
Herman Veenman
AlgemeenHerman Veenman is ‘aangedragen’ door onze collega Andrea van der Houwen die wist dat deze Berkelse Bleiswijker- die ook lange tijd in Bergschenhoek heeft gewoond – als regisseur van toneelvereniging ’t Foetligt een interessant verhaal te vertellen moest hebben. Zelf heeft Andrea Herman al een keer gesproken over de ‘scharenverzameling’ van Hermans vader Anton. Ook een boeiend onderwerp: wie spaart of verzamelt immers scharen? Vader Veenman dus. De goede man leeft al niet meer en dus hangen nu de scharen bij zijn kleindochter Tanja, dochter van Herman en Loes Veenman, in Wezep aan de muur.
In hun ruime vrijstaande woning aan de Albert van ’t Hartweg in Bleiswijk, pal naast de kas van Ovata, wonen Herman en Loes alweer heel wat jaren met veel plezier. Herman noemt zichzelf een echte 3-B-er. In alle drie de dorpen die Lansingerland vormen heeft hij lange tijd gewoond. Zijn jeugd bracht hij door ‘achter in het Noordeinde’ in Berkel. Zijn vader had nabij de kruising met de Meerweg een groentekwekerij. Met de liefde van zijn leven, Loes van Loopik, woonde Herman eerst aan de Sterrenweg in Berkel en toen lange tijd aan de Oosteindseweg in Bergschenhoek, totdat ze de kans kregen om in Bleiswijk een grote vrijstaande woningen te verwerven. “Ik heb dus in heel Lansingerland gewoond maar toch blijven we altijd wel op Berkel georiënteerd. Daar zit ook de toneelvereniging waar ik vanaf het begin lid van ben.”
Dat is dus ’t Foetligt!
Inderdaad. Ik ben vanaf de oprichting in 1972 lid. Volgend jaar bestaan we vijftig jaar. In maart van dat jaar gaan we het stuk opvoeren dat we eigenlijk voor het voorjaar van 2020 op het programma hadden staan. Corona gooide roet in het eten en doet dat nog steeds. We kunnen al een jaar niet meer repeteren. Alles is er op gericht om na de zomer weer te beginnen. De planning is dat we op 4 en 5 maart 2022 in zaal Rehoboth ons stuk, Vreemde Vogels en Rare Gasten, gaan uitvoeren. De kaarten die onze vele vaste bezoekers en fans al meer dan een jaar in huis hebben, blijven gewoon geldig.
Hoe is jullie vereniging destijds tot stand gekomen?
Begin jaren zeventig was alles in Berkel nog tamelijk verzuild. Van oudsher had je katholieke en protestantse bakkers, kruideniers, groenteboeren, kappers, enzovoort. Van alles had je twee. Het was al heel bijzonder dat wij achter in het Noordeinde in Berkel als protestanten naar een katholieke kapper gingen, namelijk naar kapper Krak terwijl we eigenlijk naar Van der Wal toe moesten. Alles ging dus in tweeën: je had een katholieke toneelclub, De Berkelse Spelers. Maar ja, daar konden wij geen lid van worden. En dus richtte Geert van den Berg een protestantse toneelvereniging op.
Dus jij werd ook meteen lid?
Zeker, toneelspelen leek me ontzettend leuk en vanuit het protestantse jeugdwerk CJV speelden wij elk jaar al tijdens de jaarvergadering een toneelstukje. Ik had er dus al aan kunnen proeven. Tevens kende ik natuurlijk heel veel mensen die zich ook aansloten.
Wat is het mooie van toneelspelen?
Helemaal in de huid van het personage kruipen en zo spelen dat de mensen je niet meer herkennen als Herman Veenman maar helemaal als de persoon die je speelt. Zelf spelen is eigenlijk het allermooiste om te doen, maar ja, op een zeker moment zochten ze een regisseur en toen ben ik dat geworden. Na Geert van den Berg werd Piet van Heijningen regisseur en daarna zijn vrouw Bea. We hebben toen nog heel even een professional uit Utrecht gehad, maar die rekende geld en dat werd de vereniging uiteindelijk te veel. Dus toen ben ik het gaan doen. Spelen is leuk maar regisseren zeker ook. Je spelers de juiste rol geven die bij het stuk gevraagd wordt om vervolgens ze helemaal in die rol te laten kruipen. Met z’n allen een goed stuk neerzetten en de mensen een avondje lekker laten lachen, dat is de uitdaging. Daarnaast is het sociale aspect van elkaar ontmoeten en het met elkaar gezellig hebben, eigenlijk nog belangrijker. We spelen over het algemeen vrolijke stukken waar een hele trouwe schare mensen op af komt. ’t Foetligt is nu voor iedereen.
Kun je toneelspelen leren of moet het in je zitten?
Je kunt veel leren, maar talent verloochent zich niet. Mensen die echt goed zijn, herken je gewoon niet meer. Zulke dragende figuren die het echt in zich hebben, heb je nodig om er een succes van te maken.
Je vader was dus kweker? Wat ben je zelf gaan doen?
Ik wilde graag lasser worden in de offshore. Maar op mijn vijftiende heb ik een naar ongeluk gehad in het zwembad in Rodenrijs. Door het groene water zag ik niet wat er onder het wateroppervlak aanwezig was en toen ben ik op iemand anders gedoken, met als gevolg een ernstige nekkwetsuur. Een baan met potentieel gevaar zat er toen niet meer in. Mijn vader kwam toen met het verhaal dat ze in de ijzerwarenwinkel van Siem Maree een ‘ventje’ zochten. Zo heb ik daar een jaar of acht gewerkt. Voordat ik ‘s morgens daar heen ging, werkte ik eerst thuis nog een paar uur in de tomaten. Ik hoefde ze niet te plukken omdat ik voor het winkelwerk geen groene handen mocht krijgen. Dus was mijn taak: het sorteren. Na Maree heb ik lang in Zoetermeer bij de Doe het Zelf-zaak van Van der Tas gewerkt en daarna ben ik een eigen bedrijf begonnen in toegevoegde voedingselementen voor de tuinbouw en ook voor andere toepassingen zoals golfbanen. Dat was in 1992. Het bedrijf bestaat nu bijna dertig jaar en intussen heb ik het overgedaan aan onze schoonzoon, Björn van Reeuwijk. Björn doet het werk en ik ben op de achtergrond nog een beetje adviseur.
Je zegt schoonzoon, dus jullie hebben kinderen?
We hebben twee dochters, Siska en Tanja. Siska en Björn wonen in Lansingerland en Tanja woont met partner Gerald in Wezep. Onze dochters en hun partners hebben ervoor gezorgd dat we vier hele leuke kleinkinderen hebben. Dat zijn de mooiste cadeaus die ze je kunnen geven.
Heb je nog meer hobby’s dan alleen toneelspelen?
Lezen. Tuinieren. Op vakantie gaan met de caravan en nu met de camper. En met mijn dochter Tanja ben ik weer met wijn maken begonnen. Die camper hebben we nog niet zo heel lang, dus mijn vrouw Loes zinspeelt er wel eens op dat we door dat toneel nogal beperkt zijn in het op pad gaan met de camper. Dat is wel zo, maar dat toneel is toch te leuk om het niet meer te doen en het is vooral in de wintermaanden. Dat we al meer dan een jaar stilstaan is al erg genoeg.
Is Loes geen toneelspeler?
Loes is een ontzettend leuke vrouw en ook iemand met humor, maar ze is geen toneelspeler. Dat laat ze echt aan mij over. Ze heeft zelf altijd in het onderwijs gewerkt. We kennen elkaar nu bijna een halve eeuw en we zijn nog steeds dol op elkaar. Toen we elkaar hadden leren kennen, wisten we heel snel dat we voor elkaar bestemd waren. In no time waren we verloofd en getrouwd.
Nog even terug naar het toneel. Wat voor een type regisseur ben jij?
Ik ben niet heel dwingend en vind het juist leuk als bepaalde spelers een beetje improviseren. Als ze dat goed doen, dan merkt het publiek dat. De mensen vinden dat heel leuk. Dus ik ben wel iemand die de spelers vrijheid geeft. Hoe los het spel en improviseren ook kan zijn tijdens de repetities, ik wil als regisseur wel dat het door de hele groep gedragen wordt en dat ieder de rol neerzet die hij of zij moet spelen. Zelfs de kleinste rol telt hierin mee. Naast het spelen is er nog het decor, geluid, de souffleuse en de grime die het geheel compleet maken.
Hoe kijk je aan tegen het huidige Lansingerland ten opzichte van je jeugdjaren?
Het is wel groot geworden, maar ondanks de groei is het toch nog steeds behoorlijk dorps en persoonlijk. Wat ik al zei: we hebben overal in Lansingerland gewoond en het is overal goed toeven. Ik hoop er nog heel lang gezellig te wonen, met alles erop en eraan, en daar hoort toneelclub ‘t Foetligt helemaal bij!
















