Een beerdiertje kan niet leven op de maan. (Foto: Wim van Egmond)
Een beerdiertje kan niet leven op de maan. (Foto: Wim van Egmond)
NATUUR ONDER DE LOEP

Beerdiertjes zoeken

Algemeen 453 keer gelezen

Lansingerland - Zo nu en dan duiken er beerdiertjes op in de media. Telkens herhaalt men over deze diertjes dezelfde wetenswaardigheden die mijns inziens enige nuancering behoeven…

In de Volkskrant van 30 november 2021 stond een artikeltje over beerdiertjes van George van Hal, waarin hij beweert: “Trek een pluk mos uit de grond, en je hebt er zo een paar duizend te pakken: beerdiertjes, minuscule wezentjes die je met het blote oog niet kunt zien en die een bizar scala aan superkrachten hebben.” Zozo, een paar duizend in een pluk mos... Enkele jaren geleden heb ik naar beerdiertjes gezocht in een pluk mos, maar zonder succes. De bewering van Hal stimuleert mij tot het ondernemen van een nieuwe zoekpoging. Eerst raadpleeg ik enkele naslagwerken. ‘De Nederlandse biodiversiteit’ vermeldt dat er in Nederland 27 soorten beerdiertjes bekend zijn en wereldwijd 1045. In ‘Das leben im wassertropfen’ lees ik dat volwassen beerdiertjes, afhankelijk van de soort, tussen 0,05 en 1,2 millimeter lang zijn. Dat is niet superklein, dus met een stereomicroscoop (vergroting 10 tot 40x) moeten ze zichtbaar zijn. Verder lees ik dat beerdiertjes op mossen en korstmossen leven. Dat is tevens hun voedsel. Alleen onder vochtige omstandigheden zijn ze actief in een dun waterfilmpje op het (korst)mos. Als hun biotoop uitdroogt, dan drogen ook de beerdiertjes uit. Ze veranderen dan in een ‘tonnetje’, dat in uitgedroogde toestand lange tijd kan overleven.

Microfotograaf Wim van Egmond adviseert om, voorafgaand aan mijn onderzoek, het mos eerst een halve dag in (regen)water te laten staan om de beerdiertjes te activeren. Een bewegend beestje is gemakkelijker te vinden dan een roerloos minuscuul ‘tonnetje’. Half januari haal ik wat plukjes mos van drie verschillende plekken in de omgeving van ons huis. Na wat gerommel met mos en water en speuren met de microscoop vind ik zowaar een beerdiertje! Met bedachtzame bewegingen van drie van de vier pootparen klautert ie over een zandkorrel die, bij deze vergroting, op een rotsblok lijkt. Het mollige lijfje en de bewegingen van de korte dikke pootjes met klauwtjes doen denken aan een beer. Het beestje zat in het mos dat op ons terras groeit. Dan nog even over die superkrachten waar George van Hal over schrijft. Hij doelt daarmee op experimenten waaruit blijkt dat beerdiertjes in uitgedroogde toestand allerlei extreme omstandigheden kunnen overleven, zelfs op de maan. Maar als tonnetje overleven is niet hetzelfde als leven en voortplanten. Dat doen ze niet op de maan, want er is water noch mos.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant