donderdag 22 oktober 2020 | week 43
Home » Politiek » Online vergaderen
Het presidium van de gemeenteraad spreekt dinsdag 22 september weer over de mogelijkheid fysiek te gaan vergaderen. Hiermee zou eigenlijk volgens afspraak na het zomerreces vanaf 1 september jl. weer worden begonnen, maar dit werd vanwege bezwaren van één raadslid opgeschort omdat het moment ‘te vroeg’ zou zijn. Politiek verslaggever Freek J. Zijlstra beschouwt de besluitvorming en welke effecten dat kan hebben op de relatie tussen de raad en de samenleving.

Online vergaderen

OPINIE

Online vergaderen

Het presidium van de gemeenteraad spreekt dinsdag 22 september weer over de mogelijkheid fysiek te gaan vergaderen. Hiermee zou eigenlijk volgens afspraak na het zomerreces vanaf 1 september jl. weer worden begonnen, maar dit werd vanwege bezwaren van één raadslid opgeschort omdat het moment ‘te vroeg’ zou zijn. Politiek verslaggever Freek J. Zijlstra beschouwt de besluitvorming en welke effecten dat kan hebben op de relatie tussen de raad en de samenleving.

Raadslid Michiel Muis (D66) stuurde zijn collega raadsleden een open brief waarin hij bepleit weer snel met fysiek vergaderen te beginnen. ‘Fysiek vergaderen moet vanzelfsprekend veilig kunnen. De griffie heeft er samen met de ambtelijke organisatie voor gezorgd dat het veilig kán volgens de voorschriften van het RIVM. Commissievergaderingen kunnen plaatsvinden in de raadzaal en de raadsvergadering in de Nederlands Hervormde kerk in Bergschenhoek. Bij commissies kunnen woordvoerders in de lobby plaatsnemen en wisselen per agendapunt. Zo zijn er nooit meer dan acht commissieleden in de raadzaal. Hetzelfde geldt voor collegeleden. Zij kunnen aansluiten wanneer hun aanwezigheid bij de behandeling van een agendapunt gewenst is. Voor de raadsvergadering is er meer ruimte in de hervormde kerk’, aldus de heldere uiteenzetting van raadslid Muis.

De afgelopen vijf jaar heb ik als politiek verslaggever tegen de raads- en commissieleden aan zitten kijken en geprobeerd te begrijpen welke processen zich daarvoor in de raadsfracties afspeelden. Gaandeweg leerde ik te onderscheiden of ik naar een toneelstukje of gemeende werkelijkheid zat te kijken. Het maakte natuurlijk uit of iets uit de koker van de coalitie of juist uit de oppositie kwam. Soms was er ineens een gunfactor in het spel of een onbegrijpelijke voor-wat-hoort-wat koehandel.

Hoe kan het nu dat zo’n beetje alle gemeenten in Nederland allang weer fysiek aan het vergaderen zijn en dat het in onze gemeente maar niet lukt. Met zo’n groot en megaduur Glazen Huis van de Samenleving!? Kan werkelijk één raadslid dat tegenhouden? Ik behoor zelf op mijn leeftijd om meerdere redenen tot de kwetsbare groep, maar merk dat ik vooral zélf alert moet zijn op het (onvoorspelbare) gedrag van anderen als ik mij in de samenleving begeef. Om vervolgens vast te stellen dat het vaak ouderen zijn die plotseling in mijn inner circle staan. Dus is het aan mijzelf om te kiezen waar ik tijdelijk niet aan deel kan nemen.

Inmiddels worden er al weer kerkdiensten gehouden waarbij tientallen leden acte de présence geven. Voordat het zover was, hebben kerkenraden en commissies nauwgezet uitgedokterd hoe dat veilig georganiseerd moet worden. En als een gemeentelid zich er toch niet senang bij voelt, blijft hij/zij thuis en is er de mogelijkheid de dienst online mee te beleven. Allemaal in de veronderstelde wetenschap dat het van voorbijgaande aard is en er weer een moment zal zijn dat alles weer het oude normaal is.

Michiel Muis betoogt in zijn brandbrief dat tijdens een fysieke vergadering meer debat en snellere interrupties mogelijk zijn, de media (hij bedoelt mij) raadsleden direct kunnen bevragen en er een lage drempel voor insprekers is. En precies op dat láátste punt haakte ik aan. Zóveel verontruste inwoners kwamen inspreken tijdens vergaderingen. Het ging heel vaak over een gebouw dat zomaar in hun wooncirkel zou worden neergezet. Er werd beleefd geluisterd, iets gevraagd, maar per saldo verrees geruime tijd later die nieuwbouw voor hun raam. Of kwam die hangplek voor jongeren er toch. Of werd de snelheid van het verkeer niet aangepast op die weg langs hun huis. Of kwam die veilige voetgangers- of fietsersoversteekplaats er niet. Ach, u kent alle voorbeelden uit uw eigen woonomgeving wel.
Waarom wordt er dán met ú, wellicht een éénling met een heel redelijk verzoek, géén rekening gehouden? Omdat het collectief belang altijd groter is!? Is de gemeenteraad nog wel geloofwaardig en representatief in haar besluitvorming als daar een andere – zwaarwegende – waarde aan een éénling wordt toegekend dan aan een ‘gewoon’ iemand in de samenleving door wie ze nu juist op die positie zijn gekozen?

Freek Zijlstra