woensdag 19 december 2018 | week 51
Home » Heden & Verleden » Voormalig directeur Gemeentewerken Berkel en Rodenrijs in the picture
Martien Thoen.

Voormalig directeur Gemeentewerken Berkel en Rodenrijs in the picture

In deze aflevering (164) van Heden & Verleden het verhaal van Martien Thoen, voormalig directeur Gemeentewerken Berkel en Rodenrijs.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

Voormalig directeur Gemeentewerken Berkel en Rodenrijs in the picture

Martien Thoen werd geboren in 1929 in Kwintsheul, gemeente Wateringen, en is inmiddels 88 jaar. Hij is getrouwd met Clarie Thoen-Vogels en het echtpaar woont al vanaf 1958 in Berkel en Rodenrijs, heeft vier kinderen en tien kleinkinderen.

Voordat Thoen op 1 november 1954 in Berkel en Rodenrijs werd benoemd tot opzichter gemeentewerken werkte hij bij Rijkswaterstaat in Zutphen. Hij verhuisde toen naar het Westland waar hij vandaan kwam en reed vier jaar op zijn brommertje dagelijks heen en weer naar Berkel en Rodenrijs. Dat deed hij tot 1958, in dat jaar trouwde hij en ging in zijn nieuw gebouwde woning aan de Vosmaerstraat wonen, waar hij nog steeds woont. De huwelijksnacht zal hij nooit vergeten: “Collega’s hadden tijdens de bouw van de woning stiekem een luidspreker tussen het plafond geplaatst en tijdens die nacht kwam daar plotseling harde muziek uit. Ik was meteen klaar wakker!” De stemming onderling zat er meteen goed in.

Bouwprojecten

Berkel en Rodenrijs had in 1950 rond de 6500 inwoners en ongeveer 1000 woningen met gemiddeld 6,5 personen per woning. Ruim 100 woningen, voornamelijk langs de Noordeindseweg, voldeden rond 1956 niet meer aan de door de regering gestelde normen en waren in principe afgeschreven, maar werden nog steeds bewoond. Thoen heeft in zijn jaren veel nieuwbouw in Berkel en Rodenrijs begeleid.
Thoen’s eerste project in Berkel was de bouw van twaalf woningen aan de Gründemannstraat, genoemd naar de vroegere burgemeester Gründemann. Omdat deze woningen niet werden onderheid, moest hij tevoren juiste berekeningen maken om verzakking tegen te gaan. Hij had het niet altijd even gemakkelijk als hij met nieuwe plannen en/of tekeningen kwam bij het gemeentebestuur. “Vaak was een plan keurig tot in details uitgewerkt en dan werd het door een commissie afgewezen. Alle werk voor niets.”
Een groot project was de aanleg van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (nu uitvaartonderneming Van der Spek en de brandweer). Aanvankelijk was er een ‘nood’ septic tank aangebracht in de vijver aan het Huygensplantsoen en een in Rodenrijs (tegen de spoorlijn aan). Tegenwoordig gaat het afvalwater naar een zuiveringsinstallatie voor de hele westelijke regio in Delft.

Kantoor gemeentewerken

Het begon in een oude houten noodschool aan de Westersingel met vier lokalen, waarvan twee in gebruik bij het GEB, Gemeentelijk Energie Bedrijf, nu Eneco Delft. Het stond op de plek waar later het parkeerterrein van sportpark Hoge Land is gekomen en had een bezetting van vier ambtenaren. In 1957 werd Thoen benoemd tot directeur Gemeentewerken. Na de Westersingel verhuisde gemeentewerken naar een oud herenhuis aan het Van Oldenbarneveltplein. In die periode werd de zuidkant van de Nieuwstraat en een deel van de Kerkstraat gesloopt voor het nieuwe winkelcentrum. Gemeentewerken verhuisde toen naar de oude houten openbare Evert Kuilemaschool in de Julianastraat. In 1976 werd gemeentewerken ondergebracht in het nieuwe gemeentehuis aan de Raadhuislaan.

Vuilnisdienst van de gemeente

Tegenwoordig zien we moderne vuilniswagens het vuil ophalen, maar dat ging vroeger heel anders. “Het werd opgehaald door een particulier, Thijs Heezen, die met paard en wagen langs de huizen kwam. Dat gebeurde één keer per week en uitsluitend in druk bewoonde gebieden”, vertelt Thoen. Een paar jaar later kocht de gemeente een vrachtauto met afneembare kleppen aan de zijkant. De vuilniszakken werden er dan zo opgegooid. De klep werd weer verwijderd als de werklieden de auto moesten gebruiken om te gaan bestraten of, bij gladheid, te gaan strooien. Ze stonden dan op de vrachtauto op het zand en strooiden, al rijdend, met de schop het zand op de weg. Zolang de gemeente geen vrachtauto had, werd zand en dergelijke voor bestratingen aangevoerd door het bedrijf Van der Ende. In die jaren werd ook de Plantsoenendienst in het leven geroepen met als hoofd Kees Brand en later Thijs van Vliet. Laatstgenoemde leeft nog en woont nu in Bleiswijk.
Wat de straten betreft, de Molenweg werd geasfalteerd en via een ophaalbrug doorgetrokken naar de Rodenrijseweg. Het asfalteren werd tevens doorgetrokken naar het veilingterrein omdat de tuinders niet meer via de vaarten hun groenten daar brachten, maar met vrachtauto’s. Tuinders kwamen voor die tijd met boten naar de veiling, de tuinders uit de Oude Leede via het sluisje, de bekende ‘draaibruggen’ als hindernis nemend.
Omdat er stratenplannen moesten worden gemaakt, kwamen er meer ambtenaren bij. “Over het algemeen heb ik altijd goed en gemotiveerd personeel gehad. Ze noemden mij ‘Baas Thoen’ en waarom dat was, daar ben ik nooit achter gekomen. Voor zover ik weet gedroeg ik mij niet echt als een ‘baas’”, lacht hij. De mensen wilden graag in dienst komen bij gemeentewerken. Het was een vaste en trouwe ploeg.

Afscheid

Bij zijn afscheid werd de heer Thoen benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. De toenmalige burgemeester Hofland spelde hem de medaille op. Hij kreeg een afscheid om nooit te vergeten. In de raadzaal was er een groot feest, met toneelstukjes, veel liedjes met teksten die uiteraard over baas Thoen zijn werkzame leven gingen, gebracht door onder meer het A-Sociale Duo, bestaande uit inmiddels overleden Frank Wensink (ambtenaar Sportzaken en Welzijn) en de auteur van dit verhaal. Zij traden altijd op bij jubilea en afscheid. Ook het personeel van Thoen liet zich niet onbetuigd en zorgde voor jolijt en vermaak. “Mijn vrouw heeft alle jaren, dus ook van het afscheid, plakboeken bij gehouden en af en toe kijk ik daar nog in. Dan zie je dat er heel veel is veranderd in Berkel en Rodenrijs.”

Bron van dit artikel is het verenigingsblad Het Lint van de Historische Vereniging Berkel en Rodenrijs, auteur John Hofman. Wilt u lid worden van de vereniging (€ 12,50 per jaar)? Stuur dan een mail naar c.overmeer@zonnet.nl.

 

Check Also

Van Waningstraat stevent op eeuwfeest af

De Van Waningstraat in Bleiswijk is niet alleen een gezellige, maar ook een unieke straat. Met bewoners die er kort wonen en daarnaast bewoners die er ooit geboren werden en er nog steeds wonen.

Geef een reactie