zaterdag 28 november 2020 | week 48
Home » Nieuws » Gevolgen van de nieuwe Wet Inburgering
Illustratie bij het artikel over integratie in het magazine van VluchtelingenWerk Nederland.

Gevolgen van de nieuwe Wet Inburgering

Gevolgen van de nieuwe Wet Inburgering

Lansingerland – De gemeenteraad werd op 15 oktober jl. voor de tweede keer door de ambtelijke organisatie bijgepraat over de betekenis van de Wet Inburgering die vanaf 1 juli 2021 van kracht zal zijn. Dan krijgt de gemeente de volledige regie over de inburgering terug. Deze week werd door VluchtelingenWerk Lansingerland bekendgemaakt dat die vrijwilligersorganisatie de maatschappelijke begeleiding van asielgerechtigden al per 1 januari 2021 beëindigt. Het werk wordt overgenomen door Humanitas.

Freek J. Zijlstra

Tijdens een digitale beeldvormingsavond werd door de beleidsmedewerker nog eens ingezoomd op de te verlenen begeleiding en de wijze waarop dat financieel geregeld is.
Na de opvang van 148 asielgerechtigden in 2016 zal het aantal instromers dit jaar volgens de landelijke taakstelling uitkomen op 42 personen. In de taakstelling voor 2021 zit een grote onzekerheid. Het zouden aanvankelijk 45 personen worden, maar met de huidige toename van het aantal vluchtelingen zou dat aantal naar 80 kunnen stijgen in 2021. De Wet Inburgering geldt uiteraard ook voor gezinshereniging, en buitenlandse partners die met een Nederlander een verbintenis aangaan.

Het wiel is weer uitgevonden

In het huidige stelsel heeft de vrije marktwerking met de verstrekking van een lening van maximaal € 10.000 via DUO tot een chaos geleid. Zogenoemde ‘sjoemel taalscholen’ streken het geld op, maar gaven daar geen solide taalonderwijs voor terug. Dat leidde tot overschrijding van de inburgeringsdatum en de schrik dat de hele lening terugbetaald moest worden. Een onmogelijke eis aan asielgerechtigden, vooral omdat de focus op betaald werk pas ná het afronden van de inburgering aan bod kwam.
In het nieuwe stelsel ligt de regie weer helemaal bij de gemeente, eigenlijk net zoals 10 jaar geleden het geval was. De gemeente is verantwoordelijk tijdens het inburgeringstraject en heeft de verplichting het juiste aanbod voor een leerroute te doen. Daarbovenop komt standaard de ‘ontzorging’, waarmee de gemeente zes maanden lang de financiële verplichtingen rechtstreeks betaalt en dat bedrag kort op de uitkering. In dat half jaar wordt men financieel zelfredzaam gemaakt en kan na de turbulente vestiging eindelijk stabiliteit optreden. Ook die aanpak was voor de ingang van het huidige stelsel dagelijkse praktijk. De gemeente biedt nu een leerroute aan nadat het niveau van de kandidaat is vastgesteld. Er kan ingestroomd worden op leerroutes A, B en C; elke route heeft twee sub-niveaus. Gangbaar is het B1-niveau, aangeduid als ‘Jeugdjournaal Nederlands’. In het vorige stelsel bepaalde de taalschool het niveau. In het voorlaatste stelsel lag de inschatting van het leer- en ontwikkelingsniveau ook bij een ambtenaar, die vervolgens plaatsing op een taalschool regelde en een leer/werkprogramma vaststelde. Feitelijk niets nieuws onder de zon, alleen nu ingebed in een participatietraject. De doelstelling van de gemeente is binnen de gestelde twee jaar aan de inburgeringsverplichtingen te voldoen, zodat mensen op een volwaardige manier aan de Nederlandse samenleving kunnen gaan deelnemen.

Financiën

Voor 2021 dekt de geldstroom vanuit de Rijksoverheid de geraamde kosten. In 2022 wordt het bedrag voor de nieuwe statushouders verhoogd met de kosten voor de begeleiding van het tweede jaar. De maatschappelijke begeleiding wordt gefinancierd uit de Wmo. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft subsidie om in het eerste halfjaar van 2021 de noodzakelijke voorbereidingen te treffen. Asielgerechtigden die door inferieure taalscholen in financiële problemen zijn gekomen, worden alsnog in de gelegenheid gesteld taallessen te volgen en hun inburgeringsexamen te halen, waardoor het geleende bedrag toch niet aan DUO terugbetaald hoeft te worden. In verband met de verplichte taakstelling van Rijkswege blijft de voorrangsregeling bij sociale huisvesting wel van kracht.

VluchtelingenWerk Lansingerland stopt

VluchtelingenWerk biedt al vier decennia lang maatschappelijke begeleiding aan vluchtelingen. Vrijwilligers die aangestuurd worden door professionals verlenen met hart en ziel praktische en emotionele ondersteuning vanaf het moment dat de vluchteling zich in de woonplaats vestigt. Die maatschappelijke begeleiding wordt volgens het voorliggende plan vanaf de invoering van de nieuwe Wet Inburgering door ambtenaren overgenomen.
Marten Tjaart Raadsveld, teamleider VluchtelingenWerk Lansingerland, deelde afgelopen week mee dat de gemeente stopt met de subsidieregeling voor betaalde professionals, waardoor de locatie in Lansingerland per 1 januari a.s. ophoudt te bestaan. “Dat is een hard gelag voor ons, maar het is zoals het is,” zegt Marten Tjaart. Vooral omdat volgens hem de gemeente de maatschappelijke begeleiding vervolgens weer uitbesteedt, maar vanaf volgend jaar aan Humanitas. Die organisatie heeft ervaring met begeleiding van inwoners in de thuissituatie door vrijwilligers. “Een aantal van onze vrijwilligers is ook al actief betrokken bij Humanitas, dus zal praktische informatie niet helemaal weglekken. Wel ben ik bezorgd over de juridische begeleiding, een tak van sport waarin VluchtelingenWerk een heel netwerk van deskundigen heeft opgebouwd en dat komt van pas bij ingewikkelde en langdurige procedures met de IND. Wellicht komt de gemeente op dat punt bij onze organisatie terug.”

Dubbele pet

VluchtelingenWerk Nederland maakt zich toch wel zorgen over de maatschappelijke begeleiding. Hun vrijwilligers doorlopen cursussen om goed toegerust te zijn op hun taak. Er is veel specifieke (landen)kennis binnen de organisatie. Ze benadrukken de nine-to-five inzet en de hechte vertrouwensband die hun vrijwilligers opbouwen.
VluchtelingenWerk Nederland kijkt vooral kritisch naar de ambtelijke ondersteuning die verschillende taken in één persoon moet vervullen. Ambtenaren krijgen een regisserende rol bij de plaatsing op een taalschool en het aanbieden van werk, het toewijzen van financiële middelen en het wijzen op aanvullende financiële regelingen, moeten handhaven en korten op de middelen als verplichtingen niet worden nagekomen. Aan de andere kant zijn ze nu ook belangenbehartiger en moeten ze de vluchteling helpen bij de integratie. Als de ambtenaar het verlengstuk van overheden wordt, is hij/zij niet onafhankelijk en kan er geen vertrouwensband met de vluchteling ontstaan, is men van mening.