Hanneke Vliet Vlieland zegt dat sociale nieuwbouw steeds lastiger wordt door stijgende bouwkosten, hogere rente en beperkingen op huurinkomsten.
Hanneke Vliet Vlieland zegt dat sociale nieuwbouw steeds lastiger wordt door stijgende bouwkosten, hogere rente en beperkingen op huurinkomsten.

Worsteling over grondprijzen
bij sociale woningbouw

Lansingerland – De raad heeft tijdens de commissie Algemeen Bestuur uitgebreid gesproken over de grondprijzen voor sociale en betaalbare woningbouw. Aanleiding was een eerder aangenomen motie waarin het college werd gevraagd te onderzoeken of lagere of meer gedifferentieerde grondprijzen kunnen bijdragen aan het realiseren van meer sociale huurwoningen. De discussie liet zien dat alle partijen de urgentie van de woningnood erkennen, maar verschillen van mening over de vraag welke instrumenten het meest effectief zijn.

Door Amel Bali

Inspreekster Hanneke Vliet Vlieland, directeur-bestuurder van 3B Wonen, schetste een indringend beeld van de druk op de sociale woningbouw. Zij wees op lange wachttijden, een zeer lage slaagkans voor woningzoekenden en een woningvoorraad die onvoldoende aansluit bij de groeiende groep eenpersoonshuishoudens, starters en senioren. Volgens haar wordt investeren in sociale nieuwbouw steeds lastiger door stijgende bouwkosten, hogere rente en beperkingen op huurinkomsten. Elke verhoging van de sociale grondprijs vormt volgens haar een extra barrière. Vliet Vlieland pleitte daarom nadrukkelijk voor differentiatie van grondprijzen naar woningtype en doelgroep, en waarschuwde dat juist kleinere appartementen en woningen voor bijzondere doelgroepen zonder aanpassing het eerst afvallen.

Hamid Azzouzi (PvdA) uitte stevige kritiek op de uitvoering van de aangenomen motie. Volgens hem stelde het college de grondprijzen voor 2026 vast terwijl het overleg met 3B Wonen nog liep. Daardoor wordt de raad gevraagd richting te geven zonder cijfers, scenario's of duidelijke keuzes. Azzouzi benadrukte dat de sociale woningbouw al zwaar onder druk staat en noemde een verhoging van de grondprijzen met twee procent 'remmend beleid'. De PvdA staat open voor nieuwe betaalbare woningcategorieën en tijdelijke subsidies, zolang deze niet ten koste gaan van de sociale woningvoorraad en geen structurele problemen maskeren. Manon van Splunter (GL) sloot zich daarbij aan en noemde grondprijsdifferentiatie een bewust beleidsinstrument dat past bij een sociale gemeente. Door grondprijzen af te stemmen op woningtype, doelgroep en maatschappelijke waarde kan de gemeente volgens haar actief sturen op leefbaarheid en gelijke kansen. Volgens GroenLinks is dit geen technische ingreep, maar een politieke keuze voor solidariteit en een inclusieve samenleving. D66 benadrukte eveneens de urgentie, maar wees op het gebrek aan concrete informatie. Erik Jonker gaf aan dat zijn fractie bereid is om geld in te zetten om de sociale woningbouw te versnellen, maar dat nu onvoldoende inzicht bestaat in de effecten van verschillende maatregelen. Hij pleitte voor een overzicht van enkele duidelijke beleidsknoppen, zodat de raad onderbouwde keuzes kan maken. Kees-Willem Marcus (CU) stelde dat aanpassing van de grondprijzen voor dit jaar te laat komt om nog effect te hebben, maar zag de bespreking als een goede start richting volgend jaar. Hij pleitte voor een bredere benadering dan alleen grondprijzen en wees op alternatieven zoals subsidies en vereveningsfondsen, waarbij duurdere woningbouw kan bijdragen aan betaalbare sociale woningen. Vanuit de VVD klonk meer terughoudendheid. Ed van Santen wees erop dat 3B Wonen financieel gezond is en dat grondprijsverlagingen de gemeente veel geld kosten terwijl het effect op de totale bouwkosten beperkt is. De VVD zag wel ruimte voor grondprijsdifferentiatie, mits deze financieel neutraal wordt vormgegeven. Het CDA benadrukte dat voor sociale huurwoningen al een fors gereduceerd grondtarief geldt, wat neerkomt op een aanzienlijke subsidie per woning. Volgens de fractie ligt de grootste uitdaging momenteel bij de beschikbaarheid van bouwlocaties en niet bij de hoogte van de grondprijs. Ook WIJ Lansingerland, Leefbaar 3B en VOOR Lansingerland gaven aan moeite te hebben met het gebrek aan concrete informatie. Zij pleitten voor scenario's en voorbeelden die inzicht geven in de effecten van investeringen, en waarschuwden voor betaalbaarheid op de lange termijn. 

Wethouder Simon Fortuyn gaf aan dat voor appartementen een maximale vrij-op-naamprijs van 270.000 euro is afgesproken, al vindt het college dat bedrag nog steeds hoog. Het gaat om een pilot zonder precedentwerking en zonder blanco cheque. Vanwege de beperkte investeringsruimte van de gemeente wil het college in het derde kwartaal, samen met de nieuwe raad, op basis van alle beschikbare informatie tot onderbouwde keuzes komen. Als woningcorporaties tussentijds met concrete en onderbouwde knelpunten komen, worden deze aan de raad voorgelegd.