
Tussen somberte en hoop
Wie gesprekken volgt op verjaardagen, in de trein of op sociale media, hoort het regelmatig: het gevoel dat het langzaam minder wordt. Minder zekerheid, minder vertrouwen in instituties, minder gevoel van saamhorigheid. Nieuws over oorlog, het klimaat, personeelstekorten en maatschappelijke spanningen versterkt dat beeld. Je zou dat een soort nachtkaars-geloof kunnen noemen: het geloof dat het licht langzaam zwakker wordt en dooft.
De uitdrukking komt van de nachtkaars die mensen vroeger meenamen naar bed. Zo’n kaars brandde nog even en doofde dan geleidelijk. Het is een treffend beeld voor hoe veel mensen naar de toekomst kijken: alsof we stap voor stap iets verliezen.
Tegelijk bestaat er ook een ander perspectief. In oude tradities — religieus, maar ook cultureel — bestaat het beeld van de morgenster. De morgenster verschijnt vlak voordat de zon opkomt. Juist als de nacht het donkerst lijkt, kan er ineens een fel lichtpunt aan de hemel staan. En dat zegt maar één ding: de dag komt eraan. Niet omdat wij dat maken, maar omdat licht sterker is dan donker.
Voor christenen staat dat beeld voor hoop. Voor Jezus, die “de Morgenster” wordt genoemd. Maar eigenlijk is het verlangen breder dan geloof alleen. Wie verlangt er niet naar licht dat sterker is dan donker? Naar het idee dat het goede niet langzaam verdwijnt, maar uiteindelijk wint? Je ziet het in mensen die blijven zorgen voor elkaar, die blijven bouwen, die weigeren cynisch te worden.
Hoop is niet doen alsof alles goed gaat. Hoop is geloven dat donker niet het laatste woord heeft. Hoop is blijven zoeken naar kleine tekenen van licht — in mensen, in woorden, in daden.
Misschien is dat wel de vraag voor ons allemaal:
Leef je alsof het licht langzaam uitgaat?
Of leef je alsof er, ergens aan de horizon, al een nieuwe dag begint?
Leef je met uit een nachtkaars-geloof of heb je liever een morgenster-geloof?
Ds. Martina Stougie–de Wit
Dorpskerk Berkel en Rodenrijs