
Gemeenteraad discussieert over 30 kilometerzones
AlgemeenLansingerland – Afgelopen week werd in de commissie Ruimte het onderwerp ‘30 km/u is de norm in Lansingerland’ besproken, naar aanleiding van verschillende ingediende opmerkingen van bewoners over onveilige verkeerssituaties. Vooral rondom scholen hebben bewoners herhaaldelijk aangegeven dat te hoge snelheden op wegen zoals de Boterdorpseweg, Stationssingel en Merenweg leiden tot gevaarlijke situaties.
De commissie Ruimte lijkt in meerderheid voorstander te zijn van een 30 kilometerzone op de Stationssingel in Berkel en Rodenrijs, maar de indieners van dit bespreekpunt pleiten voor een bredere gemeentelijke aanpak. Zij willen niet alleen reageren op incidenten, maar juist streven naar een uniforme norm van 30 km/u binnen de bebouwde kom, zodat de veiligheid van alle weggebruikers wordt verbeterd. Tijdens de vergadering werd ook het ontwerp van de omgevingsvisie genoemd, waarin verkeerssnelheden aan bod komen. De daadwerkelijke uitvoering hiervan zal echter pas in het mobiliteitsplan worden uitgewerkt. De indieners vroegen de overige fracties of zij het eens zijn met de norm van 30 km/u en welke specifieke wegen eventueel van deze norm zouden moeten worden uitgezonderd. Ze vroegen ook naar de voorkeur van de fracties voor een integrale aanpak of een meer incidentele benadering.
Nanno Scheringa (PvdA) opende het debat door te benadrukken dat de veiligheid van inwoners vooropstaat. Hij verwees naar de zorgen die bewoners in eerdere commissievergaderingen hadden geuit over onveilige verkeerssituaties in hun omgeving. “30 km per uur is veiliger, dat willen we voor de bewoners van Lansingerland”, aldus Scheringa. Hij verwees ook naar de omgevingsvisie, waar het idee van een 30 km/u norm al was opgenomen, maar benadrukte dat dit onderwerp nog verder uitgewerkt moet worden in het mobiliteitsplan. Scheringa legde uit dat het belangrijk is om een integrale aanpak te hanteren en niet alleen op incidenten in te spelen. “We willen niet van incident naar incident reageren”, zei hij. “We willen structurele maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren.” Jan Jumelet (WIJ) uitte kritiek op het feit dat de discussie over de 30 km/u zones niet al eerder was gevoerd, bijvoorbeeld bij de behandeling van de omgevingsvisie. Volgens Jumelet had de norm daar al aangescherpt kunnen worden, zodat er nu geen ruimte zou zijn voor een discussie die “te laat” zou komen. “Waarom hebben we deze discussie niet eerder gevoerd?”, vroeg hij zich af. “De omgevingsvisie is vrijgegeven voor inspraak, maar nu lijkt het alsof we alles moeten aanpassen zonder dat we het eerder serieus hebben besproken.” Scheringa reageerde hierop door te stellen dat de omgevingsvisie een kader biedt, maar dat de uitvoering ervan pas verder uitgewerkt moet worden in het mobiliteitsplan. Hij erkende dat de discussie over de 30 kilometerzones niet eenvoudig is en dat technische gegevens van verkeersdeskundigen nodig zijn om deze maatregel goed door te voeren. Ineke den Heijer (D66) pleitte voor een integrale benadering van verkeersveiligheid en mobiliteit. “We moeten dit gesprek voeren op het moment dat we het mobiliteitsplan bespreken, niet nu”, stelde Den Heijer. “De omgevingsvisie biedt een goed startpunt, maar we moeten wachten op het volledige mobiliteitsplan om alle aspecten van verkeersveiligheid in één keer te kunnen beoordelen.” Marko Ruijtenberg (GL) vroeg zich af hoe snel de invoering van de 30 kilometerzones zou kunnen plaatsvinden en welke belemmeringen er nog zijn: “Wat is de tijdsplanning voor de uitvoering van deze maatregel? Is het haalbaar om dit voor 2030 te realiseren?” De wethouder gaf aan dat het mobiliteitsplan eind dit jaar verwacht wordt en dat daarin ook ruimte is voor de discussie over de invoering van de 30 kilometerzones. Ruijtenberg benadrukte dat het nu vooral ging om het voortraject, zodat het gesprek over de praktische uitvoering van de maatregel kan plaatsvinden. “Dit is een eerste stap, maar we willen meer duidelijkheid over de tijdslijn en de obstakels die we moeten overwinnen”, aldus Ruijtenberg.















