Het onderwerp wonen staat altijd garant voor een hoop discussie in de gemeenteraad.
Het onderwerp wonen staat altijd garant voor een hoop discussie in de gemeenteraad.

Steun voor lokale voorrang bij nieuwbouw, maar ook vragen

Lansingerland – De raad nam in november 2025 unaniem een motie aan om te onderzoeken of inwoners van de gemeente voorrang kunnen krijgen bij nieuwbouwontwikkelingen. Die motie, ingediend door Leefbaar 3B en WIJ Lansingerland, vroeg het college om de juridische en praktische mogelijkheden hiervoor in kaart te brengen. In een recente commissievergadering Ruimte werd het onderwerp opnieuw besproken, ditmaal met als doel het politieke debat te voeren over de vraag of en hoe Lansingerland daadwerkelijk gebruik wil maken van deze mogelijkheid.

Door Amel Bali

Volgens Roy Diepeveen (Leefbaar 3B) is het bespreekpunt nodig omdat de door het college opgestelde gespreksnotitie wel inzicht geeft, maar nog geen richting kiest. Zijn fractie ziet lokale voorrang als een belangrijk instrument om ervoor te zorgen dat nieuwbouwwoningen daadwerkelijk bij eigen inwoners terechtkomen. Leefbaar 3B wil maximaal gebruikmaken van de wettelijke ruimte om tot 50 procent van de betaalbare woningen toe te wijzen aan Lansingerlanders, zowel in betaalbare koop als in (middel)dure huur. Die regeling zou volgens Diepeveen moeten gelden voor alle nieuwbouwprojecten, inclusief kleinere inbreidingslocaties. Ook Bianca Boonstra (WIJ Lansingerland) spreekt van een logisch vervolg op de aangenomen motie. Zij wijst erop dat inwoners tijdens ‘Praten met de Raad' duidelijk aangaven dat mensen met een binding met Lansingerland betere kansen moeten krijgen op de woningmarkt. Haar fractie steunt het inzetten van de maximale wettelijke ruimte en wil lokale voorrang toepassen bij zowel betaalbare koop als middenhuur, voor alle toekomstige nieuwbouwontwikkelingen. Daarbij is volgens WIJ Lansingerland wel voldoende ambtelijke capaciteit en budget nodig. Niet alle partijen zijn even enthousiast. Arjen van Berkel (D66) noemt lokale voorrang sympathiek, maar vindt dat eerst beter in beeld moet worden gebracht hoe groot het probleem daadwerkelijk is. D66 waarschuwt voor een kostbaar en complex vergunningstelsel dat kan leiden tot extra bureaucratie, personeelskrapte en vertraging van de woningbouw. In tijden van bezuinigingen vindt de partij nieuwe structurele uitgaven lastig te verantwoorden. Lokale voorrang ziet D66 hooguit als optie voor betaalbare koop bij grote projecten; middenhuur moet volgens de partij regionaal worden geregeld. Ook de VVD plaatst kanttekeningen. Vincent Jumelet benadrukt dat zijn partij begrip heeft voor de wens van inwoners om in de gemeente te blijven wonen, maar twijfelt of een vaste norm van 50 procent gerechtvaardigd is. Volgens de VVD is onvoldoende duidelijk wat de effecten zijn en bestaat het risico dat ontwikkelaars afhaken of projecten vertragen. De partij pleit daarom voor eerst gedegen onderzoek naar proportionaliteit en effectiviteit en wil het vraagstuk vooral in regionaal verband blijven bekijken. Andere fracties zijn positiever, maar stellen voorwaarden. Arjen Hofman (ChristenUnie) steunt lokale voorrang en wil deze, als het instrument wordt ingezet, zo maximaal mogelijk benutten. De fractie ziet toepassing vooral bij grote nieuwbouwontwikkelingen en is terughoudend over kleinere projecten. Over middenhuur wil de ChristenUnie eerst nader onderzoek, mede vanwege bestaande prestatieafspraken met woningcorporaties. Nanno Scheringa (PvdA) noemt lokale voorrang een logisch instrument dat past binnen het gezamenlijke verkiezingsprogramma met GroenLinks. Zijn fractie steunt de maximale wettelijke ruimte, mits de noodzaak periodiek wordt onderbouwd. Lokale voorrang mag volgens de PvdA nooit leiden tot minder woningbouw; de afgesproken bouwambities moeten volledig worden gerealiseerd. Ook Petrine van Olst (VOOR Lansingerland) en Charles van Harn (CDA) spreken hun steun uit voor lokale voorrang. Zij zien het als middel om doorstroming en sociale cohesie te bevorderen en zijn bereid de bijbehorende kosten te dragen, mits het zorgvuldig wordt ingericht. Wethouder Michiel Muis temperde het enthousiasme namens het college. Hij benadrukte dat lokale voorrang via een vergunningstelsel geen extra woningen oplevert en dat de effecten op de woningmarkt volgens deskundigen beperkt zijn. Tegelijkertijd vraagt invoering om een juridisch complex traject met startbudget, structurele capaciteit en jaarlijkse onderbouwing van schaarste. Het college adviseert daarom eerst verdere beeldvorming en gesprekken met ontwikkelaars en andere betrokkenen, en suggereert dat een definitieve afweging beter past bij een nieuwe raad en coalitie.