
Eind jaren dertig: komt er oorlog?
Na een paar onrustige jaren in Europa, wordt eind augustus 1939 een algemene mobilisatie van het Nederlands leger afgekondigd. Vele tienduizenden dienstplichtige militairen en reservisten werden opgeroepen zich te melden bij hun onderdeel. Ook in Bergschenhoek, Berkel en Bleiswijk kwam dit nieuws hard aan: de mannen konden thuis en op het werk niet gemist worden!
Hoewel veel jongemannen geen slechte herinneringen hadden aan hun diensttijd en de gedachte er eerst nog was dat het allemaal wel snel weer voorbij zou zijn, werd in de eerste week van september al duidelijk dat het ernst was en de mobilisatie bovendien nog wel even zou duren. Het Duitse leger viel namelijk Polen binnen en de daarop volgende oorlogsverklaring van Engeland en Frankrijk was een logisch, maar spannend gevolg. Zou Nederland weer neutraal kunnen blijven in deze nieuwe Europese oorlog?
Mobilisatie
Een groot deel van de jongemannen uit onze regio had zijn dienstplicht vervuld als infanterist in Leiden, bij het 4e regiment infanterie (4RI) of als artillerist bij het 2e Regiment Veld Artillerie in Den Haag. Een kleiner deel, zoals de studenten van technische opleidingen, was ingedeeld geweest bij de Genie. Een enkeling had gediend bij het Korps Motordienst, de Huzaren (als motorrijder) of bij de geneeskundige troepen. Waar het voor deze mannen in de jaren twintig en dertig allemaal oefening was geweest, werd er tijdens de mobilisatie vaak niet meer zo luchtig over gedacht. Er werden stellingen aangelegd, de grenzen werden streng bewaakt en er werd in toenemende mate geoefend.
Ook elders nam de spanning toe. De overheid lichtte burgers steeds nadrukkelijker in over de gevaren van lucht- en gasaanvallen en raadde aan ook thuis voorzorgsmaatregelen te nemen. In oktober 1939 werden distributiestamkaarten uitgereikt in het hele land en werden proeven genomen met voedseldistributie: onder andere suiker ging tijdelijk ‘op de bon’. Werd het ernst?
Tijdens een opvallend strenge winter in 1940 gebeurde er relatief weinig aan de Nederlandse grenzen. De mobilisatie begon voor het gevoel van velen lang te duren en met de komst van het voorjaar brak de zon niet alleen letterlijk steeds meer door, maar begon ook de gedachte dat de oorlog aan ons land voorbij zou gaan, weer steeds meer hoop te geven.
Verveling
De mannen van 4RI waren vanuit de Morspoortkazerne in hun garnizoensstad Leiden nu ondergebracht in het gebied nabij vliegveld Valkenburg (bij Katwijk). Ook de artilleristen uit Den Haag waren naar hun mobilisatiebestemming verhuisd. Zij zijn met hun geschut in de regio rond Katwijk en Noordwijk geplaatst. Velen sliepen bij boeren in bollenschuren, waren ingekwartierd bij burgers of in scholen. Tussen de oefeningen en het aanleggen van stellingen door, hadden de mannen tijd voor bijvoorbeeld een spelletje, een sigaretje of het schrijven van een kaartje naar huis. Een bezoek aan een kerkdienst, een optreden in een zaaltje of een militair tehuis bracht wat afleiding. Vriendschappen met elkaar werden hernieuwd of gesloten en ook met gastgezinnen ontstonden vaak hechte contacten die nog jaren na de oorlog zouden voortduren. Toch wordt naderhand ook beschreven dat er sprake was van verveling. Op de tuin of de boerderij thuis werd de inzet van de mannen gemist – en wat was nou het nut van deze mobilisatie?
Schok
Dan breekt de ochtend aan van 10 mei 1940. Honderden Duitse vliegtuigen zijn over het land getrokken, schijnbaar op weg naar Engeland? Tegelijk steken Duitse troepen de grenzen op meerdere plekken over: ons land is binnengevallen en de oorlog is niet langer ‘op afstand’. Het doel om de regering en het koningshuis te overrompelen en gevangen te nemen, houdt ook in dat juist de vliegvelden rond Den Haag worden aangevallen: Ypenburg, Ockenburg en Valkenburg en omgeving zijn frontgebied geworden. De oorlog breekt in alle hevigheid door, zowel voor militairen als voor burgers in de betreffende gebieden. Voor de mannen van ‘4RI’ breken enkele dagen van hevige gevechten aan. Zij komen later getekend door deze oorlogsdagen terug naar huis.
Het komt dichtbij
Waar niet gerekend wordt op oorlogshandelingen in het boerenland tussen de grote steden, blijken vele Duitse vliegtuigen een uitwijkplaats te zoeken voor een (nood)landing. In het gebied tussen Bergschenhoek, Berkel en Bleiswijk en ook richting Overschie en Pijnacker, komen meerdere van die grote toestellen neer. Sterk bewapende Duitse luchtlandingstroepen proberen hun landingsplek te verlaten om op te kunnen trekken naar Den Haag. Maar genisten uit Zoetermeer, wielrijders uit Gouda en gemotoriseerde troepen uit de regio Den Haag weten (soms na verbeten gevechten) de Duitse soldaten te omsingelen en gevangen te nemen. Op 14 mei 1940 is het bombardement op Rotterdam zichtbaar vanuit de dorpen ten Noorden van de stad. Ook nu nog herinneren ouderen zich dat ze als kind papiersnippers opraapten die vanuit Rotterdam door de lucht terechtkwamen in Berkel, Bergschenhoek en Bleiswijk.




