
Starterslening onder de loep
Algemeen 111 keer gelezenLansingerland – De commissie in Lansingerland heeft zich gebogen over het aanvullen van het fonds voor startersleningen.
Aanleiding is dat het beschikbare budget eerder dan verwacht is uitgeput, waardoor nieuwe aanvragen momenteel niet kunnen worden gehonoreerd. Het college wil van de raad horen of zij bereid is opnieuw geld beschikbaar te stellen, ondanks de bijbehorende rentelasten. De starterslening is bedoeld om het verschil te overbruggen tussen wat starters kunnen lenen en de prijs van een woning. Daarmee vormt het een belangrijke schakel in het woonbeleid van de gemeente. Sinds de herinvoering in 2022 zijn in totaal 75 starters geholpen bij het kopen van een woning, wat volgens het college de effectiviteit van de regeling onderstreept . Tegelijkertijd is het fonds inmiddels vrijwel leeg, waardoor nieuwe aanvragen stilliggen. In de commissie is er brede politieke steun voor het voortzetten van de regeling. Ton Jansen benadrukte dat de starterslening een belangrijk, maar tijdelijk instrument is om jongeren in de gemeente te houden. Zijn fractie steunt het aanvullen van het fonds tot 2027, maar ziet de echte oplossing vooral in het bouwen van meer betaalbare woningen. Ook Arjen van Berkel sloot zich daarbij aan. Hij wees erop dat de regeling in de praktijk vooral starters met hogere inkomens bereikt en minder toegankelijk is voor lagere inkomensgroepen. Volgens hem ligt dat vooral aan het beperkte aanbod van betaalbare woningen. Voor de Christiaan Toussaint is de starterslening juist een manier om betrokkenheid in wijken te versterken. Hij noemt het een bewezen en financieel verantwoord instrument, omdat het om een lening gaat die in principe wordt terugbetaald. De VVD steunt daarom verlenging van het fonds. Ook Jean Paul Meuldijk is positief en spreekt van een succesformule zonder prijsopdrijvend effect op de woningmarkt. Wel wil hij meer inzicht in de toekomst: hoeveel woningen worden gebouwd en wat betekent dat voor de vraag naar startersleningen? Kritischer geluiden kwamen onder meer van Johan Boonstoppel. Hij steunt het doel van de regeling, maar wijst op de jaarlijkse rentelasten van circa 48.000 euro die uit de algemene reserve moeten worden betaald. Zijn fractie wil eerst meer duidelijkheid over terugbetalingen en risico’s voordat zij een definitief standpunt inneemt. Een vergelijkbare lijn komt van Kalle Scheringa, die pleit voor een evaluatie van de regeling en aandacht vraagt voor de snelheid waarmee aanvragen worden verwerkt. Rita Leijendekker gaf namens het CDA aan in principe voorstander te zijn van voortzetting, maar sluit zich aan bij de vragen van de ChristenUnie. Wethouder Michiel Muis bevestigde dat het college inzet op voortzetting van de regeling. Volgens hem kan het fonds na een raadsbesluit snel worden aangevuld en kunnen aanvragen binnen enkele weken weer worden opgepakt. Tegelijkertijd erkent hij dat de regeling geen structurele oplossing biedt: het effect blijft afhankelijk van het aantal beschikbare betaalbare woningen. Daarmee lijkt de conclusie van de commissie duidelijk: er is brede steun om starters te blijven helpen, maar ook het besef dat de starterslening slechts een deel van het probleem oplost. De uiteindelijke beslissing ligt bij de raad, die in de komende maanden een knoop moet doorhakken over het al dan niet aanvullen van het fonds. (AB)















