
Arie en Riet jokten dat ze al getrouwd waren
Algemeen 133 keer gelezenBleiswijk – In de beginjaren zestig van de vorige eeuw speelde woningnood prille echtparen parten. Wie geluk had, vond een huis. Wie pech had trok in bij familie. Arie van Prooijen behoorde tot die eerste categorie.
Hij verraste er zijn verloofde Riet van Doeland mee: ‘Zullen we dan maar gaan trouwen, Riet?’ Op dinsdag 9 mei 1961 trouwden ze voor de wet en de kerk in Moordrecht, de woonplaats van Riet. Op zaterdag 9 mei 2026 waren ze 65 jaar getrouwd. Net zolang dus, als dat het echtpaar in Bleiswijk woont. Dat het echtpaar meteen na hun huwelijk een woning aan de Karel Doormanlaan in Bleiswijk betrok, was te danken aan de baas van Arie. Als assistent-kweker werkte hij in de tuinderij van Van Breugem. Arie: “De baas vertelde dat hij huizen ging bouwen en vroeg of ik interesse had. Ik zei ja. Natuurlijk zei ik ja. Ik kon eindelijk Riet ten huwelijk vragen.” Na 45 jaar verhuisden Arie en Riet naar de Terrastuin. Vanuit hun woonkamer kijken ze uit op Laurens woonzorglocatie De Tuinen, waar ze dolgraag hun oude dag vol willen maken. Voor Arie (90) en Riet (88) moest 9 mei een bijzondere en vooral feestelijke dag worden. Dat werd het door jammerlijke omstandigheden niet. Amper herstelt van een longembolie kwam Arie thuis ten val, belandde met een gebroken heup in het ziekenhuis en kreeg het huwelijksfeest een andere invulling. Riet: “Wij hebben het met onze twee zonen en schoondochter gevierd. Ondanks de omstandigheden, het was gezellig.” Het traditionele bezoek van burgemeester Rik van der Linden werd verschoven naar maandag 18 mei. Het echtpaar ontving Van der Linden in de woonzorglocatie De State Hillegersberg in Rotterdam. Beiden revalideren daar. Arie sinds begin mei. Riet zelfs al vanaf maart vorig jaar. Mantelzorger Joke is een trouwe bezoeker van de ‘brekebeentjes’ in De State. Riet: “Joke en ik kennen elkaar al heel lang van De Zonnebloem. Als mantelzorger zijn wij blij met Joke. “
Arie en Riet leerden elkaar in 1957 na een bioscoopavondje in Gouda kennen toen dienstplichtig soldaat Arie vroeg of hij haar naar huis in Moordrecht mocht brengen. En of ze een ijsje lustte? Riet: “Hij is nooit meer weggegaan.” En, na een korte stilte: “Arie en ik hebben veel meegemaakt. Mooie en leuke dingen, minder mooie en minder leuke dingen. Zoals iedereen, elk gezin of elke familie, die kent. Nu zitten wij samen hier en houden wij de moed erin.” Snel terug naar de glimlach uit het verleden. Het noemen van de Zundapp helpt. Met Riet achter op de brommer tuften ze met 30 km per uur naar Limburg, België en Duitsland. Arie: “In die tijd moest je getrouwd zijn om in een hotel te mogen slapen. Dus jokten we dat we waren getrouwd.”















