maandag 8 maart 2021 | week 10
Home » Sport » Marije leerde lopen en rijden langs de Rotte

Marije leerde lopen en rijden langs de Rotte

Met knokken en liefde voor het paard

Marije leerde lopen en rijden langs de Rotte

Bergschenhoek/Bleiswijk – Soms wordt de liefde je al van jongs af aan met de paplepel ingegoten en dat was ook bij Marije van den Heuvel het geval. Ze woonde langs de Rotte en haar moeder reed paard. Dat was een grote hobby van haar en ze genoten er dan ook samen van. “Ik zat al eerder op de rug van een paard dan ik kon lopen!” lacht Marije die de liefde voor paarden erfde, inmiddels 35 lentes telt en meerijdt in de Grand Prix!

Ze was een jaar of vijf toen ze ponylessen ging volgen bij de Stichting Manege Hillegersberg. “Er op zitten ging prima, maar leren galopperen vond ik doodeng. Mijn moeder rende mee tot ik het onder de knie had. Ik was een jaar of tien toen ik een eigen pony kreeg; Dandy, die bij ons aan huis stond. Daar viel ik regelmatig vanaf, maar ik bleef het leuk vinden. Ik ging met Dandy clublessen volgen op Manege Bergse Bos aan de Leeuwenhoekweg.”

Groei

Dandy werd verkocht omdat hij te moeilijk was en pony Marinka kwam; een wat oudere brave manegepony waar Marije een aantal jaren met plezier op reed. Na wat jaren thuis gereden te hebben gingen moeder en dochter op zoek naar een nieuwe pony. Marije was te groot geworden voor Marinka. Het werd Veni Vidi Vici waar Marije eerst een aantal jaren thuis mee reed en daarna ook mee ging werken in de dressuur. “Rond mijn achttiende ging het paard van mijn moeder naar Ton de Kok in Nootdorp. Ik mocht daar met mijn pony ook beginnen met lessen. Toen besloten we ook een eerste wedstrijd te gaan rijden en dat vonden zowel de pony als ik knap spannend, maar ook zo leuk dat we door wilden.” Toen haar pony geblesseerd raakte kon Marije – ze was inmiddels twintig – een startkaart aanvragen voor het paard van haar moeder. “De eerste wedstrijd wonnen we meteen; een leuke stimulans om door te gaan. Mijn moeder besloot te stoppen en vond het prima dat ik met haar paard verder ging trainen. Ik bleef lessen bij Ton en een keer in de maand mocht ik gaan trainen bij Alex van Schilfhout in Lunteren, een bekende naam in de paardenwereld waar ik eerder al eens een clinic had gereden. In deze periode heb ik ook mijn Orun instructeursdiploma behaald bij de KNHS en vanaf toen was ik ook Officieel Instructeur.”

Goed op de veren

Inmiddels werd voor haar eigen merrie het niveau te zwaar. Ze startte inmiddels ZZ Licht; toen nog de laagste klasse van de subtop. In 2011 hoorde ze in gesprek met hoefsmid Leon van der Ende dat hij een leuk paard voor haar wist te staan. “Goed op de veren en pas drie jaar, maar veelbelovend. Onze nieuwe aanwinst heette Donovan van Kairos en kon de eerste periode bij de hoefsmid in het land lopen en daar kon ik hem rustig opleiden. Vervolgens ging hij samen met Odieta (het paard van mijn moeder) en Angel P – die helaas minder gezond bleek te zijn – naar Stal Westerman in Oude Leede. Na een tijdje werd Odieta verkocht aan een hele leuke vrouw die wat rustiger aan met haar deed en ook lekker naar buiten ging. Angel P had een prachtig veulen gekregen en we zijn toen weer terug verhuisd naar Ton de Kok toen daar plek was.” Angel P bleek echter minder geschikt voor de sport en daarom ging ze naar een vriendin van Marije in Duitsland. “Zelf richtte ik me helemaal op Donovan. Toen werd ik zwanger en stopte ik tijdelijk met het trainen van paarden.”
Marije keerde pas weer terug in de training met haar paard na de bevalling van haar dochtertje. “We verhuisden naar Bleiswijk en toen ik daar in de buurt naar mogelijkheden keek kwam ik uit bij Stal Bernoski. Tijdens onze kennismaking reed eigenaar Hans een keer met Donovan en dat verliep goed. Vijf weken na de bevalling reed ik weer en ging ik lessen bij Hans; een topper in de paardensport. Donovan startte in de klasse Z2. Hij is een groot paard, maar ook gevoelig en in eerste instantie wat bang, maar door fanatiek te starten en veel te trainen hebben we het samen uiteindelijk tot de Grand Prix geschopt.”

Geklasseerd

Ongeveer twee jaar geleden startte het duo voor het eerst in een Grand Prix wedstrijd in Houten. “Daarin reden we boven de 60% en dat leverde al meteen een winstpunt op. We zijn officieel Grand Prix geklasseerd. Naast instructeur ben ik ook jurylid; nu mag ik tot en met M2 jureren. In de toekomst wil ik zeker verder met de juryopleidingen met als doel zo hoog mogelijk te kunnen jureren.”
Voor wedstrijden is 2020 een slecht jaar geweest. “Ik ben wel zeven dagen in de week hier op stal te vinden, want trainen blijft belangrijk. Topsport rijden met je paard kun je niet alleen. Naast een goede trainer, huisvesting en een hoefsmid is een goed passend harnachement (paardentuig) ook noodzakelijk. Je verwacht immers topprestaties van je paard. Na een afspraak en gesprek met zadelspecialist Kees Bregman hebben we samen gekeken naar het zadel van Donovan en hoe ik met hem aan het trainen was. Na een goede blik van Kees op de bespiering van mijn paard en zijn manier van bewegen hebben we besloten mijn zadel anders op te vullen en dat was meteen een groot verschil bij het rijden. Daar ben ik vandaag de dag nog steeds zo blij mee.”
Ondertussen staat er sinds 5 mei 2017 nog een paard op stal bij Bernoski: Jensen SW, toen een drie-jarige hengst met potentie die de opvolger van Donovan zou kunnen worden. “Met Donovan train ik vier tot vijf dagen per week en met Jensen, inmiddels een ruin van zes jaar, drie tot vier dagen en sinds kort met een zadel van Bregman. Af en toe rijd ik een wedstrijd met Jensen die ik nu in de M1 rijdt; om ervaring op te doen en hem langzaam te laten groeien naar een hoger niveau. Stal Bernoski is mijn tweede huis geworden, maar er moet natuurlijk ook nog wat worden verdiend om mee te kunnen blijven doen. Tijdens mijn zwangerschap verveelde ik me en toen ben ik gestart met een webshop als hobby; EMH Design. Die heb ik nog steeds en is best leuk. Ook geef ik lessen op locatie.”
Marije realiseert zich: “Ik ben als je het vergelijkt met de echte topruiters een gewone ruiter en kan met spullen niet tippen aan de toppers waar we tussen rijden, maar wat zijn we blij als het lukt en we apetrots kunnen zijn; dat is met geen pen te beschrijven. Voor topsport moet je alles over hebben en dat realiseren zowel mijn paard als ik ons; we hebben het er voor over, gesteund door anderen. En dan kan ook een klein grietje van de Rotte het met haar paard ver schoppen als de liefde er in zit!”