zaterdag 21 juli 2018 | week 29
Home » Heden & Verleden » “Mijn jubeljaar breekt aan”
Henriëtte Viguier-Groeneveld.

“Mijn jubeljaar breekt aan”

In deze aflevering (162) van Heden & Verleden gaan we terug naar het jaar 1968. Vijftig jaar geleden. Het jaar waarin José Versluijs in Berkel en Rodenrijs kwam wonen en Henriëtte Groeneveld werd geboren. Beiden halen herinneringen op.

Wie wil reageren of ideeën heeft voor Heden & Verleden kan contact opnemen met de redactie: tel. 010 – 5118892 (keuze 2) of redactie@de-heraut.nl.

De veranderingen in Berkel Noord

Op 29 mei 1968 kwam José Versluijs met haar ouders en 2½ jaar oudere zus Irene in Berkel en Rodenrijs wonen. In een nieuwbouwwijk van Eurowoningen in de Noordpolder. “Het was een drive-in woning in de Lindenlaan met garage, tuin op het zuiden, want dat vond mijn vader heel belangrijk, en een ‘American Kitchen'” vertelt José.

“Ik ben geboren in Leidschendam waar we in een maisonnette woonden en mijn zus en ik een kamer deelden. Dat was omdat mijn vader, die als zelfstandige (handelsagent) werkte, een kantoorkamer nodig had. In ons nieuwe huis gebruikte hij daarvoor de kamer op de benedenverdieping. Wij kregen op de tweede etage ieder een eigen kamer. In die tijd werden losse kledingkasten bij een huis geleverd. Ik zie ze nog voor me.
Achter de tuin was een slootje (nog steeds) en daarachter een weiland met schaapjes. We keken naar de Beukensingel en verder weg de Oostersingel. Recht achter ons, achter het weiland, was de tuinbouwschool met doorgang naar het Milliadeplein. Kijkend naar rechts zag je het houten gebouw van nu de scouting. Meer naar het pad stond nog een gebouwtje dat “de Boemerang” heette. Precies op die plek woon ik nu, in de Burgemeester Hendrixstraat. Meer naar de Pastoor Velthuijsestraat stond een gymzaal en Het Fluitketeltje, een schooltje. We konden vanaf ons balkon de r.k. kerk zien. Die zie ik nu nog steeds!
Een gezin uit Leidschendam, bekend via de kleuterschool van mijn zus, bleek ook naar Berkel te gaan verhuizen, ook naar de Lindenlaan. Deze familie Van der Noordt naar nummer 6, wij naar nummer 36. Dat was toevallig! Mijn ouders zijn altijd met hen bevriend gebleven.
Die zomer in 1968, op 18 juli, werd ik 4 jaar. Dat betekende naar de kleuterschool. In het water van de Wilgenlaan lag een dam en dan kwam je op een soort eilandje (nu het wijkje Esdoornlaan) met een schoolplein en aan weerszijden een houten gebouw met hal en aan beide kanten een klaslokaal. Ik vond het er helemaal niet leuk. Nog steeds weet ik dat ik brullend aan de hand van mama en me vasthoudend aan iedere boom naar school gebracht werd. Op een gegeven moment ging papa me maar brengen met de auto. Maar dat viel niet mee want als hij het rechter portier opende schoof ik naar links en omgekeerd. Hoe anders was dat toen ik naar de lagere school ging. De Evert Kuilemaschool, eerst nog in het dorp en later achter ons huis. Ja, er werd een school gebouwd en wij waren ons uitzicht kwijt, maar dat besef je als kind natuurlijk niet. Hoe dan ook, daar bij juffrouw Winter vond ik het zo leuk dat ik nableef om schooltje te spelen.
Aan de voorzijde van ons huis hadden we vrij uitzicht door de Forsythiastraat. De Sterrenwijk was er nog niet. Het Aral-benzinestation van Van den IJssel was er al wel. Met een heel klein tankhuisje. Er is heel veel bijgekomen in ons dorp, maar ik vind het knap dat het dorpse karakter altijd behouden is”, aldus José.

“Mijn jubeljaar breekt aan”

Henriëtte Groeneveld werd geboren in de nacht van 5 op 6 augustus 1968 in het Eudokia-ziekenhuis aan de Bergsingel in Rotterdam. “Mijn ouders hadden een inwoning, een zolderverdieping, aan de Straatweg in Rotterdam. Enige maanden voor mijn geboorte besloten ze naar één van de 3B-dorpen te verhuizen en de keus viel op Berkel en Rodenrijs”, vertelt Henriëtte. Op 5 september van dat jaar betrokken zij een koophuis aan de Willem Alexanderlaan, op het terrein van de voormalige tuinderij van Wim van der Torre.

“Terwijl zij het huis aan het inrichten waren, lag ik in een wasteil en liet ik blerrend mijn ongenoegen met de situatie waarin ik verkeerde blijken. Voor mijn drie jaar oudere broertje Herman was het een feest om buiten te spelen. In de winter daarop ging het vriezen en sneeuwen en schepte hij ons schuurtje vol met sneeuw, want – zei hij – die bewaar ik voor de zomer.
In de Willem Alexanderlaan was het gezellig wonen. Mijn ouders wisten in het begin niet hoe de mensen heetten en dus verzonnen ze voor die en gene zelf maar een naam: de jongeling, de lederbereider, de timmerman en de koningin. De koningin zat altijd, naast haar man in de auto, deftig naar ons te zwaaien. Vandaar die verzonnen naam. Pas vele jaren later bleek ze De Koning te heten!
Vanuit onze tuin zag je de Dorpskerk; er was in ons dorp veel meer ruimte dan nu. De Boterdorpseweg, die toen op een andere manier op het dorp aansloot dan tegenwoordig, was nog met klinkertjes geplaveid en bij regen zag je de kikkers volop over de weg springen.
Ik ging naar de christelijke school in de Julianastraat. Mijn liefste juffrouw was Jeannette de Rijke. Ze was mijn voorbeeld. Ik ben ook onderwijzeres geworden en Jeannette is nog steeds mijn grote vriendin.
Natuurlijk genoot ik met mijn broer en jongere zus van de activiteiten en feestelijkheden die in het dorp werden gehouden. In de feestweek van begin september 1976, die door Advendo en TOGB werd georganiseerd, deed ik mee aan het blikjeslopen en mijn tegenstander was burgemeester Reekers.
Ik ging na de lagere school naar Melanchthon Schiebroek en deed daar de HAVO. Ik wilde onderwijzeres worden en bezocht daarvoor de PABO aan de Botersloot in Rotterdam. Ik liep stage op de Prins Johan Friso-, de Prins Maurits- en de Prins Willem Alexanderschool. In de tijd dat ik nog op school zat, werkte ik als kassière bij de Spar van Cor Vermeulen op de hoek van de Kerksingel en de Kerkstraat. Dat heb ik een aantal jaren met veel plezier gedaan. Toen ik mijn diploma had, werd ik aangenomen op de Bongerd, een basisschool in Ridderkerk en daar gaf ik 15 jaren met veel plezier les. Ik heb daar ook enige jaren gewoond.”

Frankrijk

Het gezin Groeneveld ging ieder jaar naar Frankrijk op vakantie, en daar ontmoette Henriëtte de Franse jongen met wie ze nu al 25 jaar getrouwd is. “Wij wonen in een schilderachtig dorpje in het Parc du Mercantour, nabij Menton, aan de Côte d’Azur. Ik heb drie kinderen, twee studerende dochters en een zoon. van 12 jaar. Nog regelmatig kom ik naar Berkel en Rodenrijs. Mijn ouders wonen aan de Raadhuislaan. Daarheen zijn wij in 1974 verhuisd. Ik voel me in Berkel en Rodenrijs nog steeds thuis.
Op 6 augustus hoop ik 50 jaar te worden. Ik zie een beetje op tegen de feestelijkheden die ze voor mij
willen organiseren. Aan de andere kant is er ook reden om dankbaar te zijn. Ik ben dankbaar voor de mooie jeugd die ik in Berkel en Rodenrijs had, voor mijn prachtige kinderen, voor mijn nog gezonde ouders en voor het plezier dat wij als gezin nog steeds met elkaar beleven”, aldus Henriëtte Viguier-Groeneveld.

Check Also

LTV Bleiswijk viert 50-jarig bestaan

Het was in mei 1968 dat enkele Bleiswijkers het initiatief namen een tennisvereninging in Bleiswijk op te richten. Een eerste bijeenkomst vond plaats op 24 mei in het Parochiehuis en was tevens de oprichtingsvergadering waarbij het voorlopig bestuur werd gepresenteerd. De gemeente drong ook aan op de oprichting, omdat men graag één aanspreekpunt wilde hebben.