zaterdag 16 januari 2021 | week 02
Home » Algemeen » Berkelaren zien hun droomplek in rook opgaan
Ook het huis aan de Zuidersingel onderging een fikse verbouwing maar Edwin en Egbertine hopen er nu langer in te kunnen blijven wonen dan in hun Rottehuis.

Berkelaren zien hun droomplek in rook opgaan

Hoe een einde kwam aan de lange geschiedenis van een pand

Berkelaren zien hun droomplek in rook opgaan

Berkel en Rodenrijs – Edwin en Egbertine Kisman wonen sinds 2016 met veel plezier aan de Zuidersingel, maar het was niet hun eerste keuze om daar neer te strijken. Graag vertellen ze de weg die ze hebben afgelegd en die hen uiteindelijk aan de Zuidersingel deed belanden. Een bijzonder verhaal dat begint met de geschiedenis van een mooie plek aan De Rotte.

Trees Borkus-Henskens

“We wonen sinds 1968 in Berkel en Rodenrijs. In 2000 verhuisden we vanuit de Lindenlaan naar de Rottekade in Bergschenhoek. Daar vonden we een leuk huis waar wel het een en ander aan verbouwd moest worden. Omdat in 2002 sprake was van sanering van ons kavel vanwege een teerfabriek die daar had gestaan besloten we onze plannen om het huis te verbouwen op te schorten. De sanering werd uiteindelijk pas in 2010 uitgevoerd, maar meteen daarna hebben wij de (ingrijpende) verbouwing doorgezet. Drie jaar later kwam Rijkswaterstaat echter met de mededeling dat ze zouden gaan beginnen met het uitvoeren van het plan van de verbindingsweg A13/A16; een plan dat al uit 1974 stamde. Wij werden onteigend en moesten weer op zoek naar een andere woning. Na weer een ingrijpende verbouwing van ons nieuwe huis zijn we eind 2016 naar Rodenrijs verhuisd.”

Zoals het echtpaar Krisman het pand in 2000 kocht.

Historie van een Rottehuis

Het huis aan de Rotte waar Edwin en Egbertine hoopten nog lang te kunnen blijven wonen kende een lange geschiedenis die werd vastgelegd om niet verloren te gaan. De geschiedenis begint rond 1500 in het Buurtschap Terbregge (vroeger behorend onder het ambacht Hillegersberg en Rotteban), dat in de dertiende eeuw ontstond rond een brug over de Rotte en haar naam te danken heeft aan de brug (de bregge) over de Rotte die er al eeuwenlang lag en nog ligt (waarschijnlijk nu de Irenebrug). In 1524 moet het gehucht ‘Terbregghe’ al bestaan hebben. De molen De Vier Winden staat in het oude gedeelte aan de Rotte, een stellingmolen uit 1776. Tot 1964 werd met de molen graan gemalen. De eerste Breggemolen is waarschijnlijk begin van de 15e eeuw gebouwd. Het had nog niet de capaciteit van de latere watermolens. Dat was ook niet nodig, want de polders waren nog niet uitgeveend en het polderniveau lag toen aanzienlijk hoger. De Breggemolen en de even oude Butterdorpse molen hielden de Butterdorpse polder tot aan de grote turfwinning droog. In de 17e eeuw werd de turfwinning grootschalig aangepakt. Dat bracht welvaart. Na 150 jaar was praktisch alle turf verdwenen. Voorspoed maakte plaats voor armoe. Schieland, voornamelijk ten westen van de Rotte, was veranderd in een grote waterplas. Door afkalving vanwege de golfslag dreigden de laatste wegen en kade te bezwijken zodat een normale verbinding onmogelijk zou worden.

Na twee verbouwingen stond er een stralend pand (in de weg) dat nog jaren dienst had kunnen doen en de geschiedenis van het pand had kunnen verlengen.

Drooglegging

Noodgedwongen is men in 1772 met een kostbare drooglegging begonnen. Een gigantisch karwei dat zes jaar zou duren. Op de vroegere plaats van de Breggemolen is in 1772 de bovenmolen van de molenviergang G – de Breggegang – gebouwd; de G1. In het Lage Bergse Bos staan nog (de resten van) de G2 en de G4. De G3 is verdwenen.
In 1914, na 140 jaar trouwe dienst, werden de molens buiten gebruik gesteld. Het Waterschap was op elektrische bemaling overgegaan, met afstandsbediening. Er stonden in één klap 27 watermolens buiten gebruik; 27 molenaars stonden aan de kant. Ter compensatie hadden zij het eerste recht van koop, tegen een zacht prijsje. De meesten maakten daar gebruik van. Van de 16 molens in Bergschenhoek is de helft meteen gesloopt. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog brachten de zware houten molenbalken goed geld op. De overige molens werden gedeeltelijk afgebroken en omgebouwd tot woonhuis. De G1 of Breggemolen werd in 1914 met de grond gelijk gemaakt. Alleen de fundering bleef, inclusief resten van de watergang. De molenfundatie is enorm zwaar en massief, zodat het (dubbel)pand dat er op gebouwd werd sindsdien geen millimeter gezakt is. Dit in tegenstelling tot veel andere huizen op de Rottekade.

Een bovenaanzicht van de huidige werkzaamheden bij de Rotte. Het Rottehuis stond vlakbij de knalgroene kraan aan de oever van de Rotte.

Industriegebied

De Rotte was in begin vorige eeuw het industriegebied van Bergschenhoek vanwege de mogelijkheid van transport over water. Een van de eerste ondernemingen (1915) was een kaasfabriek, op de plaats waar later de showroom/opslag van S&V kwam. De ‘Franse kaas’ die gemaakt werd van melk van plaatselijke boeren sloeg niet aan. De kaasmaker gaf de brui aan zijn ‘Brie’ en sloot zijn fabriek. Het pand bleef enige tijd leeg staan. Ruim tien jaar hiervoor in 1905 richtte een zekere E.L. Kramer een aannemingsbedrijf op, gericht op het maken van rubberoid dakwerken. Het rubberoid betrok hij van The Rubberroid Company in New York; later vanuit Engeland en Duitsland. In 1928 vestigden de Gebr. Kramer zich in de voormalige kaasfabriek. Het bedrijf liep goed. Men moest telkens uitbreiden. Er werd onder andere asfaltbitumen geproduceerd. In 1932 boekte men succes met een nieuwe, goedkopere methode om rubberroid te produceren, waardoor ze in de crisistijd concurrerend bleven. Uitbreidingsplannen moesten door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de ijskast worden gezet. Na de oorlog kwam een fusie tot stand met Key’s Asphaltfabriek. Aan de Rotte was er geen plaats meer voor uitbreiding. Het bedrijf ‘Key en Kramer’ verhuisde naar Maassluis. In het pand op het fundament van de Breggemolen had de teerfabriek z’n kantoor gevestigd met in de naastgelegen schuur het laboratorium. In 1958 vestigde de timmerfabriek van Marinus Uittenbroek, begonnen aan de Grindweg, zich in de voormalige teerfabriek. In de timmerfabriek werden doodskisten gemaakt. Uittenbroek woonde in het voormalig kantoor van de teerfabriek, dat leeg stond. In 1969 besloot hij het pand te splitsen in twee gelijkwaardige woningen. Uittenbroek stopte om gezondheidsredenen in 1988 met zijn bedrijf. Daarna kregen de woningen verschillende bewoners. Els Borst, arts bij de Adrianastichting (Rottekade 244) en mr. W.G. Sillevis Smitt (Rottekade 243). Vervolgens, in 1998 Yuri Backx (244) en de dames Marga Stolker en Mieke van der Waals (243).

Aantrekkelijke ligging

Kisman: “Wij hebben het huis in 2000 gekocht van Backx vanwege de aantrekkelijk ligging.” Maar er zat een addertje onder het gras. De teerfabriek had de grond behoorlijk vervuild. Er waren in 1998 en 2000 bodemonderzoeken uitgevoerd. Volgens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland was er “gezien de resultaten van het onderzoek naar de actuele risico’s voor mens en milieu sprake van urgentie als bedoeld in artikel 37 van de Wet bodembescherming”. Volgens dat artikel 37 lid 2 moest vóór 2007 met de sanering worden begonnen. “Wij tekenden het koopcontract dan ook pas toen ons door de milieudienst Rijnmond (DCMR) schriftelijk werd verzekerd, dat sanering onder haar regie zou gebeuren en niet voor onze rekening zou zijn.” Aanvankelijk zou de sanering in 2002 gebeuren, in juni starten en gereed zijn in september. In 2004 vertrokken de buren Stolker & van der Waals naar St Philipsland om de sanering te ontvluchten. Ze kwamen een jaar later weer terug omdat ze hun huis niet aan de gemeente konden verkopen. “We hebben in die tijd overwogen het huis te kopen, maar hun prijs lag te hoog. Er zijn daarna veel onderzoeken door en gesprekken met DCMR gevolgd. Uiteindelijk werd pas in december 2009 begonnen met de sanering, die in februari 2010 werd afgerond.”

Uitbouwen

“We hadden al besloten het huis na de sanering uit te bouwen en de vroegere houten schuur te funderen en in steen op te trekken. De bouw begon in februari en liep tot september/oktober 2010. Na de uitbouw van ons huis en van de schuur besloten wij pas een jaar later (stom!) tot herbouw van de bovenverdieping. Die liep van juni 2011 tot oktober 2011 en viel nog net binnen de 6% BTW stimuleringsregeling. In 2012 wachtte ons de volgende ‘verrassing’ waar eigenlijk niemand rekening mee hield: de plannen voor de aanleg van de A13/16 werden doorgezet door Melanie Schultz. De eerste notitie over het bestemmingsplan dateert al van 1974. Er volgden veel protesten. Negatieve energie waar we niet aan meegedaan hebben. Er was overduidelijk sprake van pseudo-inspraak. Wel meldde Rijkswaterstaat (RWS) dat er op het OntwerpTracébesluit 256 (!) zienswijzen werden ingediend. Net nadat de tweede verbouwing van ons inmiddels mooie huis werd opgeleverd meldde zich een adviseur/onderhandelaar. De overdracht van ons huis aan RWS vond plaats op 26 juni 2015. We zijn daarna meteen, begin juli, een zoektocht naar een nieuw huis begonnen. Het werd de Zuidersingel; die voldeed aan ons beider wensen. De overdracht vond plaats op 29 september, drie maanden na de verkoop van ons Rottehuis. Een huis op een mooie locatie en met een lange geschiedenis. Een geschiedenis die eindigde op de dag dat RWS startte met de afbraak en een weg gaat aanleggen die veel aan de omgeving zal veranderen.”

Grondsanering locatie teerfabriek

Teer, bitumen en asbest: de grond bij de Rottekade is flink vervuild. Voor de realisatie van de Rottemerentunnel is het nodig een deel van de grond te saneren. Juist op de plek waar vroeger de teerfabriek heeft gestaan zitten veel vervuilde resten in de grond.
Martijn Midde, adviseur milieu bij bouwcombinatie De Groene Boog, is betrokken bij de sanering. “In een gebied van 6.500 vierkante meter is de grond vervuild. Het is een specialistische klus om de grond af te graven en weer geschikt te maken voor de verdere bouw van de A16 Rotterdam.”
De afgegraven grond wordt verdeeld in drie categorieën. Martijn: “Een gedeelte van de grond is niet verontreinigd en kunnen we hergebruiken, die kunnen we gewoon in het werk toepassen. Er is grond die we kunnen reinigen en grond die zo vies is dat we het moeten storten. Die dekken we aan het einde van de dag af met een folie, zodat het niet weg kan waaien en niet kan gaan stinken. Als het erg droog is, wordt de grond ook bevochtigd, zodat het niet kan verstuiven. We saneren nu een stukje bij de dijk, het bos hebben we al gedaan. Graven bij een dijk gaat natuurlijk niet zomaar, omdat de dijk dan kan verzwakken. We hebben eerst over een lengte van honderd meter een damwand tegen de Rotte geplaatst. Zo kunnen we de grond tot 1,5 meter diep afgraven, terwijl de damwand het water tegenhoudt. De werkzaamheden gaan tot nu toe voorspoedig. We verwachten deze week al met het eerste gedeelte klaar te zijn. Daarna gaan de werkzaamheden verder met de werkzaamheden op de plek waar straks de Rottemerentunnel komt. Op die plek graven we tot twaalf meter diep, omdat we ook zo diep moeten graven voor de aanleg van de tunnel. De grond is tot 3,5 meter diep verontreinigd, maar als we toch bezig zijn met graven, gaan we meteen door.”