maandag 8 maart 2021 | week 10
Home » Politiek » Hoe nu verder met burgerparticipatie?

Hoe nu verder met burgerparticipatie?

Hoe nu verder met burgerparticipatie?

Lansingerland – Raadsleden hielden op woensdag 10 februari jl. een beeldvormingsavond over burgerparticipatie onder leiding van een extern adviesbureau dat zich richt op maatschappelijke vraagstukken. Het ging over doelen, visievorming, hoe burgers betrokken kunnen worden; in meeweten, meedenken, meewerken en meebeslissen. Een heel leerzaam onderwerp waarover we zelf steeds weer met actuele voorbeelden uit de samenleving schrijven.

Freek J. Zijlstra

Het gebruik van de juiste term om aan te geven waar het over gaat is in dit verband belangrijk. Als het gaat over participatie wordt het Sociaal Domein bedoeld, waarbij mensen zo veel mogelijk in de gelegenheid gesteld moeten worden om mee te doen. Dan gaat het over werk, dagbesteding, onderwijs, vrijwilligerswerk of deelnemen aan het verenigingsleven of sociale netwerken. Heeft men te maken met het Fysieke Domein, dus alles was met de Omgevingswet te maken heeft, dan spreekt men over burgerparticipatie. De inzet is dan dat gezorgd moet worden om mensen bij veranderingen in de fysieke leefomgeving te betrekken. Het gaat dan om de interactie tussen overheid en burger. Als de overheid voornemens is besluiten te nemen òf als burgers met initiatieven komen waarbij aan de overheid gevraagd wordt die te faciliteren.

Statements

Beeldvormingsavonden zijn bedoeld om raadsleden (en geïnteresseerde inwoners) over een actueel onderwerp bij te praten voordat de Raad besluiten neemt. Er wordt door externe deskundigen en/of beleidsambtenaren informatie gedeeld, zonder politieke lading. Die discussie wordt in de commissie of Raad gevoerd. Het was daarom bijzonder dat wethouder Simon Fortuyn deze avond opende met een aantal (politieke) statements. Hij verwees naar een rapport van de Rekenkamer en een motie uit 2019 waarin opgeroepen werd uitvoering te geven aan meer actieve burgerparticipatie. “Hoe gaan we daar vorm aan geven en hebben we daar eenzelfde beeld bij?” Fortuyn noemde de intensieve betrokkenheid van inwoners uit de Oranjebuurt en de Vogelbuurt bij projecten in die woonwijken. “Burgerparticipatie wordt ingebed in de Omgevingsvisie, waarin we met minder regels gezamenlijk de omgeving gaan inrichten. Kunnen we dat ook samen waarmaken? Er zijn immers altijd verschillende belangen. Je kunt nooit alles en iedereen te vriend houden. Dan vraagt het van de Raad om steevast koers te houden en niet bij elke inspreker te kantelen in de meningsvorming, zoals bij een recent onderwerp over een kleinschalig bouwproject in Rodenrijs. Je moet kunnen besturen en de rug recht houden. Burgerparticipatie is géén mediation traject! We kunnen niet elk individu apart gaan behandelen.” Fortuyn opperde dat het goed zou zijn een meetinstrument te ontwikkelen om de effecten van burgerparticipatie te kunnen analyseren.

Hoe verstrekt de gemeente informatie?

Beleidsmedewerkers Sabella en Margot van het cluster Communicatie gaven vervolgens een overzicht waarvan de ambtelijke organisatie in het afgelopen coronajaar in de communicatie naar de burgers gebruik heeft gemaakt. Er zijn veel digitale meetings – en tussen beide lockdowns – in beperkte mate kleinschalige bijeenkomsten geweest. Dan moet gedacht worden aan bewonersavonden en dialoogavonden. Lansingerland Peilt heeft een aantal peilingen onder het vaste panel uitgezet, er zijn webinars geweest en er waren enquêtes. Het vertrekpunt is dat er wordt gedacht in uitdagingen en kansen. “Omgevingsbewust denken vraagt om maatwerk omdat er vaak veel stakeholders betrokken zijn. Welke ruimte is er dan voor burgerparticipatie en welke vorm past er dan het beste bij?”, aldus Sabella.
De gemeente adverteerde met blikvangende pagina’s in de plaatselijke pers, er waren persberichten, er werden huis-aan-huis informatiebrieven bezorgd, berichten en videoboodschappen werden via sociale media en de gemeentelijke website verspreid en wekelijks werd de digitale nieuwsbrief gepubliceerd.

Uitdagingen

Trees van der Schoot was als extern deskundige gevraagd nog wat puntjes op de i te zetten. Burgers kunnen nu al inspreken en zienswijzen indienen op ontwerpbesluiten en een bezwaarschrift indienen op een genomen besluit. Dat is een negatief reactiemechanisme, waarbij de overheid via juridische procedures in de verdedigende rol stapt. Burgers ervaren die opstelling als het tegenover elkaar staan en dat voelt meestal niet goed. Hoe draai je dat om door mensen te vragen mee te doen en medeverantwoordelijkheid te dragen? Volgens Van der Schoot kan dat door mensen aan te spreken op de gezamenlijke zorg voor de leefomgeving, samen de doelen te formuleren en die te willen behalen. Maar dat kan alleen als in een vroeg stadium burgers worden betrokken, dus nog vóórdat er een concreet plan ligt en er al een keuze gemaakt is. “Het doel van burgerparticipatie moet dus zijn om negatief reageren om te zetten naar positief meedoen! Dat vraagt om een cultuuromslag van burgers èn gemeente. En dat vraagt om andere vaardigheden van de ambtelijke organisatie en een bijgesteld plan van aanpak.” Van der Schoot signaleert wel dat politici zich vóór en ná verkiezingen anders gedragen. Ze moeten een balans vinden in het behartigen van de belangen van hun kiezers en het maken van hun eigen politieke afwegingen. “Het is niet de taak van de gemeente om draagvlak te organiseren, maar om de burgerparticipatie te bewaken.” Ze gaf als tip van de Nationale Ombudsman mee om eerst een ‘omgevingsscan’ te maken en vast te stellen wat de behoeften en belangen van de inwoners zijn. De overheid moet uitnodigend en verbindend zijn en waar nodig prikkels geven, zodat inwoners actieve burgers worden.