donderdag 3 december 2020 | week 49
Home » Algemeen » Lansingerlanders stropen de mouwen op in Franciscus Gasthuis

Lansingerlanders stropen de mouwen op in Franciscus Gasthuis

Lansingerlanders stropen de mouwen op in Franciscus Gasthuis

Lansingerland/Rotterdam – De toestroom van coronapatiënten bij ziekenhuizen in de regio is dusdanig groot dat het aantal coronapatiënten in de ziekenhuizen blijft toenemen. Met als gevolg, dat het nodig is om regionaal meer bedden beschikbaar te hebben voor de opvang; zowel op de verpleegafdeling als de IC. Bovendien geeft dit meer druk op het laboratorium en alle andere afdelingen die meehelpen in de coronazorg.

Trees Borkus-Henskens

De grootste zorg ligt bij het bemensen van alle extra bedden voor coronapatiënten, zowel op de IC als op de verpleegafdelingen. Het stijgende ziekteverzuim onder het personeel zorgt dat het alle hens aan dek is om de zorg op een veilige manier te kunnen continueren. Er zijn ondertussen tal van ‘helpende handen’ opgeleid die op de IC en verpleegafdelingen de gespecialiseerd verpleegkundigen kunnen ondersteunen. Collega’s die zich weer aanmelden (die al eerder geholpen hebben of extra uren willen draaien). Mensen die in de eerste golf zijn bijgesprongen, zoals gepensioneerde verpleegkundigen en mensen uit de wijkverpleging, zijn nu ook weer benaderd of zij kunnen bijspringen. De ziekenhuizen doen er alles aan om voldoende personeel in te zetten, maar het water staat aan de lippen. “Dit gaan we geen maanden en zelfs geen weken zo volhouden.”

Vakkundige hulp

Twee inwoners van Lansingerland meldden zich eveneens aan om die zo broodnodige helpende hand te bieden in het Franciscus Gasthuis; het ziekenhuis waar ze beiden al jaren werken. Bep Sonneveld werkt 37 jaar op zowel de poli cardiologie als de hartbewaking en Anne Hanschke is 3 jaar actief op het wetenschapsbureau van het Rotterdamse ziekenhuis, maar beiden werkten daarvoor op de IC. Zij meldden zich allebei ook in de eerste coronagolf al toen de reguliere zorg werd afgeschaald. “Dat gebeurde in overleg met het team, want dat kun je niet zo maar in je eentje beslissen. Daar moet draagvlak voor zijn. We konden worden vrijgemaakt, omdat ons werk werd verdeeld over de collega’s.”
Er hebben zich drie groepen gevormd die extra hulp komen verlenen waar nodig. “De eerste is assisterend en bestaat uit gespecialiseerde verpleegkundigen. De tweede – ondersteunend – wordt gevormd door verpleegkundigen en de derde – omloop – zijn mensen van andere afdelingen uit het ziekenhuis of van buitenaf. Bep is voorlopig tot half december ingeschaald op de IC en Anne tot eind december of korter waar het kan, want op het bureau waar ze werkt is het heel druk; er worden massaal coronastudies aangevraagd die moeten worden bekeken en beoordeeld.

Energie

“Je weet dat je het kunt en dat het ziekenhuis om helpende handen zit te springen. Dat urgentiebesef is er en ook vanuit het ziekenhuis zelf hoor je die oproep; kom als je wilt en kunt! Daarbij zijn ‘doorgewinterde’ handen extra welkom en bovendien krijg je er energie van door vakkundig werken. Na iedere dienst volgt een evaluatie en als je wilt kun je er over praten. Je ontlast de IC verpleegkundigen, maar je let ook op elkaar, want het is voor iedereen pittig.”
De eerste golf hebben beiden als spannend ervaren, omdat het voor iedereen nieuw was en veel zaken voor het eerst moesten worden aangepakt. “Ook in ons privéleven was het spannend, want niemand wist precies of je wel of niet besmet was of kon worden. Bovendien moest ik zelf weer wennen aan het onregelmatig werken en met een partner die onregelmatige diensten draait plus een kind met thuiseducatie. De piek was toen sneller over dan verwacht en ik had daarna moeite mijn eigen werk weer belangrijk te vinden,” kijkt Anne terug. Bep vult aan: “Maar nu lijkt het of je niet bent weggeweest op de IC, of de tussentijd is weggevallen. De publieke opinie is wel anders. Terwijl de patiënten toch net zo ziek zijn. Ook medewerkers die spontaan reageerden met ‘we gaan ervoor’ letten nu toch wat beter op zichzelf.” Bep en Anne leerden elkaar kennen dankzij die eerste golf en zijn daarna ook privé contact blijven houden. “Corona brengt dus ook goede dingen!”

Voorbereid

Van de eerste piek is veel geleerd. “Het verschil met toen is dat er nu een betere behandeling is die er voor zorgt dat er meer patiënten bespaard blijven van een plek op de IC, maar nu zijn meer mensen in de kliniek te behandelen. Die liggen op de verpleegafdeling, maar zijn wel veel zieker en alles ligt vol. Na de eerste golf is er uitgebreid geëvalueerd en nu is alles goed voorbereid. Per dag wordt bekeken of er op- of afgeschaald gaat worden.”
In het ziekenhuis weten ze: “Er is dit jaar veel gebeurd in de ziekenhuizen, maar nu al weten we allemaal dat er ook na corona handen te kort zijn. Er is een tekort aan gespecialiseerde verpleegkundigen; die kunnen zo beginnen. Maar we weten ook: we gaan er allemaal voor. Met een Franciscushart en dat zit op de juiste plaats! En komt er een derde golf; ook dan staan we er weer.”