zaterdag 23 januari 2021 | week 03
Home » Heden & Verleden » Het Bleiswijkse Verlaat en de buren

Het Bleiswijkse Verlaat en de buren

In aansluiting op het artikel over een ‘sluiswachtershuis’ en de vele reacties hierop presenteren we deze keer een Heden & Verleden (264) die helemaal gaat over de oorsprong van het Bleiswijkse Verlaat en de sluiswachters – vader en zoon Schotte – die er woonden en werkten.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Door Trees Borkus-Henskens

Sluiswachter Wim Schotte voor de oorspronkelijke sluiswachterswoning (naast het huidige Meerenbos) samen met z’n vrouw Jannie Schotte en hun oudste kinderen Cor en Marie.

Het Bleiswijkse Verlaat en de buren

Het Bleiswijkse Verlaat werd ontworpen en gerealiseerd tijdens de droogmakerij in 1774 en diende in eerste instantie als schutsluis. Die functie zou de sluis tot ver in de twintigste eeuw houden. Uit archieven blijkt, dat er vanaf februari 1956 geen scheepvaart meer door het sluisje werd toegestaan. Sinds 1974 is het Bleiswijkse Verlaat een Rijksmonument en maakt het deel uit van het Zuid-Hollands cultureel erfgoed. Een waardevol historisch element in het Rottemerengebied met als eigenaar het Recreatieschap Rottemeren. Het in verval geraakte verlaat werd in 2015 gerestaureerd en is in oude glorie hersteld.

De sluis met daarachter het huisje dat inmiddels is afgebroken en plaats heeft gemaakt voor een nieuwe woning.

Rotte en Snelle

Turfsteken was ooit een belangrijke bron van inkomsten voor Bleiswijk en omgeving. De Rotte vormde een belangrijke aan- en afvoerrroute van goederen, maar de toegang daartoe werd een knelpunt en daarom werd de Heulsloot gegraven. Toen in de 17de eeuw een pad langs het water kwam en de Heulsloot als trekvaart ging dienen kreeg het pad de naam Lange Vaart en het brede deel van de sloot ging de boeken in als Brede Vaart of Snelle.
Het Bleiswijkse Verlaat nam in belangrijkheid toe, want veel goederen passeerden de sluis van en naar Bleiswijk. Het had een grote betekenis voor Bleiswijk. Er was druk scheepvaartverkeer vanuit de polder naar Rotterdam en Den Haag. Met name het vervoer van land- en tuinbouwproducten per schuit was belangrijk. Tot 1955 was Bleiswijk per schip bereikbaar. In 1972 onderging het verlaat al eens een kleine restauratie.

De gerestaureerde sluis werd op 27 november 2015 officieel geopend.

De sluiswachter

Er groeide een levendig transport, maar daar moest wel een sluiswachter bij worden aangesteld om alles in goede banen te leiden en het sluisgeld te innen.
Naast het Bleiswijkse Verlaat richting het huidige Meerenbos (waar de eerste molen van de molenviergang toen stond) lag de sluiswachterswoning waar Wim Schotte woonde. Hij was in 1913 de laatste molenaar van de molen. In dat jaar werd het draaiende deel verkocht en de molenstomp aan Schotte en zijn gezin verhuurd. De molen werd in 1927 afgebroken, nadat Schotte de keus had gemaakt liever in een nieuw te bouwen sluiswachterswoning te gaan wonen dan in een opgeknapte molenstomp.
Zijn dochter, Erkie Vermeer-Schotte (87), weet er nog veel over te vertellen.
“Mijn ouders Wim en Jannie Schotte woonden er samen met mijn broer Cor en zus Marie toen ik als derde en nakomertje geboren werd. Ons huis heette Torenzicht – vanwege het uitzicht op de kerk van Zevenhuizen – en stond dus naast de afgebroken molen waar nu het restaurant Meerenbos staat. Mijn vader werkte als sluiswachter voor de polder, maar had ook een eigen boerderij met koeien en kippen. De plek naast de sluis waar onlangs een nieuw huis is gebouwd heette de koeienbocht. Dat was de verzamelplaats van de koeien die in het gras vrij langs de Rotte liepen. Ze werden daar vastgezet als ze gemolken moesten worden. In die melktijd mochten wij als kinderen de sluis in de gaten houden. Voor elke boot die passeerde moest een bonnetje ingevuld, het gewicht van de boot bepaald en betaald worden, waarna de schipper de ene helft van de bon en de sluiswachter de andere helft kreeg. Elk jaar ging mijn vader op 2 januari naar het Polderhuis om daar bij meneer Buurman het geld te gaan brengen dat de schippers in de loop van het jaar hadden betaald, inclusief de bonnetjes.”

Wim Schotte in het sluisje in 1920.

Huisjes

Waren de schepen te groot om door de sluis te gaan, dan gingen ze voor anker midden op de Rotte in de vaargeul. “Vervolgens kwamen er vletten vanuit Bleiswijk om de goederen verder te vervoeren. Maar we hadden ook veel vaste klanten. Veelal naar de coöperatieve maalderij De Volharding met bedrijfsleider Krijn Verheul (in het dorp waar nu AH staat) waar de boeren vanuit de omgeving hun tarwe aan leverden. Vaak vaste gezichten als beurtschippers; tuinders langs de Lange Vaart als Van Vliet, Groenewoud en Van Dorp die met de schuit hun groenten naar de veiling in Rotterdam brachten, twee keer per week de marktschuit, de vuilnisboot die het huisvuil afvoerde, Kees Bakker met koren en Jan Bos met zand en grind voor de aannemers in Bleiswijk. Van lieverlee groeide ook de pleziervaart en kon je tevens voor vijf cent door mijn vader naar de overkant worden geroeid. Met name in het weekend kwamen hier veel recreanten voor ontspanning; voor een belangrijk deel uit Rotterdam. Ze huurden een plekje bij ons aan de steiger en zaten bij mooi weer heerlijk langs de kant in het gras. De eersten die een plekje bij mijn vader huurden waren Cor Molenaar en Jan Haitsma. Maar je kon ook bij ons in de schuur kamperen. Wij vonden het prachtig, want dan konden we met die kinderen spelen. Na het bombardement in de Tweede Wereldoorlog ontvluchtten veel Rotterdammers de stad. Bij de sluis werden huisjes geplaatst waarin ze de hele oorlogstijd zijn blijven wonen, waarna ze werden afgebroken.”
Haar broer Cor Schotte trouwde en ging in 1948 samen met zijn vrouw in een klein zomerhuisje wonen dat naast het sluisje stond. Na tien jaar verhuisden ze naar de sluiswachterswoning waar ze in gingen wonen bij hun inmiddels weduwe geworden (schoon)moeder Schotte.

Een schilderij van de familie Schotte met daarop de molen en in de verte het sluisje.

Geen sluiswachterstaken

Omdat – met uitzondering van palingvisser Van Vliet – het scheepvaartverkeer vanaf 1956 geen gebruik meer mocht maken van het sluisje had Cor geen sluiswachterstaak meer. Wel moest hij het waterpeil bij het sluisje regelen. “Vanuit de sluiswachterswoning verkocht hij snoep, koek en drankjes, maar Cor had een droom om een café restaurant te realiseren. In 1969 opende hij Schotte’s Hof. In 1981 werd de zaak verkocht aan Bas van Vliet en tien jaar later werd Meerenbos op dezelfde plek gebouwd. Ook de oorspronkelijke sluiswachterswoning werd afgebroken. Op dezelfde plaats verscheen een nieuw huis, maar de gevelsteen Torenzicht prijkt nog steeds in de voorgevel. Inmiddels zwaaien de dochter en schoonzoon van Van Vliet in Meerenbos de scepter, de laatste jaren terzijde gestaan door hun dochter.”
Erkie weet ook: “Het schuurtje dat naast de sluis stond – en door Schotte werd gebruikt als kippenschuur – werd door Schieland verhuurd aan de Haagse familie van Geest die er een vakantiehuisje van maakte.” Zelf woont Erkie nog steeds met veel plezier aan de Rotte, maar nu op grond van Bergschenhoek, “Elke lustrumverjaardag vier ik altijd nog in Meerenbos. Het is nog steeds leuk er te komen en met elkaar foto’s te maken bij ’t sluisje.” Erkie was tevens eregast toen op 27 november 2015 wethouder Jeroen Heuvelink als bestuurder van het Recreatieschap Rottemeren in aanwezigheid van een groot aantal genodigden de openingshandeling van het fraai gerestaureerde Bleiswijkse Verlaat verrichtte.

Erkie Vermeer-Schotte heeft nog albums vol foto’s uit vervlogen tijden waar ze veel over kan vertellen.