar vader voor wie ze mantelzorger is.
Piet is al 26 jaar weduwnaar. Zijn lieve en creatieve vrouw Bep overleed helaas al toen ze 67 was. Bep kon heel goed handwerken, borduren en wandkleden maken. Ze maakte ook kleding en deed aan macramé. Ze was altijd bezig. Drie jaar geleden overleed oudste zoon Frank op zijn 62ste . Ook dat was een groot verdriet voor Piet die ook toen niet bij de pakken ging neerzitten. Doorgaan is het devies van de man die dertien kleinkinderen heeft en zes achterkleinkinderen.
De wereld als geheel en Bleiswijk in het bijzonder zijn best enorm veranderd sinds de jeugd Piet Breugem. Die hele ontwikkeling heeft zijn neefje Koen van Wijk heel mooi verwoord in het boek ‘Land van glas’, dat begint op het moment dat zijn schoonvader Bram Moerman een jonge ondernemende vent was.
Toen Piet 84 werd hebben zijn kinderen en kleinkinderen een mooi foto- en verhalenboek voor hem gemaakt. Daaruit blijkt dat het gezin ondanks de drukte in de tuinderij wel op vakantie ging. Texel was vaak de bestemming. Daar leerden Piet en Bep mensen kennen die vrienden voor het leven werden.
Piet Breugem vond het leuk om zijn verhaal te vertellen en wij vonden het heel mooi om ernaar te luisteren en ze te notuleren. Hij vertelt tot slot dat hij herstellende is van een val maar dat hij de komende week weer hoopt te kunnen zingen en koersballen… Rustig doorgaan dus! (SO)


















