
Spanning en ellende in het laatste oorlogsjaar
Algemeen 192 keer gelezenIn deze aflevering (459) van Heden & Verleden plaatsen we het derde en tevens laatste verhaal over de oorlogsjaren, geschreven door Andreas Huurman. We danken hem voor zijn bijdragen over de oorlog.
In de zomer van 1944 werden op last van de bezetter grote delen land rondom Amsterdam en Rotterdam onder water gezet. In de waterschappen Delfland en Schieland werden ook polders aangewezen voor inundatie. Enkele boerderijen en bedrijven werden door vrijwilligers of daartoe verplichte burgers door een klein dijkje omgeven. De bijbehorende landerijen veranderden in een waterplas. De koeien stonden op stal; op het ‘land’ kon nu gevist worden…
De invasie in Normandië in juni en de daaropvolgende opmars van de geallieerde legers in Frankrijk richting België en Nederland, brachten spanning bij de Duitse bezetter en opwinding bij veel Nederlanders. In Berkel en Rodenrijs werd in juli 1944 een nieuwe (NSB-)burgemeester benoemd. Deze burgemeester betrok de ambtswoning aan de Rodenrijseweg. Dit huis werd echter in brand gestoken; de burgemeester moest met zijn gezin noodgedwongen verhuizen naar een leegstaand huis aan de Noordeindseweg.
Ondergrondse pers
Terwijl in deze periode het illegale verzetsblad “Het nieuws van de fronten” startte in de regio, kwam ook het nieuws naar buiten dat op 9 en 10 augustus 1944 in Kamp Vught 23 bezorgers van het blad Trouw waren gefusilleerd. De represailles tegen verzetslieden werden steeds heviger. Ondanks dat neemt het verzet nog toe. Het zal niet lang duren voor er vanuit Engeland wapendroppings worden georganiseerd voor het bewapenen van de verzetsgroepen, die voortaan Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten genoemd gaan worden.
Het front komt dichterbij
De Nederlandse spoor- en snelwegen zijn in deze fase van de oorlog levensgevaarlijk; het aantal beschietingen en bombardementen door geallieerde vliegtuigen is groot. Rondom de spoorwegovergang en de Rijksweg 12 bij Bleiswijk vinden meerdere keren luchtaanvallen plaats.
In een poging via Nederland snel richting Berlijn te kunnen doorstoten, lanceren de geallieerden in september een gewaagd plan. De operatie Market Garden (later ook deels bekend als de Slag om Arnhem) gaat van start. Tegelijkertijd wordt een spoorwegstaking in Nederland uitgeroepen.
Door binnenwegen van het Westland rijdt een Duits konvooi via Pijnacker en Berkel en Rodenrijs. Boven de Klapwijkseweg duiken geallieerde jachtvliegtuigen naar beneden. Een munitiewagen wordt in brand geschoten. Als de munitie ontploft, komen de restanten in een flink gebied rond de Klapwijkseweg neer. Nog jarenlang worden hulzen en metalen resten gevonden in dit gebied. Diverse ooggetuigen, destijds jonge kinderen en nu rond de 90 jaar oud, herinneren zich het nog goed.
Razzia’s, represailles en rampspoed
Aan de kant van de bezetter neemt de angst toe dat de burgerbevolking bewapend zal worden door geallieerde wapendroppings en zich nu met geweld tegen de Duitse troepen zal gaan keren. Overal in het land worden klopjachten gehouden en represaillemaatregelen genomen tegen verzetsdaden. Op 1 en 2 oktober is in het Gelderse dorp Putten naar aanleiding van een door verzetslieden gepleegde aanslag door de bezetter ook een grote ‘vergeldingsactie’ uitgevoerd. Daarbij worden onschuldige burgers bedreigd, gevangengehouden en gedood.
Op 3 oktober wordt een dergelijke razzia uitgevoerd in Berkel en Rodenrijs. Stelselmatig wordt het dorp uitgekamd en alle mannen die worden aangehouden moeten zich legitimeren. Sommigen hebben geen persoonsbewijs op zak en worden zonder vorm van proces doodgeschoten. Anderen worden op grond van verdenking van betrokkenheid bij het verzet – ook zonder proces - gedood. De dood van deze jongemannen, W. Kaptein, J.K. Havenaar, W.H.J. van der Spek en P.J. Wijsman, allen tussen 21 en 28 jaar, brengt een enorme schok in de families, het dorp en de omgeving. Hun graven zijn vandaag de dag nog te vinden op het Erehof van de gemeentelijke begraafplaats in Berkel en Rodenrijs.
In de regio Rotterdam-Schiedam worden op 10 en 11 november 1944 ca. 52.000 mannen opgepakt en naar Duitsland afgevoerd. Niet alleen om arbeidskrachten te hebben, maar ook om te voorkomen dat deze mannen zich tegen de bezetter kunnen keren.
De winter breekt aan
Als Franz Schilar, een Tsjechische man in dienst van de Wehrmacht, aan de Bergweg in Bergschenhoek wordt doodgeschoten (waarschijnlijk door een inbreker), worden op 7 januari 1945 tien jonge politieke gevangenen uit de Rotterdamse gevangenis gehaald en als represaille doodgeschoten. Aan de huidige Bergweg-Zuid herinnert nog altijd een monument aan deze gebeurtenis.
Overal in het bezette gebied vinden dergelijke willekeurige liquidaties plaats. De angst neemt alleen maar toe. En dat is nog niet alles: de optelsom van geïnundeerd land, de koude temperatuur, het gebrek aan transport en de steeds grotere ontregeling leidt tot een catastrofe in West-Nederland: de ‘hongerwinter’ is aangebroken. Wanneer komt dan eindelijk de bevrijding?
Tot slot
De historische verenigingen hebben diverse publicaties uitgebracht waarin dieper op deze gebeurtenissen is ingegaan. Ook is informatie over de Tweede Wereldoorlog in onze regio te vinden op de websites
https://lansingerland4045.jimdofree.com/ en
https://www.oorlogsslachtofferslansingerland.nl/
Wie wil reageren of ideeën voor deze pagina heeft, kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 - 511 88 92 (keuze 2) of redactie@deherautmediacentrum.nl



















