donderdag 27 juni 2019 | week 26
Home » Heden & Verleden » De slag om Berkel
De bevrijding is gekomen. Hier staan de mannen van de Binnenlandse

De slag om Berkel

Deze aflevering (197) van Heden & Verleden verschijnt vlak voor 4 en 5 mei. In Berkel en Rodenrijs was het een Bevrijdingsdag met een zwarte rand.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Door Ed Jensen

De slag om Berkel

In Berkel en Rodenrijs wordt niet veel verteld over de Bevrijdingsdag, zaterdag 5 mei 1945. Maar uit rapporten en verslagen komt wel een duidelijk beeld naar voren van de gebeurtenissen. Jan Rozendaal, de feitelijke commandant van de circa 200 man Binnenlandse Strijdkrachten (in een verslag van een sectiecommandant wordt hij Tito genoemd) had veel moeite met die laatste dag van de oorlog. Zo vreselijk is die dag geweest, dat alles na zelfs zo’n lange tijd nog niet te verwerken is.

Achteraf is er altijd de vraag hoe het zover is kunnen komen. Aan de ene kant was er de bekendmaking dat de Duitsers zich hadden overgegeven, aan de andere kant was dit nog niet officieel hetgeen zou betekenen dat de BS nog niet open en bloot met wapens en al zich zou mogen vertonen. Hoe het ook zij, op 5 mei 1945 ontbrandde alsnog de strijd…

Na een mars ’s ochtends wachten de Binnenlandse Strijdkrachten in de bloemenveiling naast het Stationskoffiehuis in Rodenrijs op orders om naar Rotterdam te vertrekken. De wapens zijn weggezet. Overal hangt men rond. Vrouwen en verloofden komen op bezoek. Veel mannen liggen in het zonnetje te slapen.
Dan een snerpende gil: Moffenwagen! Tegelijkertijd fluiten de eerste kogels door de bloemenveiling. Eén verzetstrijder wordt direct gedood. De angst en paniek is groot rondom de veiling en het huis van Benschop (ligt tegen de bloemenveiling aan, er staat nu nog Koffiehuis op).
Men heeft zelfs een paar mannen achter het orgel vandaan moeten halen. Overal waren ze weggekropen. Achter een sectiecommandant duikt de figuur van Tito (commandant Jan Rozendaal) op in de ingang die de veilingloods met de pakloods verbindt.
Hij roept “Vooruit jongens, niet bang zijn, kom hier jij, ga een wapen halen”. Dan komen er enkelen voor de dag.
Commandant Rozendaal heeft er wel een paar een trap onder hun kont moeten geven. Spoedig vonden echter allen hun koelbloedigheid terug.

Vuurgevecht

Een gedeelte van de manschappen wordt door commandant Rozendaal op het dak van het bijgebouw geplaatst en openden direct het vuur. Rechts en links werden patrouilles uitgezonden zodat vrij spoedig van drie kanten het vuur op de “Grünen” gericht werd. Voordat zij echter weer voldoende wapens ter beschikking hadden, werd er menig staaltje van heldenmoed getoond om aan wapens te komen. Flinke kerels, niet voor niets behoorden zij tot de dappere onverschrokken Berkelse en Bergschenhoekse ploeg, die in de laatste jaren reeds zoveel dappere stukjes heeft laten zien.
Ondanks het verraderlijke van de overval winnen de Nederlanders de eerste slag. Weldra waren er zeven Duitsers gesneuveld, de anderen zijn gevlucht. De Binnenlandse Strijdkrachten trekken zich terug in Siberië, een gemakkelijk te verdedigen tuinbouwgebied bij het Hofpleintreintje. Commandant Rozendaal had het goed gezien, de Duitsers zouden terugkomen. En de Duitsers komen terug, naar schatting 400 man sterk. Die zouden even afrekenen met die 140 Partizanen. Maar het lukt geen Duitser om Siberië binnen te dringen.
Tot het laatste moment bleef de mof satanisch in zijn dierlijke wreedheid. Als zij het niet kunnen winnen, dan maar hun woede koelen op weerloze slachtoffers. Twintig mannen worden uit hun huizen gehaald en tegen de muur van de veiling gezet.
“Als dat stelletje Partizanen zich niet overgeeft, worden jullie doodgeschoten” is de boodschap. Heel Berkel weet wat er gebeurt, in Siberië gaat de strijd door.

Wachten

De gijzelaars, meest vaders van grote gezinnen, staan tegen de veilingmuur. Urenlang. Rodenrijs wacht op de salvo’s die van het veilingterrein moeten klinken. De rector van het St. Petrusgesticht geeft de laatste absolutie. Als de nood zo hoog is, als heel Berkel bidt om uitkomst, als een bloedbad op grote schaal verwacht wordt, dan is de redding nabij.
Het lukte contact te leggen met het commando van de Binnenlandse Strijdkrachten in Rotterdam. Daar in de Maasstad is poker gespeeld, is om Berkel gedobbeld. Binnenlandse Strijdkrachten en SD onderhandelen. In Berkel zou men zich niet hebben gehouden aan de capitulatievoorwaarden. De Partizanen waren begonnen met schieten…
Met zwaardere wapens zou men naar Berkel trekken. Zwarte Wim en de leiding van de NSB dreigden hun mannen uit Rotterdam, Dordrecht en verre omgeving naar Berkel te halen. De oorlog zou op die 5e mei ten noorden van Rotterdam escaleren! Men komt tot een akkoord. Zwarte Wim en de SD-commandant verschijnen op het Berkelse slagveld terwijl het zwaardere geschut door de Duitsers in stelling wordt gebracht. Tegen twaalf uur ’s nachts is eindelijk de vrede geregeld. Er is vastgesteld dat de “Grünen” zijn begonnen. Berkel is bevrijd, men kan naar huis gaan, gijzelaars en Partizanen.

Militaire eer

Jan Rozendaal rapporteert later dat er 24 Duitsers zijn gesneuveld. Maar afgaande op de verhalen van diverse strijders moeten het er veel meer zijn geweest. Theo Vis (Bergschenhoek), Willem Thijs en Nicolaas Vogelaar (beiden Berkel en Rodenrijs) zijn gevallen. De woensdag daarop worden zij in Bergschenhoek en Berkel met militaire eer begraven. In beide gemeenten wapperen de vlaggen halfstok.
Het Duitse treffen met de BS in Berkel en Rodenrijs was waarschijnlijk het laatste geregelde gevecht op Nederlandse bodem in de Tweede Wereldoorlog.

Bron: website Oud Berkel Rodenrijs. Bron foto’s, onbekend. Bron tekst deels Nieuwe Leidsche Courant, 1970.

 

Het archief onder de bloemenveiling aan de Rodenrijseweg deed dienst als geheime bergplaats van wapens. Op de foto een deel van het op de Duitsers veroverde wapentuig.

 

Een latere foto van Jan Rozendaal.
Jan Rozendaal.

Check Also

Piet Florusse: “Het is mooi geweest zo!”

Berkel en Rodenrijs - Hij woont al weer geruime tijd in Berkel en Rodenrijs. Na zijn universitaire studie aan het Rijksherbarium, een museum met gedroogde planten (nu: Nationaal Herbarium, red.) in Leiden, studeerde Piet Florusse (77) af als plantkundige. Het was in de jaren vijftig/zestig, dat hij ging werken bij Rijk Zwaan in Bergschenhoek. Maar het avontuur trok hem en Piet verkoos het werk als zelfstandig landschapsontwerper boven het in loondienst werken.

Geef een reactie