zaterdag 6 maart 2021 | week 09
Home » Politiek » Voor- of nascheiden van afval, dát is de vraag (2)
Selfie van Jan Pieter Blonk (Leefbaar 3B).

Voor- of nascheiden van afval, dát is de vraag (2)

Dubbelinterview met Jan Pieter Blonk en Michiel Muis

Voor- of nascheiden van afval, dát is de vraag (2)

Lansingerland – Het invoeren van een ander systeem voor het afvoeren en verwerken van huishoudelijk afval staat nog steeds op de politieke agenda. De hoeveelheid restafval gaat niet snel genoeg omlaag om de lange termijn doelstellingen te halen. Afvalscheiding aan de bron moet door inwoners veel beter worden gedaan omdat de gemeente achteraf wordt geconfronteerd met oplopende kosten voor extra nascheiding of verbranding van restafval. Wij stoken het politieke vuurtje in dit tweede interview verder op.

Freek J. Zijlstra

Hans de Rijke concludeerde twee weken geleden in een Opinieartikel dat nascheiden beter is voor het milieu èn de portemonnee, en dat DIFTAR (geDIFferentieerde TARifering van (rest)afval) absoluut niet ingevoerd moet worden!
Wij peilden vorige week onafhankelijk van elkaar wat bij Matthijs Machielse (VVD) en Menno Duk (GroenLinks) in welke afvalcontainer terechtkomt aan de hand van 5 stellingen. Matthijs kiest voor nascheiding en Menno kiest voor DIFTAR. Diezelfde 5 stellingen legden we nu voor aan Jan Pieter Blonk (Leefbaar 3B) en Michiel Muis (D66).

1. Het aanbieden van afval moet voor inwoners duidelijk en makkelijk uitvoerbaar zijn.

Jan Pieter: “Ja, volkomen mee eens. Als het moeilijk is om van je afval af te komen, zal bereidheid om zoveel mogelijk je afval thuis te scheiden fors afnemen. In het verslag van de representatieve raadpleging onder de inwoners van Lansingerland staat: ‘Afval scheid ik beter indien ik het gemakkelijk kwijt kan’. Fijn om te lezen is dat in het Belevingsonderzoek Openbare Ruimte 2020 (Lansingerland peilt) 77% van de respondenten tevreden is over de afvalinzameling.”
Michiel: “Gemak en uitvoerbaarheid zijn belangrijk. Daar kan wat aan gebeuren, door het serviceniveau te verhogen. Denk aan ophaalfrequentie of een moderner afvalbrengstation. Het wordt echt hoog tijd dat we actie ondernemen om de hoeveelheid restafval drastisch te verminderen. De rekenkamer heeft de raad al in 2018 geadviseerd, maar we wachten nog steeds op nieuw beleid. Voor 2020 was de doelstelling 100 kilo per inwoner, terwijl nu nog het dubbele de afvalbak in gaat.”

2. De hoeveelheid restafval kan alleen omlaag door invoering van DIFTAR.

Jan Pieter: “Met DIFTAR wordt beoogd om de hoeveelheid restafval te verminderen. Dat wordt gestuurd door geld. Bij minder restafval hoeft de inwoner minder te betalen. Bij de inwonersraadpleging geeft 54% aan dat bij meer restafval meer betaald moet worden, 28% weet het nog niet en 18% is het ermee oneens. De conclusie dat DIFTAR dan moet worden ingevoerd, lijkt mij voorbarig. Ik wil eerst inzicht hebben in de kosten van afvaldumping en vervuiling van GFT, papier, textiel en PMD in restafval. Vooral het terugdringen van GFT in restafval zal grote winst opleveren.”
Michiel: “Veel inwoners scheiden hun afval goed. DIFTAR zorgt dat de vervuiler meer betaalt dan degene die netjes afval sorteert. De meeste inwoners zijn het hier ook mee eens. Nascheiden klinkt leuk en vooral gemakkelijk, maar het biedt geen totale oplossing voor al je afval. Groente-, fruit-, en tuinafval, papier en textiel kun je niet nascheiden. Het scheiden van deze stromen kan wel veel beter, nu verdwijnt het nog te vaak in de restafvalbak.”

3. Invoering van DIFTAR leidt tot afvaldumping en maatschappelijke onrust.

Jan Pieter: “De kans op dumping van restafval in het openbaar gebied is waarschijnlijk groot, want het scheelt direct geld. Voor de inwoner een lagere rekening van de gemeente en voor de gemeente een forse kostenpost. Bij maatschappelijke onrust heb ik het beeld van de chaos bij de invoering van DIFTAR in Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Ik wil niet geconfronteerd worden met allerlei falende ICT-systemen van pasjes en scanners op kliko’s. Ook burenruzies over ongeoorloofd gebruik maken van andermans kliko wil ik niet.”
Michiel: “Een grote meerderheid van de inwoners is ongerust over de grote hoeveelheid afval die we produceren. Onbeperkt afval aanbieden stimuleert mensen 0% om afval goed te scheiden. Iedere verandering zorgt voor maatschappelijk debat. Dat is goed, we moeten daarom zorgen dat de communicatie over de manier waarop je je afval kwijt kunt duidelijk is. Vooral inwoners in hoogbouw moet je beter helpen, omdat zij minder ruimte hebben om afval te scheiden.”

4. De kosten van PMD-bronscheiding in plastic zakken zijn uiteindelijk hoger dan het nascheiden van restafval.

Jan Pieter: “Dat zou best eens kunnen, maar dat heeft dan alleen met extra transportkosten te maken. De plastic zakken die nu worden opgehaald gaan ook naar de fabriek om de PMD onderdelen plastic, drankkartonnen en metalen blikjes te scheiden. Na die scheiding blijft ook restafval over. In de nascheidingsfabriek (PMD uit restafval halen) gebeurt dat ook. Dus die verwerkingskosten zullen niet veel verschillen tussen PMD bronscheiding thuis en na-scheiding in de fabriek. Kiezen voor nascheiden lijkt een goed idee.”
Michiel: “Kosten voor restafval blijven stijgen. Daarom betalen onze inwoners tientallen euro’s meer belasting. Het is belangrijk om die stroom aan te pakken, wat effectief kan met een DIFTAR-systeem. Minder restafval betekent minder kosten. Door het wachten op nieuw beleid lopen kosten verder op. Het is echt tijd dat inwoners die hun afval scheiden, dat ook merken in hun portemonnee. Een focus op alleen kosten voor PMD is niet de oplossing: het gaat om alle afvalstromen.”

5. Goede bronscheiding van GFT, papier/karton, glas en textiel levert meer reductie van restafval op dan een goed uitgevoerde PMD-bronscheiding.

Jan Pieter: “Alle soorten goed uitgevoerde scheidingen van afval dragen bij aan vermindering van restafval. Het meest geldt dat voor GFT. Verheugd was ik te lezen in het verslag van de raadpleging dat door de inwoners wordt aangegeven 80% het afval te scheiden, omdat het beter is voor het milieu. Het doel is 75% scheiding van de verschillende afvalsoorten en dat doel lijkt gehaald te kunnen worden, omdat de wil er is.”
Michiel: “Ja, zeker! Alle afvalsoorten kunnen nog veel beter worden gescheiden. Het terugbrengen van restafval en hergebruik van grondstoffen is de echte uitdaging. De discussie over een plastic zak die een keer in de week buiten gehangen moet worden, vertroebelt het zicht op de werkelijke uitdagingen. Restafval inzamelen wordt steeds duurder. Op basis van het onderzoek van de AfvalSpiegel heb ik veel vertrouwen dat onze inwoners een verschil willen maken door zoveel mogelijk afval te scheiden.”

‘Selfie’ van Michiel Muis (D66).

Samengevat:

Jan Pieter Blonk (Leefbaar 3B) kiest voor nascheiden van PMD; voor de mogelijke invoering van DIFTAR heeft hij informatie nodig over de kosten van afvaldumping èn over de hoeveelheid GFT, papier, textiel en PMD in restafval.
Michiel Muis (D66) kiest voor DIFTAR omdat nascheiden op dit moment onmogelijk is en geen volledige oplossing biedt. Daarnaast moeten inwoners die hun best doen daarvoor beloond worden.