maandag 10 december 2018 | week 50
Home » Heden & Verleden » In het Polderbestuur zaten uitsluitend ‘grootgrondbezitters’
Bergweg-Noord met rechts Het Polderhuis.

In het Polderbestuur zaten uitsluitend ‘grootgrondbezitters’

In deze aflevering (171) van Heden & Verleden richten we onze blik op het Polderhuis in Bergschenhoek. De geplaatste foto’s bij dit verhaal komen uit het archief van historische vereniging Den Berchsen hoeck.
Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Door John Hofman

In het Polderbestuur zaten uitsluitend ‘grootgrondbezitters’

We fietsen allemaal wel eens langs Het Polderhuis, gelegen aan de Bergweg-Noord 1 in Bergschenhoek. Dat monumentale pand kent inmiddels een hele geschiedenis, maar onbewust rijst de vraag: waarom is Het Polderhuis destijds gebouwd en welke functie had het? Waarom was er een Polderbestuur nodig? De Heraut sprak met twee mensen die er heel veel vanaf weten: Ton Buurman, bestuurslid en Herman Moes, oud-bestuurslid van de historische vereniging Den Berchsen hoeck.

De polder waar het om ging heette voluit: Waterschap ‘De drooggemaakte polders van Bleiswijk en een gedeelte van Hillegersberg’, later Polder Bleiswijk c.a. genoemd. Deze polder is drooggelegd in 1778. Het doel was om er voor te zorgen dat de polder, die circa 5.5 meter beneden NAP lag, droog bleef zodat de boeren de cultuurgronden konden (blijven) gebruiken. Daarvoor werd een polderbestuur in het leven geroepen dat voor het eerst bijeenkwam op 21 januari 1785. Het bestond uit vijf heemraden met als voorzitter een dijkgraaf. A.W. Beelaerts uit Rotterdam was de eerste dijkgraaf. Ook kwam er een opziener van de polder, Coenraad Swieb geheten. De opziener was verantwoordelijk voor de werkzaamheden die nodig waren om de waterhuishouding op peil te houden, zoals het aansturen van de molenaars en later machinisten, sluiswachters en baggeraars. Het bestuur kwam één keer per maand bij elkaar en vergaderde om beurten in een dorpsherberg in Bleiswijk, Bergschenhoek of Hillegersberg. Rond 1892 werd Karel Buurman, van oorsprong architect en dus bouwkundig onderlegd, aangesteld als assistent-opziener en later als opziener. Zijn broer Cent Buurman was in die tijd gemeenteopzichter en tevens zelfstandig architect. Rond 1900 besloot het Polderbestuur een Polderhuis te laten bouwen waar het Polderbestuur zetelde en daar zaten beide broers Buurman uiteraard bovenop! Cent kreeg de opdracht een ontwerp te maken. Samen met zijn broer verzorgde hij de aanvragen voor de vergunning en korte tijd later kon het heien beginnen. Cent Buurman is slechts 36 jaar geworden! Hij tekende tevens het vroegere gemeentehuis en het doktershuis, waar onder meer dr. Hoedemaker in woonde, in Bergschenhoek. Cent en Karel behoorden tot de notabelen van Bergschenhoek.

Torentje

Het polderhuis is definitief gebouwd in 1906. Er zijn heel veel heipalen de grond in gegaan. De boeren uit de omgeving zeiden destijds: “Daar gaan onze centen”. De aanneemsom van fl 23.500 werd, zoals dit anno 2018 regelmatig nog gebeurt, overschreden. Omdat hij de hoofdbewoner werd van Het Polderhuis, nam Karel Buurman de functionele indeling voor zijn rekening. Er moest, zo vond het Polderbestuur, een torentje op het gebouw komen om de 16 molenaars in de gaten te houden en te kijken of de molens wel regelmatig draaiden als er weer veel water moest worden afgevoerd. Het rond 1780 drooggemalen gebied waaruit de polders zijn ontstaan, moest wel droog blijven. Er stonden 27 molens in het gebied. Het torentje was van hout en met leisteen bedekt. Het mocht geen stenen torentje worden want de toegestane bouwhoogte in steen was maximaal 15 meter. In de hoofdwoning van het Polderhuis woonde de opziener. Aan de andere kant was de aangebouwde zeilmakerswoning. Daar woonde de zeilmaker en werden de zeilen van de molens op de drie droogzolders gedroogd en indien nodig gerepareerd. Leuk om te weten is dat het centrum van Bergschenhoek op niet afgegraven terrein staat. Het is in feite de oorspronkelijke bodemhoogte van Bergschenhoek. Rondom het dorpscentrum is alles afgegraven en van de afgegraven veengrond maakte men turf. Het veen werd opgebaggerd en liet men drogen. Daar werd turf van gestoken om haarden en ovens brandend te houden. Omdat er na het droogmalen van de polder, toen alles al was afgegraven en uitgebaggerd, te weinig turf was, werd het akkertje naast de pastorie van de RK-kerk ook nog afgegraven en uitgebaggerd. Zo ontstond de plas ‘de pastoor z’n akkertje’ zoals dat in de volksmond werd genoemd. Dit laatste veenplasje van Bergschenhoek is er nu nog steeds.

‘Buurman’ tijdperk

In 1892 startte het tijdperk van de ‘Buurmannen’ die in dienst waren van of werkzaam waren in de polder. Ton Buurman, waarmee we het interview hadden, is zelf geboren in Het Polderhuis als zoon van Arie Buurman die in 1930 zijn oom Karel opvolgde. Hij heeft daar zeventien jaar gewoond. Lachend: “De ophaalbrug voor het Polderhuis is er nog steeds (een nieuwe versie, red.) maar kan niet meer omhoog. Toen ik op een school het verhaal vertelde van het Polderhuis, vroeg ik of iemand wist waar de vroegere ophaalbrug voor diende. Het antwoord was: ‘Om de vijand tegen te houden’. Hij diende uiteraard om de schuiten van de tuinders door te laten”. Ook richting centrum Bergschenhoek was er een ophaalbrug maar die is er niet meer. Karel Buurman had, naast zijn functie als opziener van de polder, vele nevenfuncties, waaronder die van kerkvoogd. In de loop van de 19e eeuw begonnen kunstschilders belangstelling te krijgen om in de buitenlucht landschappen te schilderen. Eén daarvan was Paul Gabriël, die schilderijen maakte over de wijze waarop turfwinning in de kop van Overijssel plaats vond. Die technieken werden honderd jaar daarvoor ook toegepast in Bergschenhoek. Ook de werktuigen die ze gebruikten waren hetzelfde. De Bergschenhoekse Bovenmolen, de D-1, heeft in de Schieveense polder in Overschie gestaan. In eerste instantie heeft de molen korte tijd langs de Rotte gestaan maar is toen, omdat hij overbodig was geworden, verkocht. Deze molen is terug te vinden op een van de schilderijen van Paul Gabriël.
Toen de elektrische bemaling er kwam, werd het torentje van Het Polderhuis overbodig. Ook het Polderhuis zelf heeft later heel andere bestemmingen gekregen. Zo was er van 1978 tot 1996 Jeugdsoos Jodocus in gevestigd en kwam er een muziekschool in van 1997 tot 2018. Eerst was dat Muziekschool Het Polderhuis, terwijl later Muziekschool Jay’s Place uit Pijnacker zich daar vestigde. Laatstgenoemde moet nu naar een andere plek omzien, want Het Polderhuis wordt verkocht en krijgt de bestemming van een Bed & Breakfast.

Lezing

Op 18 oktober vertellen Ton Buurman en Herman Moes van de Historische Vereniging den Berchsen hoeck aan de hand van foto’s en afbeeldingen over de geschiedenis van het Polderhuis in Bergschenhoek. Deze presentatie vindt plaats in Ontmoet! gebouw De Stander, Wilhelminastraat 1a op donderdag 18 oktober van 14.00 tot 16.00 uur. De toegang is gratis.

Check Also

Rond een eeuw geleden veranderde er veel voor de Hoekse schooljeugd

In Bergschenhoek was er halverwege de 19e eeuw slechts één school. Het was een algemene school waar christelijk onderwijs gegeven werd. Door de Grondwet van 1848 kwam daar verandering in.

Geef een reactie