zaterdag 22 september 2018 | week 38
Home » Heden & Verleden » 100 jaar turf, kolen, olie en Transport met G.S. van den IJssel
De derde (Kees) en vierde (Robin) generatie. Met een ingelijste cartoon van de vier mannen.

100 jaar turf, kolen, olie en Transport met G.S. van den IJssel

In deze aflevering (149) van Heden & Verleden aandacht voor het 100-jarig bestaan van het Berkelse bedrijf G.S. van den IJssel.

Wie wil reageren op deze rubriek of zelf een foto met anderen wil delen, kan contact met de redactie van De Heraut opnemen: tel. 010 – 5118892 of redactie@de-heraut.nl.

Trees Borkus-Henskens

100 jaar turf, kolen, olie en Transport met G.S. van den IJssel

Cees van den IJssel woonde in een huisje aan de Noordeindseweg. Hij werkte er als tuinder, maar omdat het bedrijf niet liep zoals Cees wilde ging hij op zoek naar een andere bron van inkomsten voor zijn gezin. Hij koos voor de verkoop van turf. Toen de eerste trekschuit met turf aan de kade werd vastgelegd moesten de oudste kinderen hem helpen met het lossen van de turf. Deze basis voor het jubilerende bedrijf werd gelegd rond 1918.

Het zou echter niet bij turf blijven, want zijn klanten gingen ook om kolen vragen. Cees trok de stoute schoenen aan en gooide het op een akkoordje met Van Weeldens Kolenhandel. Daar kon hij kolen kopen die hij vervolgens bij de klanten bracht; met paard en wagen. Deze handel liep gesmeerd en er werden steeds meer kolen besteld, zodat ze per wagon werden aangevoerd en in een schuur op het erf aan de Noordeindseweg gelost.
Ome Cor kwam als chauffeur de gelederen versterken. Een rijbewijs halen was in die tijd niet zo moeilijk; als je de Klapwijkseweg zonder fouten kon afrijden was je geslaagd! Cees ging op zoek naar een auto. Voor een nieuwe was geen geld en dus kwam er een tweedehands Chevroletje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er geen eten, maar ook geen benzine meer en moesten de auto’s rijden op kolen of houtskool. In Friesland was nog wel van alles te koop en dus gingen Gerrit en Arie, de zonen van Cees, op pad om handel te kopen. De zaak groeide gestaag en er moest meer personeel en materieel bij komen. Er kwamen vrachtwagens van het merk Henschel, maar omdat die te vaak mankementen vertoonden werd al snel de overstap gemaakt naar Volvo.

Familiebedrijf

Inmiddels had Cees de leeftijd bereikt dat het bedrijf door een jongere generatie kon worden voortgezet. Zijn oudste zonen voelden daar echter weinig voor, dus waren de ogen gericht op de jongste: Gerrit. Die wilde eigenlijk liever de muziek in – dat werd ook zijn grote hobby bij Helicon waar hij jaren de tuba bespeelde – maar het werd (vlak voor de Tweede Wereldoorlog) toch de zaak. De handel in kolen werd minder en daarvoor in de plaats kwam de verkoop van olie; huisbrandolie en stookolie, vervoerd in tankwagens. Door heel het land zag je tankwagens van Van den IJssel rijden. Medio zestiger jaren – inmiddels met 23 wagens en 28 medewerkers – werd het de hoogste tijd de zaak uit te breiden. Gerrit kocht een stuk weiland achter het huis aan de Noordeindseweg, waarna in ‘plan Noord’ aan de Wilgenlaan de eerste paal werd geslagen. Er verrezen een kantoor, garage en een benzinepomp die op 10 mei 1968 officieel door de burgemeester werden geopend en waar het bedrijf tot de dag van vandaag nog steeds gevestigd is.
Er volgden moeilijke tijden voor Gerrit en zijn medewerkers, maar het bedrijf kon het hoofd net boven water houden. Vijf zonen kwamen bij hem in de zaak meewerken. Eind jaren tachtig nam zoon Kees de zaak over en samen met zijn broers en overige medewerkers werden de schouders er onder gezet. Na turf en kolen werd nu ook de vraag naar olie steeds minder door de groeiende vraag naar aardgas. Kees besloot in chemicaliën te gaan rijden en tevens in bitumen, de grondstof voor asfalt. De benzinepomp werd uitgebreid, er kwamen wasboxen en een wasstraat bij en ook de shop werd ruimer.
Vlak voor de eeuwwisseling meldde de vierde generatie zich bij Van den IJssel: Robin, de zoon van Kees. Hij begon er als chauffeur en werd vervolgens planner, zodat hij het hele bedrijf goed leerde kennen. Kees bouwde langzaam af en vanaf 2008 nam Robin zijn taken over. De twee jongere broers van Kees – Theo en John – werken nog steeds als chauffeurs bij het bedrijf.

De toekomst

Inmiddels bestaat een van de oudste Berkelse bedrijven uit twee benzinestations en een transportbedrijf met daarin dertig tankwagens en een vrachtwagen voor het transport van planten die iedere week naar Italië rijdt. Binnenkort zal een plantenauto in de eigen IJsselkleuren de weg op gaan. De tankauto’s rijden door heel Europa; met bitumen, vloeibare zwavel, stookolie en soms chemicaliën.

Door de jaren heen is G.S. van den IJssel altijd een familiebedrijf gebleven. Toen er nog geen kantoor was en alles vanuit huis geregeld werd konden de chauffeurs die laat thuiskwamen rekenen op een maaltijd bij ‘oma’. De kinderen, maar ook de partners werkten mee als dat nodig was en ook de jongste telg is met het wassen van de auto’s begonnen.
Enkele jaren geleden werden onderhandelingen gevoerd om het bedrijf te verplaatsen naar een plek buiten de woonkern, maar dat mislukte. En dus staat de eeuweling nog gezond en wel op de oorspronkelijke plek bij de Noordeindseweg. Meegegroeid met de tijd en de producten; al vier generaties lang.

Check Also

“Mijn jubeljaar breekt aan”

Henriëtte Groeneveld werd geboren in de nacht van 5 op 6 augustus 1968 in het Eudokia-ziekenhuis aan de Bergsingel in Rotterdam. "Mijn ouders hadden een inwoning, een zolderverdieping, aan de Straatweg in Rotterdam. Enige maanden voor mijn geboorte besloten ze naar één van de 3B-dorpen te verhuizen en de keus viel op Berkel en Rodenrijs", vertelt Henriëtte. Op 5 september van dat jaar betrokken zij een koophuis aan de Willem Alexanderlaan, op het terrein van de voormalige tuinderij van Wim van der Torre.