donderdag 28 januari 2021 | week 04
Home » Heden & Verleden » De laatste machinist van het gemaal Noordeinseweg
Bertus Olsthoorn (91) september 2020. Foto: John Hofman.

De laatste machinist van het gemaal Noordeinseweg

In deze aflevering (265) van Heden & Verleden het verhaal van Bertus Olsthoorn, voormalig machinist van het gemaal aan de Noordeindseweg. In verenigingsblad Het Lint van de Historische Vereniging Berkel en Rodenrijs is een uitgebreide versie van dit verhaal te lezen.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Door John Hofman

De laatste machinist van het gemaal Noordeinseweg

Berkel en Rodenrijs – Bertus Olsthoorn was de laatste machinist van het gemaal aan de Noordeindseweg dat er onder meer voor zorgt dat we droge voeten houden in Berkel en Rodenrijs. Nu, anno 2020, wordt het gemaal automatisch bediend.

Als zelfstandig loonwerker werd Bertus Olsthoorn (91) destijds benaderd door het bestuur van Polder Berkel of hij interesse had om machinist te worden van het gemaal aan de Noordeindseweg. Machinist Flip Vonk ging er mee stoppen. In eerste instantie dacht Bertus: “Nee, niets voor mij”. Het loonwerkersbedrijfje beviel hem goed en hij kreeg opdrachten van diverse boeren. Toch bleef men aandringen om de functie te aanvaarden en Bertus ging er serieus over nadenken. Op 1 april 1968 trad hij in dienst bij Polder Berkel.
Maar voordat hij zijn handtekening zette, ging het anders dan hij had gedacht. Machinist Flip Vonk besloot ineens nog een paar jaar door te gaan, waardoor Bertus toch weer van de ene naar de andere werkgever liep om aan het werk te blijven. Het loonwerk had hij inmiddels twintig jaar gedaan, dus hij kende de polder van binnen en van buiten. Daarmee had hij al een voorsprong als hij machinist zou worden. Hij woonde met zijn vrouw Joke van den Bulk (87) aan de Noordersingel en eigenlijk wilden ze daar niet weg. Machinist worden betekende echter verhuizen naar de dienstwoning aan de Noordeindseweg, vlakbij het gemaal. Op 1 april 1968 was het zo ver: Bertus werd de machinist van het gemaal en op 1 november 1968 verhuisde het echtpaar naar de Noordeindseweg. Er moest echter het een en ander aan de woning worden gedaan vanwege achterstallig onderhoud. Dat vond het Polderbestuur in eerste instantie niet nodig, maar een van de bestuursleden was het met Bertus eens, trapte een paar ramen in en zei: “Zo, nu is het wel nodig!”. Bertus: “Nee, ik noem geen namen!”.

Alles anders

“Ik moest wel eerst leren machinist te worden, want je kunt zo’n gemaal niet zo maar gaan bedienen”, zegt Bertus eerlijk. “De praktijk had ik wel in m’n vingers omdat ik zoals gezegd de polder goed kende, maar theorie is weer wat anders. Dat liet ik aan het polderbestuur over, want ik had geen zin meer om cursussen te gaan volgen. Machinist Flip heeft mij veertien dagen wegwijs gemaakt in de machinekamer, maar ik bemaalde daarna op mijn eigen manier. Flip was nog van de oude stempel, terwijl ik een stuk jonger was en ‘moderner’ dacht.”
Bertus werkte goed samen met de (toen nog zeer jonge) machinist Jan van der Hoeven van het gemaal aan de Molenweg. “Er kwam echter na vijftien jaar Polderbestuur een kentering die voor Bertus niet zo gunstig uitpakte: het Hoogheemraadschap Delft nam de zorg voor de gemalen over van Polder Berkel en alles werd anders. Inmiddels was Bertus al bevorderd tot opzichter. “Ik kan mij nog herinneren wat een van de hooggeplaatste bestuurders van Polder Berkel tegen mij zei: ‘Wees altijd eerlijk, rechtvaardig en denk aan het algemeen belang’. En dat heb ik altijd nagestreefd.” Ook het Hoogheemraadschap stemde er mee in: de theorie voor het schap en de praktijk voor Bertus. Toch botste hij wel eens met het Hoogheemraadschap. “Het Polderbestuur heeft mij altijd gewaardeerd, maar bij het hoogheemraadschap was ik een nummer.” Er was wel een goede samenwerking met gemeente en provincie. “Ik heb een leuke tijd gehad.”

Verstopte pomp

Met het bedienen van het gemaal, moest hij er voor zorgen dat iedereen ‘genoeg’ water had (tuinders, boeren) en dat de inwoners van Berkel en Rodenrijs geen natte voeten zouden krijgen. Belangrijk was ook: in de zomer niet te veel malen om het grondwaterpeil op orde te houden. De pomp van het gemaal was zijn ‘weerbericht’: als deze nat/vochtig was aan de buitenkant, kwam er gegarandeerd regen. Lachend: “De boeren konden dat ‘voorspellen’ als het boenhok nat werd.” De oude pomp staat momenteel nog, zonder de klok, bij het huidige gemaal aan de Noordeindseweg, als nostalgie. Aan de klok kon Bertus zien dat de pomp verstopt zat. “Wat ik nu vertel is niet zo fris, maar ik moest zo’n verstopping uiteraard verhelpen en dan kwam ik van alles tegen. Soms een dood lam, een kat of zelfs een hond die mensen in het water van de polder hadden gedumpt en die dan bij het gemaal in de pomp terecht kwamen. Die moest ik verwijderen.” In de 26 jaar dat Bertus het gemaal heeft bediend, is er nooit wateroverlast geweest. Trots: “In mijn tijd is de Boezem (aan de Molenweg, red.) nooit bij hevige regenval onder water gezet, terwijl dat inmiddels, na mijn pensionering, zeker al drie keer is gebeurd. Nu zit er geen machinist meer op de gemalen. Alles gaat automatisch. Als het waterpeil een bepaalde hoogte bereikt, begint het bemalen pas. Ik ging direct bemalen zodra de pomp nat was.”

Broze gezondheid

Op zijn 63e kon hij eventueel in de vut, maar dan moest hij uit de dienstwoning. “Dat wilde ik niet. Dan werk ik liever nog een paar jaar door. De woning was inmiddels getaxeerd. Iemand zei tegen mij: ‘koop jij die woning, dan kunnen ze je er nooit uitzetten’. Dat heb ik toen gedaan, al is het een rechtszaak geworden die ik uiteindelijk heb gewonnen. Ik kon dus blijven zitten waar ik zat.”
Bertus woont, met zijn echtgenote, nog steeds vlakbij zijn voormalige ‘hobby’, want tijdens de jaren voor het Polderbestuur was zijn werk zijn hobby. Na de overname door het hoogheemraadschap was het puur zijn werk. “Ik ben nog een keer gaan kijken toen ze het gemaal aan het verbouwen waren. Stond er zo’n snotneus van het hoogheemraadschap in de machinekamer en die vroeg wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik 26 jaar machinist was geweest van het gemaal. Zegt ‘ie: ‘U hebt hier niets te zoeken dus ik wil graag dat u vertrekt'”. Vanaf dat moment heeft Bertus er nooit meer een stap gezet.
Toch kijkt hij terug op een over het algemeen mooie periode in zijn leven. Inmiddels is hij 91 jaar oud en zijn gezondheid is ‘broos’ te noemen. “Onlangs vroeg ik aan de dokter: ‘En dokter, hoe sta ik er voor? Zegt ‘ie: ‘Je moet het zo zien Bertus: het is allemaal niet meer nieuw, maar je bent er nog steeds'”.