
De historie van Bergschenhoek in grote stappen (deel 5)
In de nazomer van 1794 vallen Franse troepen, geholpen door het Bataafse Legioen (Patriotten uit Nederland), de Zuidelijke Nederlanden binnen. Na enige maanden loopt de opmars tegen de grote rivieren vast. Nadat het in december streng is gaan vriezen kan eind december een deel van het leger via de bevroren Maas verder oprukken. De rest van het Franse leger steekt vanaf begin januari de verschillende bevroren rivieren over en de opmars verloopt dan snel. Op 19 januari 1795 is de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden grotendeels door Frankrijk bezet en wordt de Bataafse Republiek uitgeroepen.
Door Fried Füss
De prinsgezinde bestuurders moesten plaatsmaken voor de Patriotten. Stadhouder prins Willem V van Oranje-Nassau vluchtte op 18 januari 1795 naar Engeland. Door de bezetting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wilde Napoleon Bonaparte het hem vijandige bestuur vervangen en verkreeg hij een extra buffer tegen het vijandige Engeland.
De Franse tijd
De Fransen laten veel aan het bestuur van de Bataafse Republiek over, maar komen wel regelmatig met nieuwe verordeningen. Zo moet er veel betaald worden voor het onderhouden van het Franse bezettingsleger. Ook komt er een verplichting om tegen een vergoeding paarden aan het Franse leger te leveren. In mei 1795 krijgen Schout en Schepenen van het ambacht Hillegersberg en Rotteban, waartoe ook Bergschenhoek en Terbregge behoren, de opdracht tot het aanstellen van een 'Comité van Waakzaamheid'. Het comité moet voeling houden met de burgers en opruiende elementen signaleren. Er komt al snel een melding uit Bergschenhoek over een schepen die zij niet vertrouwen. Op 24 juni 1795 moeten predikant Joh. Hoogstad en pastoor Pieter de Jong de Eed van Trouw aan het nieuwe bewind afleggen.
In 1806 vervangt keizer Napoleon Bonaparte de Republiek door het Koninkrijk Holland met zijn broer Lodewijk Napoleon als koning. In de loop van de Franse Tijd worden er tal van vernieuwingen door de bezetter ingesteld. Zoals de huisnummering, iedereen een achternaam, het bevolkingsregister, het metrieke stelsel voor maten en gewichten, het kadastrale register voor de onroerende goederen en de modernisering van het bestuur en de rechtspraak.
Vrijheid van godsdienst
Den Berchsen hoeck
Met de komst van de Fransen in 1795 komt er vrijheid van godsdienst. De nieuwe grondwet van 1798 biedt de rooms-katholieken de mogelijkheid om met de gereformeerden tot een vergelijk te komen over de afgenomen bezittingen tijdens de Reformatie. Uit de bewijsstukken die men verzamelde blijkt dat de rooms-katholieken van de statie Bergschenhoek aanspraak kunnen maken op de voormalige Sint Willibrordkerk op de heuvel in Hillegersberg. De kerkenraden van de Gereformeerde kerken van Hillegersberg en Bergschenhoek blijven jarenlang tegenwerken om tot een eerlijke compensatieregeling met de Hoekse statie te komen. In een decreet van koning Lodewijk Napoleon was bepaald dat er over de kerkgebouwen vóór 1810 een schikking getroffen moest worden. Die kwam er niet en daardoor ging de kans op rechtsherstel voor de rooms-katholieken van het ambacht verloren. Mede door een gebrek aan slagvaardigheid van het kerkbestuur van de rooms-katholieke statie Bergschenhoek.
Het verzoek
Op 5 oktober 1809 krijgt de Landdrost van Rotterdam het bericht dat 33 personen uit Bergschenhoek en 18 personen uit Terbregge (Rechter-Rottekade) zich met een rekwest tot koning Lodewijk Napoleon gewend hadden. Zij verzochten om Bergschenhoek een eigen bestuur te geven. De Landdrost roept vervolgens de betrokken personen op voor een bijeenkomst in herberg De Rozenboom. Daar worden de ondertekenaars over hun plannen uitgehoord. De Landdrost concludeert erna dat een zelfstandig Bergschenhoek met zijn 700 inwoners financieel onmogelijk is. Toch wordt de afscheiding van Hillegersberg twee jaar later een feit. Over wat er in die tussentijd speelde is er tot nu toe niets gevonden.
Bergschenhoek zelfstandig
In juli 1810 wordt het land bij Frankrijk ingelijfd en is dan een onderdeel van het Franse keizerrijk. Bij Keizerlijk Decreet van 21 oktober 1811 wordt het ambacht Hillegersberg en Rotteban gesplitst in de gemeenten Hillegersberg en Bergschenhoek. Keizer Napoleon is op dat moment in het land. Hij brengt gedurende de gehele maand oktober 1811 een bezoek aan Nederland en hij bezoekt ook Rotterdam. Van 25 tot en met 27 oktober logeert Napoleon met zijn vrouw Marie Louise in het Schielandshuis. Het vaststellen van een gedeelte van de gemeentegrens met Hillegersberg geeft nog wel wat ruis. Deze komt aan de Hillegersbergse kant en niet ver van de molengang G te liggen. In 1812 krijgt Bergschenhoek een eigen 'Maire' in de persoon van Arie van Oosten. Er is nog geen gemeentehuis ('Mairie'), maar men huurt voorlopig een ruimte in herberg De Rozenboom.
De Grande Armée
Door de bezetter wordt de militaire dienstplicht ingevoerd ten behoeve van Napoleons Grande Armée. Op 18 september 1811 moeten 50 uit het ambacht opgeroepen jonge mannen zich in de dorpskerk van Hillegersberg melden, waarna na loting de 24 vereiste dienstplichtigen overblijven. Op 12 april 1812 vertrekt een groep Hoekse dienstplichtigen vanuit het verzamelpunt in Antwerpen naar Oost-Pruisen. Daar komen de verschillende legers van Napoleon, voorafgaande aan de veldtocht naar Rusland, bij elkaar. Op 24 juni 1812 wordt door het grootste gedeelte van de Grande Armée de rivier de Memel overgestoken die daar de grens met Rusland vormt (tegenwoordig met Litouwen). In september 1812, na de eerste grote veldslag bij Borodino, wordt bekend dat de eerste vijf Hoeksenaars gesneuveld zijn. Napoleons expeditie naar Rusland wordt een grote mislukking en van de ruim 600.000 soldaten komen er eind december 1812 niet meer dan 20.000 terug. Van zeven Hoekse soldaten wordt niets meer vernomen en krijgen de status 'vermist'.
Vrijheid
Aan de Franse Tijd in Nederland komt in 1813 een einde. Na de nederlaag van de Fransen, tijdens de slag bij Leipzig van 16 tot en met 19 oktober 1813, trekken de Franse troepen zich uit Nederland terug. Het keizerlijke bestuur maakt daarna plaats voor een onafhankelijk bestuur dat vanaf 2 december 1813 onder leiding staat van soeverein vorst Willem I. Dit is erfprins Willem-Frederik van Oranje Nassau die op 30 november 1813 over zee in Scheveningen aankwam. Hij is de oudste zoon van stadhouder prins Willem V die op 18 januari 1795 toen de Fransen oprukten naar Engeland vluchtte.



