donderdag 1 oktober 2020 | week 40
Home » Algemeen » Kimonotijd in coronatijd

Kimonotijd in coronatijd

Aleid Egas: “Van mijn zoon mocht ik nergens naartoe”

Kimonotijd in coronatijd

Berkel en Rodenrijs – Ook voor kunstenaars heeft de coronacrisis consequenties. Hoe houden zij zich staande in een periode waarin geen exposities of workshops kunnen worden gehouden. We gingen op zoek naar kunstenaars in Lansingerland en spraken met hen. Deze week hadden we een ontmoeting met Aleid Egas uit Berkel en Rodenrijs.

Arie van Driel

Het atelier van Aleid Egas wordt nog net niet letterlijk gedomineerd door een doek van 280 bij 100 centimeter. Al is het in lichte kleuren en rechttoe-rechtaan geverfde olieverfschilderij van een klotsende zee er wel nadrukkelijk aanwezig. Het alleen al qua formaat imposante kunstwerk symboliseert de zee van tijd die ze na het uitbreken van de coronagolf kreeg. “Van mijn zoon mocht ik nergens naartoe. ‘Mam, jij blijft binnen.’ Verplicht in quarantaine, dus. Maar thuis zitten, okay. Ik moest me wel zien te vermaken.” Ze schilderde niet eerder zoveel als in het afgelopen half jaar.

Zee

Symbool voor legio vrije tijd of niet, de Berkelse heeft per definitie iets met de zee. “Dat doek stond al een jaar of tien ergens in een hoek van mijn atelier. Ik had zo iets van: ik heb nu een zee van tijd, ik moet daar wat mee gaan doen. En inderdaad, ik heb iets met de zee. Eigenlijk van jongs af aan al. Dat weidse. Het onvoorspelbare. De ene keer stil, dan weer stormachtig. Elke keer weer een andere stroming. Wandelen op het strand. Op vakantie naar de kust. Scheveningen. Terschelling. Geen dure vakanties, maar wel mooie belevenissen. Ik heb sowieso een bijzondere band met de natuur. Met de vrijheid van vogels, vooral. Zelf loop ik vaak door de Groenzoom. Vliegen er zwanen over. En dan hun geluid erbij. Zo prachtig…”
Detail: rond haar huis bewegen zich twee twintig jaar oude ganzen en lopen de kippen en loopeenden je voor de voeten. Ontspannen gadegeslagen door Lex, de acht-jarige Friese stabij/border collie.

Voorliefde

In haar atelier op de grens met de Groenzoom – een klein museum op zich – is de rode draad in haar doeken onmogelijk te missen: Kinderen aan Zee en Vrouwen in Kimono, ingegeven door haar voorliefde voor de eind negentiende eeuwse collega´s George Hendrik Breitner (1857-1923) en Isaac Israels (1865-1934). Niet toevallig ligt er op tafel een boek over beide kunstschilders, Vrienden en Rivalen. “Ik heb dit boek aangeschaft om me voor te bereiden op de expositie Breitner vs Israels in Kunstmuseum Den Haag. Helaas gingen als gevolg van corona de musea dicht. Maar gelukkig werd de expositie verlengd en gingen de musea met corona beperkingen weer open. En kon ik de prachtige schilderijen, waaronder het meisje in rode kimono, bekijken. Die werken deden me iets. Een voordeel was wel dat het veel rustiger was in het museum.” Ze schuift het 224 pagina´s tellende en geïllustreerde boek over tafel naar zich toe. “Door dit boek te lezen kwam ik er ineens wel heel erg dicht bij.” Het emotionele timbre in haar stem vult echoënd de ruimte.

Verdriet

In haar werkruimte staan haar Vrouwen in Kimono in een rij, onderbroken door een portret van haar overleden vader. Het schilderen ervan, met een muziekje op de achtergrond, hielp haar het verdriet een plekje te geven. De basis voor dit schilderij is een foto van de laatste keer dat hij bij zijn dochter op visite was.
Ze heeft een eigen stijl. Realistische elementen vertaalt ze naar de werken van Breitner en Israels. “Niet Pietje precies. Het moet wel kloppen.” In de werken van Israels spreken de lichte kleuren en het rechttoe-rechtaan haar aan. “Ik wilde weten hoe dat voelde.” Ze werkt met foto´s. Het onderwerp projecteert ze op een achtergrond naar eigen inzicht. Zoals de jongen die ´vliegert´ in een weiland. Zij bracht hem en zijn vlieger naar de kust. “Hoe dat voelde? Waanzinnig. Ik word er ook vrolijk van. Wat me weer door deze coronatijd heen sleept.”