Robert Smits:
Robert Smits: "In de krottenwijken van Rio de Janeiro is dood ook dood. Geen jammerende oma. Geen huilende tante. Dood is dood." (Foto: Arie van Driel)

Weldoener en oud-Bleiswijker Robert Smits doet stapje terug

Algemeen 1.943 keer gelezen

Berkel en Rodenrijs - Ruim veertig jaar lang bekommerde Robert Smits zich over het lot van de straatkinderen van Rio de Janeiro. Dankzij zijn inzet en die van de medewerkers van zijn stichting Help mij leven kregen duizenden kinderen uit de door drugskartels en doodseskaders beheerste sloppenwijken (favela’s) een beter leven. Op 1 januari doet Smits een stapje terug. De oud-Bleiswijker gaat met pensioen.

Een terugkeer naar Bleiswijk zit er overigens niet in. Smits: “ik ken Rio door en door. Regelmatig vragen mensen mij om hen de stad te laten zien. Vind ik leuk om te doen. Dus word ik straks stadsgids en neem ik toeristen mee naar de mooie en minder mooie plekken van Rio. Verder blijf ik nog een jaar voorzitter van het stichtingsbestuur. Daarna neemt Paula het van me over. Zij was ooit een straatkind zonder kansen, maar werkt nu bij een bank. En vanuit de stichting REMER blijf ik in Nederland fondsen werven.”

Depressie

Voor Smits waren de vier decennia in Rio geestelijk zwaar. Hij had met corrupte politieagenten te maken. Met drugsbazen aan wie hij met een zak over zijn hoofd of een pistool tegen zijn slaap toestemming moest vragen om straatkinderen te mogen opvangen. Met drugsbendes die om hem heen dood en verderf zaaiden en niet naar leeftijd keken. Smits: “Als voorbeeld. Een meisje van 13 jaar bleek zwanger van een bendelid maar kreeg verkering met een jongen van 15 jaar uit een concurrerend drugskartel. Als straf sneden ze de buik van dat meisje open. Vervolgens werden ze samen in een auto verbrand.” Van de moorden die zich voor zijn ogen afspeelden en tien van zijn kinderen in zijn opvanghuis het leven kostte, raakte hij in een depressie. Smits: “Om daar uit te komen en er niet aan onderdoor te gaan, zocht ik naar voorbeelden van straatkinderen die doordat wij hen opvingen of thuis bezochten, in hun latere leven slaagden. Door hen ervan te overtuigen niet de criminaliteit in te gaan. Kinderen die overdag door de stad zwierven, ‘s avonds een cursus volgden en uiteindelijk werden toegelaten tot de universiteit. Jongeren die nu een fijn gezin en een goede baan hebben. Judiceia is daar een goed voorbeeld van. Zij is psycholoog en werkt bij ons. Drie van onze bestuursleden leefden ooit op straat. Kijk waar ze nu staan. In dit soort voorbeelden zocht ik het. Klopt. Dat klinkt misschien allemaal wat makkelijk, alsof ik erover heen stap. Dat is niet zo. Ik werd niet zomaar depressief. Geloof me, ik ben door bergen en dalen gegaan. Ik vond echter net op tijd de manier hoe ermee om te gaan. En dat was het goede wat Help mij leven voortbracht, naar boven halen.”

Feyenoord

In de magie van Help mij leven is voetbal het ultieme toverwoord. In het spelletje vindt de jeugd uit de krottenwijken een aanmoediging annex uitdaging. Doorgroeien en plezier uit het leven halen. Smits richtte twee voetbalscholen op, Sparta en Feyenoord. Zelf is hij fervent supporter van de club uit Rotterdam-Zuid die partner is van zijn stichting. Tijdens haar bezoek aan de VN-milieuconferentie in Brazilië in november, bezocht burgemeester Carola Schouten de Escolina Feyenoord. In het shirt van de club uit haar stad voetbalde ze niet onverdienstelijk een partijtje mee. Smits moest haar zo nu en dan zelfs afremmen.

Vuilnisbelt

Het voetbalveldje van Sparta ligt op een vuilnisbelt en grenst aan een plein waar een drugskartel de handel stevig in handen heeft. En de politie geen wetten kent. Smits: “De kinderen voetballen tussen de drugsdealers. Toch zei ik tegen hun ouders ‘hier is jullie kind veilig’. Tijdens een toernooi renden er plots vijf agenten het veldje op en schoten een jongen dood, terwijl twee andere jongens door rondvliegende kogels werden geraakt. Die dode jongen bleek lid van een drugsbende. Tijdens de begrafenis zag ik zijn ouders naar me kijken. Ze zeiden het niet, dachten het wel. ‘Jij vertelde toch dat hier voetballen veilig was voor ons kind.”

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant