Het betreft bijvoorbeeld hulpmiddelen voor het zelf aantrekken van steunkousen en communiceren via een beeldscherm.
Het betreft bijvoorbeeld hulpmiddelen voor het zelf aantrekken van steunkousen en communiceren via een beeldscherm.

Hulpmiddelen belangrijk in wijkverpleging

Regio - De meeste zorgprofessionals in de wijkverpleging zien iedere werkdag cliënten die hulpmiddelen gebruiken die de zelfredzaamheid vergroten. Zorgprofessionals zijn positief over deze hulpmiddelen en bij de indicatiestelling wordt vaak al nagegaan wat passende hulpmiddelen voor een cliënt zijn.

Toch zijn er ook nog verbeterpunten, zo blijkt uit landelijk vragenlijstonderzoek onder (wijk)verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden die werkzaam zijn in de wijkverpleging. Het Nivel voerde dit onderzoek eind 2025 uit in opdracht van Zorginstituut Nederland.

Twee derde van de respondenten heeft elke werkdag te maken met thuiswonende cliënten die hulpmiddelen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan hulpmiddelen voor het zelf aantrekken van steunkousen, het druppelen van ogen, het toedienen van medicijnen en het communiceren via een beeldscherm. Dit zijn allemaal hulpmiddelen die de zelfredzaamheid van cliënten kunnen vergroten en daarmee bijdragen aan het betaalbaar en toegankelijk houden van de wijkverpleging. Respondenten staan positief tegenover hulpmiddelen die de zelfredzaamheid van cliënten bevorderen. Tegelijkertijd geven zij aan dat cliënten daar niet altijd voor openstaan. Het is daarom belangrijk dat zorgprofessionals hun cliënten goed informeren over de voordelen van hulpmiddelen, bijvoorbeeld dat zij daardoor minder afhankelijk worden van de wijkverpleging of van mantelzorgers.

Verbeterpunten in wijkverpleging

Veel gaat al goed in de wijkverpleging. Zo wordt bij de indicatiestelling voor wijkverpleging gekeken hoe hulpmiddelen en het sociale netwerk kunnen worden ingezet bij cliënten. Tegelijkertijd zijn er ook verbeterpunten. Bijna de helft van de respondenten ervaart te weinig mogelijkheden om tijdens werktijd scholing te volgen, en bijna een derde geeft aan onvoldoende ruimte te krijgen voor intervisie tijdens werkuren. Vooral voor zorgprofessionals die de indicatiestelling uitvoeren, is intercollegiale toetsing belangrijk. Toch geeft de helft van deze indicerende professionals aan dat zij in het afgelopen halfjaar geen enkele keer hebben deelgenomen aan intercollegiale toetsing over de indicatiestelling. Dit vormt een belangrijk aandachtspunt voor organisaties in de wijkverpleging.