donderdag 22 augustus 2019 | week 34
Home » Heden & Verleden » Zijn bijnaam was Dick
Onder de vlag van Amerika en op de plek waar zijn vriend Richard de dood vond legde middenschutter Eddy Sommer tijdens zijn bezoek aan Berkel en Rodenrijs op 4 mei 2000 een bloemstuk neer.

Zijn bijnaam was Dick

In deze aflevering (193) van Heden & Verleden gaan we terug naar 9 april 1944, de dag waarop er op de grens van Pijnacker en Berkel een bommenwerper neerstortte.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Door Leo Bolleboom

Zijn bijnaam was Dick

Deze maand, 9 april, is het 75 jaar geleden dat er op het grondgebied van Pijnacker een bommenwerper neerstortte. Om meer precies te zijn was dat aan de Strikkenkade-Pissenkade. Dit gebied grenst aan de laatste landerijen van Berkel, links van de rotonde, N470 richting Rotterdam-Delft. De bommenwerper die crashte was een B-17 Flying Fortress ofwel een Vliegend Fort zoals hij wel werd genoemd in Nederland. Dat laatste had vooral te maken met de zware bewapening ter verdediging rondom het vliegtuig. Na de crash zou er niet veel meer overblijven van de bommenwerper dan een hoop schroot van metaal en aluminium van de romp. Voor wat de bemanning betreft zouden negen van hen dankzij hun parachute de crash overleven. Alleen de staartschutter, Richard Olaf Fagstad, zou komen te overlijden. Vrijwel zeker is het dat hij de enige geallieerde militair is geweest die tijdens de Tweede Wereldoorlog op het grondgebied van Berkel en Rodenrijs om het leven kwam als gevolg van gevechtshandelingen. Om hem niet te vergeten en de gebeurtenis te herdenken hieronder een beknopt stukje over zijn ‘te korte’ levensgeschiedenis.

Wie was Staff-sergeant Richard Olaf Fagstad

Richard Olaf Fagstad, door zijn vrienden tijdens de Tweede Wereldoorlog meestal Dick genoemd, werd geboren op 2 januari 1924 in Portland, Oregon, USA, als het enig kind van de uit Noorwegen geëmigreerde Thor Fagstad en Elsie Rae Fatland afkomstig uit Iowa. Na een opleiding van vier jaar aan de Washington Highschool, waarin hij ook de Spaanse taal leerde, vond hij werk als elektricien. Als vrijgezel zonder enige verplichting was het dat hij zich op 2 november 1942 vrijwillig meldde om dienst te gaan doen bij het Air Corps in Portland, Oregon. Na zijn medische keuring en basisopleiding werd hij opgeleid tot luchtdoelschutter. Na afronding van zijn opleiding werd hij aansluitend toegevoegd aan een vervangende bemanning voor de overtocht naar, en de luchtstrijd vanuit Engeland. Daar aangekomen zou hij worden ingedeeld bij de bemanning van piloot Louis Val Trubia en bij het 561 Bomber Squadron, 388 Bomber Group. De thuisbasis van deze eenheid was Knettishall, 125 km ten NO van Cambrids. Zijn eerste missie was naar Duitse militaire installaties op het schiereiland van Cherbourg in Frankrijk. Daarna zouden er voor hem nog twee operationele missies volgen tot aan zijn laatste fatale missie op 9 april 1944. Ervan uitgaande dat Richard Olaf al zijn missies met de Trubia bemanning gevlogen heeft, waren het er in totaal maar vier.

Het begin van het einde

Het is vroeg in de morgen van 9 april 1944 (eerste Paasdag) als de Trubia bemanning via de briefing te horen krijgt dat het aanvalsdoel van die dag de vliegtuigfabrieken van de Duitsers bij de Poolse steden Krezinki en Poznan zijn (voor de crew van Trubia en Richard Fagstad was dat Poznan). Opgestegen van meerdere vliegvelden ten Zuid-Oosten van Engeland en op kruishoogte aangekomen weet iedereen in de armada zich gesteund door nog 541 andere Vliegende Forten met hetzelfde doel. De vijand deze dag een gevoelige tik toebrengen. Na uren vliegen komen zij rond het middaguur boven het aanvalsdoel aan en ondanks de hevige tegenstand van Duitse Messerschmitt jagers en Flak (Flieger abwehr Kanonen) lukt het de bommenwerpers toch om alle brand en springbommen af te werpen. Na het ‘bommen los’, zo weet iedere piloot van een bommenwerper, is het zaak om zo snel mogelijk weg te komen van het aangevallen doel om terug te keren naar hun basis in Engeland. Zoals vooraf al was gevreesd zouden ze op de weg terug ook veel last te verduren krijgen van Duitse jagers en de rondom de stad opgestelde Flak. Het was ook de Flak die het einde van de B-17 van de Trubia bemanning zou inluiden. Nog boven het gebied rond Poznan werd er een van de motoren geraakt en uitgeschakeld. Om verder te vliegen met drie motoren was al geen gemakkelijke opgave maar als korte tijd later ook een tweede motor het begeeft wordt het toestel al snel een achterblijver. Als een vliegtuig en zijn bemanning zo’n lot trof moest men op eigen kracht zien thuis te komen. Het moet voor hen dan ook een hard gelag zijn geweest als ze boven de Duitse stad Osnabrück definitief het contact verliezen met de andere bommenwerpers en ze van hen zien wegvliegen. Toch zou het pas in de omgeving van Delft zijn dat de B-17 de genadeklap zou krijgen door de daar in de omgeving opgestelde Flak. Na nog enkele malen te hebben rondgecirkeld zou de kolos uiteindelijk neerstorten in de polder aan de Strikkade-Pissenkade. De bemanning heeft het toestel dan al verlaten: op een na, Richard Olaf Fagstad. Waarschijnlijk kwam het door zijn benarde positie, op de knieën heen en terug, en duurde het daardoor te lang om zijn parachute in te gespen voor hij sprong. Zeker is wel, volgens getuigen van toen, dat hij te laat was met springen waardoor zijn parachute niet goed open ging. Met als gevolg dat hij te pletter viel op het grondgebied van Berkel: achter aan de Noordeindseweg op het land van Leen van der Voort. Door de opgeroepen plaatselijke arts dokter Nijsten, die de autopsie verrichtte, kon dan ook slechts de dood worden geconstateerd met als oorzaak de bij zijn val opgelopen vele botbreuken en inwendige bloedingen. Nadat eerst het stoffelijk overschot van Richard Olaf Fagstad diezelfde middag nog naar het mortuarium van het oude Sint Petrusgesticht was gebracht, om verzorgd en opgebaard te worden, werd hij een paar dagen daarna door de bezetter begraven op de begraafplaats Westduin in Den Haag op een speciale sectie voor vijandelijke militairen. Na de oorlog zou hij herbegraven worden op de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats bij de stad Luxemburg waar hij zijn laatste rustplaats heeft gevonden in vak H, rij 7, graf 48. Postuum werd Richard Olaf Fagstad, onderscheiden met de Amerikaanse onderscheiding ‘Purple Heart’ voor gewonden en gesneuvelden. Hij werd slechts 20 jaar oud.

Naschrift

In rapporten van de stad Poznan (in bezit van de schrijver) is te lezen wat deze bomaanval van die dag voor gevolg had voor de bevolking en industrie. Behalve de wapenfabrieken voor vliegtuigen, waar de machines in schroot zouden veranderen en de gehele administratie verloren ging, vielen er ook velen doden. Zo moet een Duitse soldatentrein het ontgelden waarbij meer dan duizend militairen om het leven komen. Onder de burgers zouden in totaal 82 slachtoffers vallen waaronder 14 kinderen.
In 2000 bracht Etsel (Eddy) Sommer, een van de Waist gunners van de Trubia crew in de oorlogsjaren en een speciale vriend van Richard Olaf Fagstad, een bezoek aan Berkel en Rodenrijs. Tijdens de dagen dat hij hier was bezocht hij ook de crashplaats van de B-17 en de plek op het land waar Richard Olaf de dood vond. Bij die gelegenheid van bloemlegging op deze plek werden onder andere een paar zinnen voorgelezen uit de herinneringen van Jan Wijsman Theodorusz., een getuige van die middag op 9 april 1944.
“Hij lag daar zo stil, in zijn vliegerpak, stroblond haar en spierwit gezicht. Tot op de dag van vandaag, als ik er nog aan terugdenk, zie ik het beeld van de jonge Amerikaan nog voor me. Zo jong, en gesneuveld zo ver van huis.”

De overige bemanningsleden van de gecrashte B-17 werden, op twee na, allen dezelfde dag nog gevangen genomen. Alleen de buikkoepel schutter John Angelo ‘Johnny’ Vasta en rechter zijluikschutter Etsel Edward ‘Eddy’ Sommer slaagden, dankzij verzetsmensen uit Berkel en Rodenrijs, er nog een tijdlang in uit handen van de Duitsers te blijven. Na eerst ondergedoken te hebben gezeten in de Bonfut werden zij na twee weken via de escape-line van het Berkels verzet naar Budel gebracht waar zij zouden worden overgedragen aan de escape-line aldaar. Na een paar dagen in Budel te hebben doorgebracht, en na eerst nog door plaatselijke verzetsmensen aldaar instructies te hebben gekregen in welke richting zij moesten lopen, werden zij naar de Belgische grens gebracht. Helaas voor hen zouden zij bij het oversteken alsnog door de Duitsers worden aangehouden en als krijgsgevangen worden afgevoerd. Zij allen overleefden de oorlog en keerden behouden terug naar Amerika.

Bronnen:

Stadsarchief Poznan
Duitse rapporten van gevangenen uit het National Archives
Amerikaanse rapporten van persoonlijke militaire gegevens Trubia crew
Persoonlijke herinneringen Etsel Sommer
Persoonlijk archief Leo Bolleboom

Check Also

De Reclame Courant van Winkeliers Vereeniging Eendracht

Tegenwoordig heeft iedere dorpskern een winkeliersvereniging. Ook Lansingerland. De middenstand is echter al sinds jaar en dag op creatieve wijze bezig hun waar onder de aandacht te brengen. In een oude uitgave van de Reclame Courant van Winkeliers Vereeniging Eendracht, opgericht op 2 december 1936 te Berkel en Rodenrijs, zijn de verschillen tussen nu en toen goed te zien, maar er zijn ook overeenkomsten.

Geef een reactie