
Nieuwe verdeling asielopvang zet onderwerp opnieuw op de agenda
Algemeen 848 keer gelezenLansingerland – Lansingerland moet volgens een nieuwe landelijke verdeling 411 opvangplaatsen voor asielzoekers realiseren. Dat blijkt uit een publicatie van het ministerie van Asiel en Migratie in de Staatscourant van 27 februari 2026.
De cijfers maken onderdeel uit van de zogenoemde spreidingswet, die ervoor moet zorgen dat de opvang van asielzoekers eerlijker over gemeenten wordt verdeeld. De nieuwe opgave betekent dat Lansingerland de komende jaren een bijdrage moet leveren aan de landelijke opvangcapaciteit. Van de 411 plekken moeten er 26 beschikbaar zijn voor alleenreizende minderjarige asielzoekers. De spreidingswet werd ingevoerd om de druk op het asielsysteem beter te verdelen. In de afgelopen jaren werden asielzoekers vaak opgevangen in een beperkt aantal gemeenten, terwijl andere gemeenten nauwelijks opvang boden. Het Rijk wil met de wet bereiken dat alle gemeenten naar draagkracht bijdragen. Daarvoor wordt berekend hoeveel opvangplekken landelijk nodig zijn. Die worden vervolgens verdeeld over provincies en gemeenten. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het aantal inwoners. Voor de provincie Zuid-Holland komt de totale opgave uit op ruim 18.000 opvangplaatsen. Gemeenten moeten samen bepalen hoe die opvang wordt georganiseerd.
Opvang in Lansingerland
Lansingerland beschikt momenteel over één opvanglocatie voor asielzoekers. Aan de Tobias Asserlaan in Bergschenhoek, achter het gemeentehuis, opende in 2024 een opvanglocatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Daar kunnen maximaal 300 bewoners verblijven. De locatie werd destijds ingericht als tijdelijke opvang. Door vertraging in de ontwikkeling van de wijk Wilderszijde blijft de opvang volgens de huidige planning tot 2030 in gebruik. Met deze locatie levert Lansingerland al een bijdrage aan de opvang van asielzoekers. Tegelijkertijd ligt de nieuwe taakstelling hoger dan het aantal plekken dat momenteel beschikbaar is. De opvang van asielzoekers is de afgelopen jaren meerdere keren onderwerp geweest van discussie in de gemeenteraad. Toen het college in 2023 plannen presenteerde voor een opvanglocatie achter het gemeentehuis leidde dat tot een stevig debat. Een deel van de raad vond dat Lansingerland verantwoordelijkheid moet nemen voor de opvang van mensen die hun land zijn ontvlucht. Andere partijen maakten zich zorgen over de schaal van de opvang en de gevolgen voor de omgeving. Uiteindelijk stemde een meerderheid van de gemeenteraad in met de tijdelijke opvanglocatie. Daarbij werd afgesproken dat het om een tijdelijke voorziening zou gaan en dat de gemeente de ontwikkelingen rond de landelijke spreidingswet zou afwachten. Sindsdien komt het onderwerp regelmatig terug in politieke discussies, onder meer wanneer het gaat over de duur van de opvang en de rol van de gemeente in het landelijke asielbeleid. De publicatie in de Staatscourant betekent nog niet dat de taakstelling definitief vaststaat. Het gaat om een zogenoemde indicatieve verdeling. Gemeenten en provincies gaan de komende periode met elkaar in gesprek over hoe de opvangopgave wordt ingevuld. Dat gebeurt aan provinciale overlegtafels waar gemeenten samen met het Rijk en andere betrokken partijen bespreken waar opvanglocaties mogelijk zijn en hoe de opvang wordt verdeeld. Pas daarna volgt een definitief verdeelbesluit van het ministerie.
Terug op de agenda
De gemeente moet uiteindelijk rekening houden met een opvangcapaciteit van 411 plaatsen. Of dat betekent dat de huidige opvang wordt uitgebreid of dat er op termijn naar andere locaties moet worden gekeken, zal later duidelijk worden wanneer de gesprekken tussen gemeenten, provincie en het Rijk verder vorm krijgen. Het is daarmee een onderwerp waar de nieuwe gemeenteraad na de verkiezingen zich vrijwel zeker over zal moeten buigen.















