
Springstaarten en ander klein spul
Algemeen 705 keer gelezenRegio - In februari zag ik in de Papaver (Delft) een tentoonstelling over microscopische levensvormen. Algen en radardiertjes worden voor het voetlicht gehaald, maar ook aaltjes en springstaarten. Deze tentoonstelling is nog te zien tot en met mei 2023.
De microscopiefoto’s in de tentoonstelling zijn gemaakt door leden van het Nederlands Genootschap voor Microscopie. Zij organiseren ook hun bijeenkomsten in de Papaver. Eén van de leden, Wim van Egmond, brengt al jaren het microscopisch leven onder de aandacht van een groot publiek. Onlangs vertelde hij in een televisieprogramma van Max over ‘Onder het maaiveld’: een nieuwe film over bodemleven, waaraan hij veel ‘time-lapse’ opnames heeft bijgedragen. Bij een ‘time-lapse’ wordt een camera op een statief geplaatst bij een traag veranderend onderwerp. Om de zoveel tijd wordt er een foto gemaakt. Al die foto’s achter elkaar leveren een versneld filmpje. Meestal is vier seconden een etmaal. Zo groeien er schimmels op een konijnenkeutel in seconden, terwijl dit in werkelijkheid dagen duurt. Wim vertelt op tv dat hij een voorliefde heeft voor springstaarten (Collembola). Ze verschenen in beeld bij het time-lapsen van de beschimmelende konijnenkeutels. Vroeger werden springstaarten gerekend tot de insecten, maar tegenwoordig zijn ze in een aparte groep ingedeeld. Ze ontlenen hun naam aan de lange ‘staart’, die onder hun lichaam zit gevouwen. Ze kunnen zichzelf lanceren met deze staart om aan gevaar te ontkomen. De afmetingen van springstaarten liggen tussen 0,2 en 6 millimeter. Met het blote oog zijn ze net te zien, maar om ze te bestuderen is een tienmaal vergrotende loep of stereomicroscoop onmisbaar. Springstaarten leven vooral op vochtige plekken in de bodem en achter boomschors. Hun voedsel bestaat uit schimmels en rottend organisch materiaal. Een aantal jaren geleden heb ik bodemdiertjes geteld in potten van orchideeën. Om de diertjes te kunnen tellen, werden ze gescheiden van de grond in een Tullgren-val: een trechter met grof gaas van onderen en een lamp erboven. De bodemdieren vluchten naar onderen om aan licht en droogte te ontsnappen en vallen in een potje alcohol. Bij deze tellingen trof ik soms duizenden springstaarten aan. Die verdeelde ik in drie categorieën: kleine dikkertjes , grote kanjers en kleine rups-vormigen. In 2017 kocht ik de Fotogids Springstaarten, van Anne Krediet, Jan van Leeuwen en Tjomme Fernhout, waarin 50 soorten in beeld worden gebracht. In totaal worden in Nederland ongeveer 400 soorten onderscheiden in 20 families.















