dinsdag 29 september 2020 | week 40
Home » Heden & Verleden » Bergschenhoek van Franse tijd tot fusie
Een van de varianten van het Integraal Plan Noordrand Rotterdam (I.P.N.R.) uit 1988.

Bergschenhoek van Franse tijd tot fusie

In deze aflevering (232) van Heden & Verleden gaat het over de groei van Bergschenhoek vanaf de Franse tijd tot aan de fusie tot Lansingerland.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Door Fried Füss

Bergschenhoek van Franse tijd tot fusie

Bij Keizerlijk Decreet van 21 oktober 1811 werd het ambacht Hillegersberg en Rotteban (Hillegersberg, Terbregge en Bergschenhoek) gesplitst in de gemeenten Hillegersberg en Bergschenhoek. Holland was in die periode ingelijfd bij het Napoleontische Keizerrijk. Op 1 januari 2007 fuseerden Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs en Bleiswijk tot Lansingerland. Deze aflevering laat zien hoe de bevolking en het huizenbestand groeiden tijdens deze haast twee eeuwen van zelfstandigheid.

Bergschenhoek had in 1811 ca. 700 inwoners. In 1920 stond de teller op ca. 1700. De gemiddelde groei in deze periode van ruim een eeuw was een kleine tien personen per jaar. Halverwege 1993 stond de teller op 8000 personen. De gemiddelde groei in deze periode van 73 jaar, van 1920 tot 1993, was rond de 86 personen per jaar. Opvallend is dat deze groei zich uitstrekt, met ups en downs, over de gehele periode. Eind december 2006 telde Bergschenhoek ca. 16.800 inwoners. Deze periode van 13 jaar, van 1993 tot aan de fusiedatum, groeide de bevolking explosief. Gemiddeld rond een kleine 700 personen per jaar.

5000ste inwoner

Burgemeester A. van Gent heette op 2 december 1968 de 5000ste inwoner welkom. Edwin Beckers was een dag eerder geboren. Wanneer op het gemeentehuis een 1000ste inwoner werd ingeschreven dan was de burgemeester daarbij aanwezig. In het geval van een geboorte ging hij tevens op kraambezoek. Na burgemeester Van Gent deden dat ook zijn opvolgers G.Th. Heijdra en mevr. mr. E.L.V. Chevalier-Beltman.
In dit overzicht betreft het vanaf 1958 meestal geboorteaangiften. Anders staat er iets bij vermeld.
1000ste inwoner rond 1880
2000ste inwoner rond 1925
3000ste inwoner rond 1940
4000ste in 1958: Petra E. Combee
5000ste in 1968: Edwin Beckers
6000ste in 1971: Petrus J. de Haas
7000ste in 1980; Petra M. Blijleven
8000ste in 1993: Gert- Jan de Wit
9000ste in 1996: Stephanie Groot (oud ca.1 jaar)
10000ste in januari 1998: Lotte C. Kok
11000ste in september 1998: Lotte van Deventer
12000ste in 1999: Martijn Mostert
13000ste in 2000: de heer Herman Wezenberg
14000ste in maart 2002: Steffie R. van den Berg
15000ste in december 2002: mevrouw T. van der Pluijm-Fens
16000ste in 2004: Frederique S. E. Lendfers.

Burgemeester A. van Gent op 2 december 1968 met de 5000e inwoner. Foto: Arie J. Vrijenhoek.

Groei huizenbestand tot 1993

In 1811 stonden er alleen huizen en andere gebouwen in de dorpskom en langs of nabij de dijkwegen Bergweg, Oosteindseweg en Rottekade. In het vier meter lager gelegen polderland was er toen alleen maar bewoning in of naast de watermolens. In 1824 telde Bergschenhoek 151 bouwwerken, waaronder twee kerken, 34 boerderijen en 16 watermolens. Opvallende bouwactiviteiten vanaf het begin van de 20e eeuw tot aan de Eerste Wereldoorlog waren de bouw van de acht huizen aan de Vlaggemanskade (Smitshoek) in 1911 en de acht N.V. Bleiswijk-huizen aan de Oosteindseweg in 1914. Ook kwamen in die periode bijzondere gebouwen tot stand zoals het Polderhuis, het Raadhuis aan de Dorpsstraat, de Sint Willibrordkerk en een aantal Negotiatieboerderijen. In 1923 wordt aan de Bergweg de lange rij “Vaanhuizen” gebouwd. Tussen de twee wereldoorlogen worden er veel huizen gebouwd langs de Hoeksekade (nu deels Julianalaan) en ook langs de Rottekade in de richting van Terbregge. In 1934 komt er aan het eind van de Berkelseweg een rij van twaalf huizen gereed. Vanaf het begin van de jaren ’50 gaat de gemeente Bergschenhoek langs de Hoeksekade (nu Julianalaan) zgn. Woningwetwoningen bouwen. Huurwoningen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de eigen bevolking. Daarna wordt de Oranjewijk straat voor straat in een rustig tempo volgebouwd. Later komen hier ook kleine projecten met koopwoningen gereed. Intussen worden er ook veel woningen gebouwd aan de Hoeksekade en de Rottekade.
In 1963 wordt in de wijk Zuid met de woningbouw gestart. Bergschenhoek krijgt jaarlijks van hogerhand maar een beperkt contingent huizen toegewezen. Een deel van de nieuwbouw dient als vervanging voor de verdwenen huizen door de dorpssanering. Instroom van buiten is alleen mogelijk voor o.a. economisch gebondenen. Vanaf 1970 komen er in de wijk Zuid een aantal grotere projecten voor de vrije sector tot stand. Vanaf 1972 wordt er in de wijk Boterdorp- Bomenbuurt gebouwd. Weer veel huurhuizen maar ook een rij premiekoopwoningen en enige projecten in de vrije sector. Vanaf 1976 start in Boterdorp de bouw van de Vissenbuurt en later de Akkerveldenbuurt. De bouw van De Rustenburg in 1977 aan de Bergweg zorgde voor 140 extra inwoners. En huizen voor het personeel in de Vissenbuurt. In 1987 wordt de Berkelseweg overgestoken en begint in de Bergsche Acker de bouw van de Mossenbuurt en de Molenbuurt.

Vanuit het torentje van het Polderhuis in 1962 in afwachting van de start van Plan Zuid. Op de achtergrond de Julianalaan en de Leeuwenakkerweg. Midden op de foto de tuinderij van Cor Stolk en daar achter ligt de al deels gerooide boomgaard van N. van den Berg. In 1964 kwamen hier de eerste huizen aan de Notaris Kruijtstraat en de Ds. van Couwenhovelaan. Op de plek van de kassen vinden we nu de Beethovenlaan de Bachplaats en de Mozartplaats.

Huizenbouw vanaf 1993

In mei 1987 presenteert Rotterdam de eerste versie van het Integraal Plan Noordrand Rotterdam (I.P.N.R.). Een omvangrijk plan dat in overleg met het Rijk, de Provincie e.a. tot stand gekomen was. Met een gedraaid, verplaatst of gesloten vliegveld, zandwinplassen, een Rijksweg en veel huizenbouw. Rotterdam had het begerige oog op o.a. Bergschenhoek laten vallen. Het dorp moest meedoen en anders dreigde er annexatie. Uiteindelijk bleef Zestienhoven open en op de zelfde plek, en van de bouwlocatie Rijs en Daal bleef weinig over. De provincie verbood in 1999 het maken van de Boterdorpseplas. De plas zou veel grote vogels aantrekken wat gevaarlijk zou zijn voor de vliegtuigen van en naar Zestienhoven. Geen opbrengsten uit de zandwinning dus voor Bergschenhoek. Maar inmiddels was er door de gemeente al wel 100 ha. poldergrond tussen de Boterdorpseweg en de Wildersekade aangekocht. De Stadsregio stimuleerde Bergschenhoek later om hier een nieuwe bouwlocatie te maken. In oktober 2004 verscheen de startnotitie Wilderszijde. Daarna werd een groot gedeelte van het poldergebied met zand opgespoten en ingericht als bouwlocatie Wilderszijde. Ook kwam er Park de Polder. Door de bouwcrisis ging het grootste deel van het plan later de ijskast in. In de zomer van 2019 kwam de ontwikkeling pas weer op gang.

De Oosteindsepolder was hier nog agrarisch in 1980. Onderaan de foto rechts de dorpskruin. En linksonder de Berkelseweg met een stukje Boterdorp-Bomenwijk. De huizen die later op dit afgebeelde stuk polder gebouwd zijn liggen in het gebied begrensd door de Berkelseweg de Oosteindseweg de Jacob Marislaan de Rubenslaan de Koningsvaren en de Weidemolen.

Het kaartje toont een van de varianten van het Integraal Plan Noordrand Rotterdam (I.P.N.R.) uit 1988. Met o.a. het voorgestelde plassengebied in de Boterdorpse- en Schiebroeksepolder en de Polder Schieveen. De Rijksweg A13-A16 loopt tussen het Hoge en Lage Bergse Bos door en buiten dit bos om richting de A13. En er werd daarbij rekening gehouden met de verdraaide ligging van Zestienhoven. De ligging van de start/landingsbaan van toen, en zoals deze er nog steeds ligt, is in rood aangegeven.
De minister van VROM kwam in 1991 met de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX). Bergschenhoek kreeg een flinke bouwopdracht met een harde taakstelling opgelegd. Voortvarend werden in de Oosteindsepolder en de Boterdorpsepolder vele hectaren grond aangekocht. Op 7 maart 1995 sloegen minister M. de Boer en staatssecretaris D.K.J. Tommel aan de Groeneweg de feestpaal voor de VINEX-locatie Bergsche Acker- noord/Varenbuurt. Het slaan van deze paal markeerde ook de landelijke start van de VINEX en de start van de bouw van 53.000 huizen voor het VINEX- bouwprogramma in de stadsregio Rotterdam. Vanaf 1997 volgde de realisatie van de grote VINEX-locatie Oosteindsche Acker. Vanaf 2000 werd er gebouwd in de VINEX-locatie Boterdorp- Zuidwest. In de loop van 2006, nog net voor de fusie tot Lansingerland, gaat als laatste locatie de bouw van de wijk Parkzoom van start. De bouw in deze langgerekte locatie langs de H.S.L. kreeg na enkele jaren met de crisis te maken. De planning kon daardoor niet meer gehaald worden. In het laatste grote bouwterrein daar, worden de laatste huizen in 2020 opgeleverd.