Een student die mogelijk wordt beïnvloed door de Wet Internationalisering in Balans, die de toegang tot Nederlandstalig onderwijs voor internationaal talent zou kunnen beperken.
Een student die mogelijk wordt beïnvloed door de Wet Internationalisering in Balans, die de toegang tot Nederlandstalig onderwijs voor internationaal talent zou kunnen beperken.

Zorgen over impact Wet Internationalisering op onderwijs en internationaal talent

De regionale verenigingen van VNO-NCW hebben ernstige zorgen geuit over het Wetsvoorstel Internationalisering in Balans. Dit wetsvoorstel, dat binnenkort door de Tweede Kamer wordt behandeld, heeft grote gevolgen voor het internationale onderwijs in Nederland. In een gezamenlijke brief aan het parlement wijzen verschillende regionale vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties op de mogelijke negatieve impact van het voorstel, vooral in combinatie met de aangekondigde bezuinigingen op onderzoek en onderwijs.

Het wetsvoorstel beoogt een verschuiving naar Nederlandstalig onderwijs als de standaardtaal in hoger onderwijsinstellingen. Hoewel er regionale en sectoraal beperkte uitzonderingen mogelijk zijn, vrezen de ondertekenaars van de brief dat het voorstel de instroom van internationaal talent naar Nederland zal bemoeilijken. Dit zou met name nadelige effecten hebben voor bedrijven die afhankelijk zijn van hoogopgeleide internationale werknemers. Zeker in een tijd van een krappe arbeidsmarkt vormt dit een bedreiging voor de innovatiecapaciteit en het concurrentievermogen van de Nederlandse economie.

Bezuinigingen

Naast de beperkingen op de opleiding van internationaal talent, maken de ondertekenaars zich zorgen over de bezuinigingen op onderzoek en onderwijs. Nederland heeft in de afgelopen jaren vijf plaatsen verloren op de internationale innovatie-index en is inmiddels niet meer terug te vinden in de top-5 van innovatielanden. De recente publicatie van het Draghi-rapport onderstreept de noodzaak om te blijven investeren in kennis en innovatie om de Europese concurrentiepositie ten opzichte van landen als de Verenigde Staten en China te behouden. "De combinatie van bezuinigingen op onderzoek en onderwijs en de beperkingen op internationaal talent vormt een onverstandige keuze voor de toekomst van Nederland als kenniseconomie," aldus de brief. De gevolgen zouden niet alleen zichtbaar zijn op korte termijn, maar zouden de toekomst van de Nederlandse welvaart ernstig kunnen ondermijnen. "Onderwijs is de basis van onze maatschappij en de beste manier om Nederland welvarend te houden", schrijven de ondertekenaars.

De zorgen over de wet gaan verder dan alleen de onderwijssector. Bedrijven die actief zijn in kennisintensieve industrieën vrezen dat de wet, in combinatie met de bezuinigingen, hun toegang tot internationaal talent zal beperken. Dit zou niet alleen de innovatiekracht van bedrijven schaden, maar ook hun vermogen om te concurreren op een steeds globaler wordende markt.

"Zeker als andere landen wel in staat blijven om internationaal talent aan te trekken, zullen Nederlandse bedrijven het moeilijker krijgen om mee te doen met de wereldtop," zegt Eric van Schagen, voorzitter van VNO-NCW Brabant Zeeland. De wet zou volgens hem ook het bredere ecosysteem van kennisinstellingen en bedrijven verstoren, wat de positie van Nederland als kenniseconomie verder zou verzwakken.

De verenigingen pleiten voor een herziening van het wetsvoorstel, waarbij niet wordt vastgelegd dat Nederlands de verplichtte onderwijstaal wordt. In plaats daarvan wordt voorgesteld om een meer gedifferentieerd en doelgericht beleid te voeren dat de instroom van internationale studenten op een beheerste manier regelt. Zo kunnen onderwijsinstellingen en regio's die extra druk ervaren, gericht worden ondersteund zonder de toegang tot internationaal talent te beperken.
De ondertekenaars van de brief, waaronder Eric van Schagen, Marcel Hielkema, Ron Coenen en Sieger Dijkstra, vragen de Tweede Kamer dan ook om bij de behandeling van de wet het belang van internationale kennis en innovatie te waarborgen en maatregelen te nemen die Nederland als kenniseconomie niet verder in gevaar brengen.