
Annie van der Burg vertelt...
Berkel en Rodenrijs - “Het Achterom is voorgoed verdwenen!” Terugkijkend naar de foto’s begint Annie van der Burg met de voorgeschiedenis van de boerderij aan Het Achterom waar zij werd geboren. Op enkele foto’s zijn de door haar grootvader Adriaan in 1924 gebouwde boerderij met schuren te zien. Annie woonde en werkte hier tot 1995 en samen met haar broers Adrie en Henk hebben ze het bedrijf van haar ouders voortgezet.
Dit oud-Berkels verhaal beginnen we bij Gabriël van der Burg die leefde van 1797 tot 1879 en de betovergrootvader van Annie is. Vol vuur vertelt Annie over deze tak van de grote familie van Vrank Arentse van der Burg in Berkel en Rodenrijs. Ze maken allemaal deel uit van het ‘Zedelijk Lichaam Armenverzorging der Familie Van der Burg’.
Gabriël was de eerste herbergier van een herberg in de Herenstraat. Rechts van de herberg was de paardenstal, een wagenschuur en een stal waar ’s winters het vee in stond. Toen Gabriël 52 werd nam zijn zoon Anthonius (24) de herberg van hem over. Gabriël werd winkelier, toen boer en later in Delft Hoogheemraad.
In 1881 kocht Adriaan, de grootvader van Annie, toen hij trouwde de herberg van zijn vader Anthonius. Zijn jongste zoon Leen was voorbestemd de zaak te gaan runnen, maar die overleed jong en ‘t Raedthuys werd verpacht. In die tijd boerden Adriaan en zijn vrouw Marie van Velzen (dochter van de plaatselijke bakker) goed. Voor het in 1924 gebouwde huis met stallen aan Het Achterom lag een vlot voor de deur waarmee ze naar de herberg konden varen. Het gezin van Adriaan telde tien kinderen.
Kees en Toos woonden van de tien kinderen nog thuis en na het overlijden van moeder Marie in 1928 verzorgde Toos haar vader tot zijn overlijden in 1934. Daarna trad zij in bij de zusters Karmelietessen in Boxmeer. Kees trouwde in 1935 met Jozien van Winden en zij kregen drie kinderen, Adrie (1936), Henk (1939) en Annie (1945). Kees is tot zijn overlijden in 1984 op de boerderij blijven wonen.
Naast de boerderij van Kees stond een zeer oude tas. Daar was zijn broer Toon in gaan wonen. De tas was destijds vlak langs het water gebouwd; om de per boot aangevoerde spoeling (eten) voor de koeien te kunnen lossen.
Het dagelijks boerenleven
Annie herinnert zich nog goed: “Er liepen bij ons koeien, schapen en kippen op het land, de koeien vormden het belangrijkste deel. De jongens die er woonden liepen dagelijks naar de Jozefschool en de meisjes naar de Petrusschool bij de r-k kerk. Broer Adrie wist al op heel jonge leeftijd dat hij net als zijn vader boer wilde worden. Hij kon op zijn zevende al koeien melken. Na de lagere school ging hij meteen op de boerderij werken. Henk volgde eerst nog een paar jaar de landbouwschool in Zoetermeer, maar melkte ook eerst de koeien voor hij ’s ochtends op zijn fiets vertrok. Zelf ging ik naar de huishoudschool. Ik was bang van koeien en hielp liever in huis.”
In de zestiger jaren deed de melkmachine z’n intrede en een tiental jaar later de melktank. Als de koeien ouder werden gaven ze steeds minder melk en gingen meestal in het voorjaar naar de markt. “De meeste, maar op maandagochtend vroeg kon je ook de boer met een koe door het dorp naar de slager zien lopen. Slager De Zeeuw en later De Rooij slachtten zelf. In hetzelfde pand waar ook nu nog slagerij De Rooij gevestigd is. Wij kregen altijd een stuk vlees van onze eigen koe mee,” glimlacht Annie.
In de zomer waren de mannen op het land actief met ‘ruiteren’. Nadat het gemaaide gras was gekeerd en geschud werden ruiters (stokken) zo aan elkaar geplaatst dat er hooi op gedroogd kon worden. Het hooi werd na het drogen gebruikt als veevoer.
De gemeentewerf
In 1965 werd er al gesproken over de aankoop van land van Kees voor de aanleg van een gemeentewerf. De keuze viel echter op land van broer Toon, waar ook diens zoon André van der Burg woonde. De oude tas werd afgebroken.
Begin negentiger jaren stonden er makelaars voor de deur bij Adrie, Henk en Annie, die samen op de boerderij waren blijven wonen. Want het winkelcentrum vroeg om meer ruimte en daar werden plannen voor gesmeed, waardoor hun boerderij plaats moest maken. De gemeente had de eerste keuze, maar die kwam met een te laag bod en werd de koop uiteindelijk gesloten met twee Berkelse ondernemers.
Adrie, Henk en Annie konden op hun land aan de Meerweg een nieuwe boerderij realiseren met de afspraak dat de boerderij en de bijgebouwen aan Het Achterom pas zouden worden afgebroken als de nieuwbouw klaar was. Toen nog niet vermoedend, dat een enthousiaste wethouder twee jaar later een plan lanceerde voor de ontwikkeling van de Meerpolder en daarbij de nieuwe boerderij plaats zou moeten maken voor wateropvang en woningbouw. Door een deel van hun land af te staan en elders land bij te kopen kon de boerderij blijven staan en met vijftig stuks vee kon er nog goed worden geboerd.
In 1939 werd ’t Raedthuys verkocht aan Gerrit Schuring. De laatste eigenaar was zijn zoon Jan Schuring. In 1997 moest de herberg plaatsmaken voor een doorsteek om het bestaande winkelcentrum te verbinden met de uitbreiding vanaf de Herenstraat tot het winkelgebied achter de Noordeindsevaart. Jan Schuring opende vervolgens een nieuw partycentrum ‘t Raedthuys aan de Westersingel en tevens een brasserie op de plek waar voorheen Het Achterom was; met de toepasselijke naam Brasserie Achterom (nu Edelweiss).
Annie van der Burg woonde met haar twee broers Adrie en Henk tot circa 25 jaar geleden nog in hun boerderij aan Het Achterom. "De meeste bezoekers van het winkelcentrum hebben er geen idee van wat hier vroeger stond; daarvan getuigen alleen nog de herinneringen en de foto's", is de slotconclusie van deze Berkelse boerendochter.





